James Gandolfini in memoriam
Het gezicht van moderne Amerikaanse kwaliteitstelevisie

James Gandolfini

Zo nu en dan besteden we bij Salon Indien aandacht aan het overlijden van iemand uit de filmwereld. Soms doen we dat zelfs door een hele reeks of zelfs een themamaand aan die persoon te wijden. Toch doen we dat niet vaak, en als we het doen gaat het bijna altijd om een regisseur. Het overlijden van een acteur heeft in bijna vijf jaar zelden onze voorpagina gehaald. We zijn dan ook geen nieuwssite. Voor James Gandolfini, gisteren op 51-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval (terwijl op vakantie in Italië), maak ik echter een uitzondering.

Gandolfini was geen grote filmster, maar één van de grootste televisiesterren van de afgelopen vijftien jaar. The Sopranos (1999-2007) was een mijlpaal in de Amerikaanse televisie en maakte veel dingen mogelijk die daarvoor ongelofelijk zouden lijken, en daar had Gandolfini een belangrijk aandeel in met zijn vertolking van hoofdrol Tony Soprano. Een monsterlijke man en moordenaar, maar dankzij de complexe manier waarop hij geschreven werd en de menselijke, kwetsbare manier waarop Gandolfini hem invulde was het één van de beste personages van de moderne Westerse popcultuur.

Dat zat hem niet zozeer in grote emotionele scènes, hoewel Gandolfini die ook prachtig speelde, maar vooral in de kleine alledaagse gebaren en de blikken van de acteur. Zoals David Chase terecht opmerkte, zat een groot gedeelte van het genie van Gandolfini in zijn treurige ogen. Daar ging ontzettend veel van uit. Maar waar minder over gezegd en geschreven wordt, is zijn ademhaling. Jawel, de manier waarop hij als Tony Soprano ademde en zuchtte was vaak zo veelzeggend en belangrijk voor dat personage (en voor enkele van zijn rollen na The Sopranos). Die kwetsbaarheid zat hem grotendeels in zijn ogen en dat ademen. De enige andere acteur waarvan ik me kan bedenken die zijn ademhaling ook zo betekenisvol kan inzetten is Daniel-Day Lewis. Het is een gereedschap waar elke acteur op zich over beschikt, maar deze wordt zelden ingezet, laat staan op zo een indrukwekkende manier.

Gandolfini had naast die ene grote rol op televisie in films zowel voor als na The Sopranos vooral een flink aantal bijrollen, waarbij hij vaak getypecast werd als mafioso op basis van zijn uitstraling, imposante voorkomen en grote lichaam. Hij was brute kracht van gangsterbazen in True Romance (1993) en Get Shorty (1995). Niet voor niets heette zijn personage in die tweede film Bear. Toch hadden zijn dommekrachten al een innerlijk leven dat je niet vaak ziet bij dit soort figuren. Voor meer over zijn diverse rollen, zie deze verzameling YouTube-filmpjes die de Volkskrant vandaag bijeen gezet heeft.

Een van zijn mooiste maffiarollen naast Tony Soprano kwam vorig jaar nog, in Killing Them Softly (2012). Daarin speelt hij zo sterk een verlopen gangster die zijn tijd wel gehad heeft en eigenlijk niets meer in ‘het wereldje’ te zoeken heeft dat hij er bijna met de film vandoor gaat onder zijn arm, een bijna leeg glas in de andere hand. Ook hier maakt hij weer prachtig gebruik van die opvallende ademhaling om de vermoeidheid en het ongemak van zijn personage weer te geven. Aan de ene kant is het een mooie laatste rol, aan de andere kant had Gandolfini best nog op oudere leeftijd heel wat goede rollen kunnen spelen. Naar het schijnt was hij bijvoorbeeld net begonnen aan de ontwikkeling van een film over Sacco en Vanzetti. 51 is dan ook te jong, ook al kwam hij de laatste jaren een stuk ouder over. Eeuwig zonde.

Voor betere stukken over het werk en leven van James Gandolfini verwijs ik je naar onder andere die van televisiecritici Alan Sepinwall en Matt Zoller Seitz, die meer op zijn persoon zelf en achtergrondverhalen ingaan waar ik als kijker aan de andere kant van de oceaan geen kennis van heb.


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel