Het beste van de jaren 30 (2/2)
Gold Diggers: de top 10 van Salon Indien

Na de aandacht gisteren voor de films die het net niet schopten tot onze lijst van beste films van de jaren 30, vandaag de complete top 10 van Salon Indien. Dit is geen canon die de gehele diversiteit van het decennium dekt, eerder een weerspiegeling van de persoonlijke voorkeuren van de redacteuren. Reageer met jouw top 10!

10. Snow White and the Seven Dwarfs (David Hand e.a., 1937)

Het belang van Snow White and the Seven Dwarfs kan niet onderschat worden. Disney gokte al zijn geld op de film, en was het geen succes geworden, dan had de huidige verdeling van macht qua studio’s er heel anders uit gezien. Daarnaast is het de film die avondvullende animaties, kleurenanimaties en de Disney-formule introduceerde aan een immens groter publiek dan andere animaties uit die tijd. Daarnaast is het ook gewoon een erg goede film, met fantastische liedjes (Heigh Ho), innemende personages, een fantastische schurk, en een heerlijk hoog gehalte Technicolor-glazuur. Betoverend.
Theodoor Steen

9. Partie de campagne (Jean Renoir, 1936)

Oorspronkelijk bedoeld als speelfilm met normale lengte, maar Renoir verliet het project onafgemaakt. Wat overbleef was 38 minuten perfectie, mogelijk een veel beter resultaat dan als Renoir de film voltooid had. Het ontbrekende verhaal wordt ingevuld door twee tussentitels, maar eigenlijk mist er niets en vormt het overgebleven materiaal een meesterlijke destillatie van de liefdesfilm. In prachtige impressionistische beelden van het Franse platteland vangt Renoir op briljante wijze de emoties van de eerste liefde, het verlies van onschuld en het verdriet na afloop. Een fantastisch bitterzoet, melancholiek filmgedicht met twee close-ups van een gezicht die samen misschien wel de beste shots uit Renoirs oeuvre zijn: één blik naar de camera vlak voor de alles veranderende zoen, en eentje jaren later.
Kaj van Zoelen

8. City Lights (Charles Chaplin, 1931)

Dat Chaplin het nog te vroeg vond voor de overstap naar de talkies, blijkt al wel uit de openingsscène uit City Lights, waarin hij de technische kinderziekten persifleert. Gelukkig maar, want met de statische filmsets uit die begindagen zou de ‘danser’ Chaplin niet tot dit meesterwerk van beweging gekomen zijn. Het ontwaken op het standbeeld, de lift in het trottoir, het eetfestijn, de zelfmoordpoging bij de kade en natuurlijk de bokswedstrijd; een oneindige schakel van scènes vol vernuft in choreografie en timing. Misverstanden houden de energieke plot op gang, om pas in het allerlaatste shot tot de simpele waarheid te geraken.
Rik Niks

7. Das Testament des Dr. Mabuse (Fritz Lang, 1933)

Met drie films in deze top tien is Fritz Lang de absolute favoriet. Net als enkele andere grote regisseurs maakte Lang in de jaren dertig de overstap van Europa naar Hollywood en hielp hij genres als de film noir definiëren door de toevoeging van een Europese esthetiek aan de Amerikaanse manier van verhalen vertellen. Das Testament des Dr. Mabuse was Langs laatste Duitse film voordat hij naar Hollywood vertrok, maar in de kiem bevat de film al alle elementen die hij later verder zou uitwerken in zijn grote noirs. Wervelende plots waarin niets is wat het lijkt, complottheorieën waar onschuldige personages in verzeild geraken, geliefden in nood en psychiatrische criminelen. De film zit boordevol spanning en mag zich zeker rekenen tot een van de indrukwekkendste films uit Langs oeuvre.
Looi van Kessel

6. Fury (Fritz Lang, 1936)

Fritz Lang, een graag geziene gast in het door ons beschouwde decennium en dus ook in deze lijst. Met Fury maakte hij een klassieker die als voorloper van het film-noir-genre gekenschetst mag worden, net zoals zijn eerdere meesterwerk M (1931) dat ook al stiekem was. Na zijn vlucht uit nazi-Duitsland was deze film het Hollywooddebuut van de regisseur. Het verhaal van de onschuldige Joe, die door onfortuinlijke ontwikkelingen ervan verdacht wordt een jong meisje gegijzeld te hebben, werkt bijzonder aangrijpend wanneer er al snel een brute lynchpoging op zijn persoon wordt gedaan. Thematiek die niks aan actualiteit ingeboet lijkt te hebben aangezien er heden ten dage nog steeds producties in hetzelfde straatje gemaakt worden, denk bijvoorbeeld aan Thomas Vinterbergs Jagten van vorig jaar. Fury bleek een tijdloze film waaruit de onschuldige protagonist die schuldig bevonden wordt nog vaak terug zou keren in de periode van film noir die zou volgen.
Hendrik de Vries

5. The Scarlet Empress (Josef von Sternberg, 1934)

Vanaf de vroege jaren 30 heeft het duo Josef von Sternberg en Marlene Dietrich zonder twijfel hun stempel op dit enerverende decennium gedrukt. Een samenwerking die met The Scarlet Empress culmineerde in een meesterwerk. Dietrich schittert als nooit tevoren in haar rol als Catherina de Grote, die hunkert naar de fysieke kant van de voor haar gekozen liefde. De uiterlijkheden van de mannelijke aanwezigen vergroten het verschil tussen lust en voorgenomen liefde bijna overdreven uit, wat maakt dat de film nergens te serieus genomen hoeft te worden. Laat von Sternberg visueel nou ook nog eens boven zichzelf uit gestegen zijn met een uiterst expressionistische stijl en je begrijpt meteen waarom The Scarlet Empress niet in onze lijst mag ontbreken.
Hendrik de Vries

4. Bride of Frankenstein (James Whale, 1935)

Het opvallende van Bride of Frankenstein is hoe fris de film na al die jaren nog voelt. Hoewel de film nauwelijks spannend meer te noemen valt, kent de film terecht iconische en ontregelende beelden. De schreeuwende bruid blijft nog altijd creepy. Maar ook de campy humor in het personage van Doctor Pretorius, het innemende drama van de ontmoeting van het monster en de kluizenaar in de hut, en de technische innovatie van Pretorius’ minimensjes staan nog steeds als een huis. Drama, humor, spektakel en een aantal duistere momenten, meer kun je van een klassieker niet vragen.
Theodoor Steen

3. La règle du jeu (Jean Renoir, 1939)

De climax van Renoirs Franse periode heeft iets van een eerbiedwaardig museumstuk, vooral interessant voor filmstudenten. La règle du jeu valt uit-en-te-na te analyseren op maatschappelijke context, vertelstructuur, karakterschetsen en filmtechnische brille. Dat dit alles de vorm van een komische klucht aanneemt is misschien nog wel het meest opmerkelijke én aantrekkelijke. Het typeert een film die boordevol tegenstellingen zit; ambitieus en vol grote thema’s, maar vederlicht als een screwballcomedy. La règle du jeu wordt gemaakt door de personages, en er was in de jaren 30 geen regisseur meer bedreven in het tot leven wekken ervan dan Renoir. Elk van de personages heeft op zichzelf wel aimabele trekjes of interessante karakteristieken. Het venijn van de satire is dan ook subtieler dan stereotyperingen op de korrel nemen; het is het geheel dat, aan de vooravond van WO II, in rottende staat verkeert.
Rik Niks

2. M (Fritz Lang, 1931)

Fritz Langs eerste geluidsfilm is direct een voltreffer en diens persoonlijke favoriet, zo weten we sinds Le Mépris (1963). Het thriller-aspect waar de film mee opent gaat gaandeweg over in een sociaal drama waarin Lang het niet schuwt flinke kritiek te uiten op de rauwe emoties van de mensheid. Peter Lorre (tot dat moment vooral bekend als komisch acteur) speelt de kindermoordenaar met verve, zijn expressieve acteerwerk kent een apotheose tijdens de meesterlijke climax waar vigilante justice er hevig van de regisseur van langs krijgt en humaan en wettelijk recht de overwinning boekt. En daarom is M nog steeds uiterst relevant.
Erwan Ticheler

1. Trouble in Paradise (Ernst Lubitsch, 1932)

De nummer één in deze jaren dertig top tien is onmiskenbaar Ernst Lubitsch’ dolkomische meesterwerk van liefde, bedrog en ander overspel. Het is het archetypische voorbeeld van de zogenoemde sophisticated comedy waar Lubitsch bekend om werd. De demi-monde, die voor de arme bioscoopganger zo aantrekkelijk was, wordt sierlijk in beeld gebracht, maar tegelijkertijd glashard van haar voetstuk gestoten door een combinatie van spitsvondig taalgebruik en slapstickachtige farces. De film wemelt van de sterren, want niet alleen zijn daar Miriam Hopkins, Kay Francis en Herbert Marshall om de film te dragen, ook character actors as Edward Everett Horton en Charles Ruggles accentueren het verhaal met onvergetelijke komische momenten. Het is het samenspel van al deze acteurs, onder begeleiding van het komische vakmanschap van Lubitsch, dat deze film met recht als een van de beste uit het decennium gezien wordt. “Tonsils! Positively tonsils!”
Looi van Kessel


Onderwerpen: , , , , , , , ,


4 Reacties

  1. Erik

    Mooie lijst. :)
    Een top 11 van mijn kant. Opvallend veel Von Sternberg daarin:

    1) The Scarlet Empress (1934) 8.4
    2) The Wizard of Oz (1939) 8.4
    3) Dishonored (1931) 8.4
    4) Morocco (1930) 8.2
    5) Gone with the Wind (1939) 8.1
    6) La grande illusion (1937) 8.1
    7) All Quiet on the Western Front (1930) 8.1
    8) Vampyr – Der Traum des Allan Grey (1932) 8.1
    9) L’Atalante (1934) 8.1
    10) Duck Soup (1933) 8.1
    11) Shanghai Express (1932) 8.1

  2. beavis

    voor mij wordt het op dit moment:

    Quai des Brumes, Le (1938)
    Menschen am Sonntag (1930)
    Limite (1931)
    À Nous la Liberté (1931)
    Freaks (1932)
    Au Bonheur des Dames (1930)
    King Kong (1933)
    Morocco (1930)
    Ekstase (1933)
    Zemlya (1930)

    Opvallend veel 1930 in de lijst en dan had ik geen eens ruimte meer voor deze:
    Âge d’Or, L’ (1930)
    All Quiet on the Western Front (1930)
    Westfront 1918 (1930) (de minder bekende maar misschien wel betere Westfront titel van de twee)

  3. Kaj van Zoelen

    Ah, eindelijk iemand die Westfront 1918 ook heeft gezien en kan waarderen. :) Voor mij geen misschien, echt een stapje omhoog in vergelijking met All Quiet.

  4. Ludo

    Geen volgorde, maar nog 4 uit mijn archieven die ik zeker zou noemen in mijn top 10, allemaal opvallend lichtvoetig

    Love Me Tonight
    Le Million
    My Man Godfrey
    Footlight Parade


Reageer op dit artikel