Imagine dag 7: White trash, aliens en zombies

Imagine is aan zijn tweede week begonnen en met nog enkele aardige titels in het vooruitzicht is er nauwelijks sprake van een eind in zicht. Het drukke weekend zit erop met goed gevulde zalen, zelfs tot ruim na middernacht. Vandaag in de aanbieding een moorddadige put, aliens die niet tegen alcohol kunnen en een vriendschap tijdens zombie-overheersing.

Jug Face (Chad Crawford Kinkle, 2013)

Veel van de mensen achter de The Woman (2011) die vorig jaar op Imagine draaide en zelfs door Theodoor werd gebombardeerd tot beste bioscoopfilm van 2012 hebben hun medewerking verleend aan Jug Face, een bizarre horrorfilm over een trailer park trash woongroep die in de bossen van Tenessee leeft, moonshine brouwt en een put aanbidt die leven geneest maar ook neemt zodra een van de zonderlinge bewoners een zogenaamde jug face kleit; een teken van de dood. Ada raakt zwanger van haar eigen broer en zodra ze erachter komt dat Dawai een jug face van haar heeft gemaakt confisqueert ze deze, niet wetende dat de gevolgen desastreus zijn. De put eist levens en de ene na de andere kamper moet het bezuren.

De horror-elementen daargelaten – en het is best bloederig zo nu en dan – is Jug Face ook een ijzersterk drama over het curieuze fenomeen dat American white trailer park trash heet, zelfbescherming en sektarisch extremisme. Het is razend knap dat regisseur Chad Crawford Kinkle het allemaal in minder dan 90 minuten weet te vertellen, want afgeraffeld is de film allerminst. Je voelt echt mee met de arme Ada terwijl ook zij niet van alle blaam vrij mag gaan. De dualiteit van het personage wordt uitstekend neergezet door de talentvolle jonge actrice Lauren Ashley Carter die ook al in The Woman te zien was. Verder zullen de bekendste namen wel de ouders van Ada zijn, gespeeld door niemand minder dan Larry Fessenden en Sean Young die weer eens opduikt in een film en wel als creepy moeder. En voor wie nog niet overtuigd is, Lucky McKee is een van de producenten van de film.

Het zuidelijke temperament druipt er in Jug Face van af. De zware accenten, barbecues en illegale drankhandel zijn er volop en op de een of andere manier fascineert dat onbekende van het diepe zuiden altijd in Amerikaanse (horror)films; het lijkt zo ver verwijderd van onze realiteit en blijkt een succesvolle formule. In het recente verleden genoten filmliefhebbers immers ook al van Winter’s Bone (2010), White Lightnin’ (2009), Martha Marcy May Marlene (2011) en Killer Joe (2011). Maar alleen met dat concept red je het uiteraard niet en gelukkig biedt Jug Face veel meer dan enkel een Zuidelijk rariteitenkabinet. Jug Face weet de kijker constant te verrassen, is compromisloos en tevens prachtig gefilmd in de bossen van Tennessee. Het is niet voor een ieder (de film bungelt bijvoorbeeld in de onderste regionen van de publiekswaardering) maar voor liefhebbers van confronterende horror en in het bijzonder het hillbilly horror subgenre is Jug Face een van de betere films van de afgelopen tijd.

★★★★★

Grabbers (Jon Wright, 2012)

Van een hele andere orde is de Ierse horrorkomedie Grabbers, een monsterfilm over buitenaardse wezens die neerstorten op een Iers eiland en daar de boel onveilig maken. Ze lijken niet te stoppen totdat een plaatselijke alcoholistische agent erachter komt dat de wezens alcohol niet kunnen verdragen. Het gevolg is hilarisch en inventief: een lock-in waarbij alle eilandbewoners lazarus worden. Niet alleen lijkt dit de enige manier om de aliens af te stoppen, maar het wordt ook eens tijd om elkaar flink de waarheid te vertellen.

oem software store

Grabbers kent zijn klassiekers waarbij vooral Jaws (1975) een grote invloed heeft. Het eiland, het onbekende monster, een kleine groep die met gevaar voor eigen leven de vijand bestrijdt: het is allemaal schatplichtig aan Steven Spielbergs meesterwerk maar Grabbers doet dit op zo’n dolkomische manier dat het er met gemak mee wegkomt. Het fijne van dit soort Brits/Ierse producties is dat moralisme vrijwel constant vermeden wordt waardoor de humor extra aanslaat en de gevolgen van het originele idee werken. Het helpt ook dat de personages vrijwel stuk voor stuk intelligente mensen zijn, zelfs als ze iets teveel op hebben. De verschillende wijzen waarop de wezens worden bevochten zijn boeiend en inventief en werken toe naar een fijne climax. Eenmaal in beeld gekomen vallen de wezens zelf ook reuze mee, er is duidelijk aandacht geschonken aan het uiterlijk en de mechanismen. Grabbers is als onderdeel van een horror-avond een prima komisch tijdverdrijf en voor de verandering eens geen luie kopie van Jaws. Daarbij is het wederom een teken dat de Ierse fantastische film in de lift zit want films als Citadel (2012), Byzantium (2012) en Stitches (2012) zijn ook zeker niet te versmaden.

★★★★☆

The Battery (Jeremy Gardner, 2012)

Twee honkbalvrienden (de één een pitcher, de ander een catcher wat de titel verklaart) banen zich een weg door een gedoemd landschap na een grote zombieplaag. Ben – de catcher – is een schietgrage en extraverte vent die overleven als doel nummer een ziet terwijl Mickey – de pitcher – meer introvert is, geweld afkeurt en hopeloos romantisch is. De toch al niet bijster goede vriendschap komt helemaal op losse schroeven te staan zodra Mickey in contact wil komen met een vrouw die hij via de walkietalkie te pakken heeft gekregen. Het loopt allemaal erg uit de hand en de twee eindigen in hun auto, omringd door talloze zombies.

The Battery is de derde speelfilm van Jeremy Gardner (die ook de rol van Ben op zich neemt) maar de eerste die echt onder positieve aandacht is gekomen. Het is een film die uiteraard genereus op de trein van de zombiehype springt, maar de film is in meerdere opzichten anders dan de meeste zombiefilms. Zo doen de zombies er hier eigenlijk nauwelijks toe en gaat het vooral om de relatie tussen Ben en Mickey. Dit zorgt tijdens de eerste helft van de film voor een opeenvolging van komische situaties waarbij vooral Mickey het moet ontgelden – dieptepunt het moment dat Ben Mickey betrapt terwijl deze masturbeert tegenover een vrouwelijke zombie die met haar borsten tegen de autoruit aanleunt. Deze eerste helft is ook de betere van de twee helften al is ook het tweede deel zeker niet verkeerd.

Dit speelt zich vrijwel volledig in een auto af en wonderwel verveelt het niet. Zelfs niet als we worden getrakteerd op een 11 minuten durende statische long take waarin nauwelijks gesproken wordt. Het pleit voor het vakmanschap van Gardner die zeker in de toekomst in de gaten moet worden gehouden, al was het maar omdat de film voor slechts 6.000 dollar is geschoten. The Battery is de zoveelste zombiefilm van de laatste tijd, maar de film stijgt boven het maaiveld uit zonder overigens echt groots genoemd te mogen worden.

★★★½☆

jfdghjhthit45

Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


Comments are closed.