De immigrantenzoon James Gray
De Grote Gray (1): introductie

James Gray

James Gray is een van de grootste Amerikaanse filmmakers van dit moment. Die erkenning daarvan is echter niet wijdverbreid, zeker niet in zijn thuisland. In onder andere Frankrijk doet hij het beter, zijn films gingen op zijn debuut na allemaal op Cannes in première. Zo ook onlangs zijn nieuwste, The Immigrant (2013). Het is pas zijn vijfde film in twintig jaar, wat deels komt doordat de onderschatte Gray moeite heeft om zijn films gefinancierd te krijgen. Het is tekenend dat de enige film die hij snel na de vorige kon maken, Two Lovers (2008), deels door het Franse Wild Bunch werd geproduceerd.

De talentvolle regisseur maakt dan ook films die lastig te marketen zijn. Bijna allemaal ogenschijnlijk simpele genrefilms, maar zonder happy end en waarin actie niet gebruikt wordt om het plot voort te drijven maar om ons dichter bij de emotionele kern te brengen. Waarin families geborgenheid en warmte bieden maar ook vooral verstikkende verdoemenis, waar de protagonisten zonder succes aan proberen te ontsnappen. In de films van Gray haalt het verleden zijn hoofdpersonen altijd in, en is het daaraan verbonden lot onontkoombaar. Hij maakt naar eigen zeggen geen drama’s, maar tragedies, zo zegt in het DVD-commentaar bij We Own The Night (2007): “In het drama heb je de mogelijkheid de juiste of verkeerde keuze te maken, in de tragedie moet je een onvermijdelijk einde onder ogen zien te komen.”

Had Gray in het New Hollywood van de jaren zeventig films gemaakt, dan had hij waarschijnlijk wel voortdurend mogelijkheden gehad om projecten van de grond te krijgen. Zijn van classicisme betichte, sombere tragedies over immigranten en families als stand-in voor de Amerikaanse samenleving hadden het in die tijd vast goed gedaan. Nu was het juist één film uit die tijd, Apocalypse Now (1979), waarvan het “part truth, part spectacle” zo een enorme indruk maakte op hem als tienjarig jochie in de bios dat hij films wilde gaan maken. Dat geldt vooral ook voor het camerawerk daarin van Vittorio Storaro, waarvan de invloed terug is te zien in de films van Gray.

Andere belangrijke visuele (en dramatische) voorbeelden voor de Amerikaanse regisseur zijn de werken van Luchino Visconti, maar ook onder andere de schilders Edward Hopper en Rembrandt. Gray steekt niet onder stoelen of banken dat zijn prachtige, betekenisvolle kleurenpaletten deels hierdoor geïnspireerd zijn. Hoewel zijn expressionistische kleurgebruik doorgaans toch een stukje subtieler en meer gedempt is dan in de barokke films van Visconti. Francis Ford Coppola beantwoorde overigens meerdere malen de liefde en het respect van Gray, in wiens werk hij sporen van zijn eigen gedachten en beeldtaal ziet maar wie hij ook als een originele cineast met eigen stem bewondert.

Net als Coppola komt Gray uit een New Yorkse immigrantenfamilie. De Russische opa van Gray werd geboren als Greizerstein, een naam die bij aankomst in Amerika werd veranderd in Gray. Na enige tijd in Brooklyn vestigde de familie zich in Queens en daar werd de toekomstige regisseur geboren. Die achtergrond keert terug in de verscheurde Joods-Russische familie in Little Odessa (1994), de setting van The Yards (2000), de Russische maffia in We Own The Night, de verstikkende Joodse families in Two Lovers en uiteraard in The Immigrant, dat zich afspeelt in New York in de tijd dat Gray’s opa voet aan wal zette. Het zal daarom mogelijk een terugkerend onderwerp worden de komende weken, samen met de bovengenoemde thematiek en visuele stijl (plus muze Joaquin Phoenix), aangezien ik het hele oeuvre van deze nog te weinig gewaardeerde moderne meester film voor film zal doornemen deze zomer.


Onderwerpen: , , , , ,


Reageer op dit artikel