Lang leve de filmgeschiedenis
En waarom het in Nederland maar niet lukt deze te omarmen

13 december 2013 · · Column

Nu het einde van 2013 eindigt maken we bij Salon Indien de balans op van een uiterst fraai filmjaar. Een jaar vol met verrassingen en opwindende grote en kleine films van over de hele wereld. De komende periode zullen we terugkijken in de vorm van zelfstandige jaaroverzichten en de introductie van onze eigen ‘filmprijzen’: de Indientjes. Maar voor het zover is wil ik eerst aandacht schenken aan een aspect wat met al dat nieuws in 2013 misschien een beetje ondergesneeuwd raakt, namelijk de aandacht in de Nederlandse bioscopen voor oudere (al dan niet klassieke) films. In deze column wil ik aangeven hoe in Nederland de aandacht voor oudere cinema niet altijd even goed uit de verf komt en met behulp van buitenlandse voorbeelden geef ik aan hoe het blijkbaar wel kan.

Vorig jaar opende EYE zijn deuren, het nieuwe filmmuseum was geboren en meteen was het genieten geblazen met onder meer fraaie retrospectieven van grote regisseurs als Martin Scorsese, Stanley Kubrick (waar ook een prachtige expositie aan was gewijd) en een greep uit 100 jaar Universal. Het aanbod (regelmatig in piekfijn gerestaureerde staat) leek een start van een vruchtbare nieuwe wind in het Nederlands historische filmklimaat met veel aandacht voor oudere cinema, zoals een filmmuseum ook betaamt. Maar wat schetst de verbazing in 2013? Meer en meer verschoof het filmaanbod naar nieuwe films die je ook in andere filmhuizen kon zien, met de aantekening dat het comfort van de zalen van EYE een voordeel waren ten opzichte van de andere bioscopen. Toegegeven, er waren heus nog wel films en retrospectieven uit het verleden te zien maar de veelbelovende start kreeg geen passend vervolg.

En waarom eigenlijk? Waarom is het in Nederland klaarblijkelijk niet mogelijk om een jaar lang stelselmatig cinema van vroeger tijden te tonen? EYE leek het afgelopen jaar meer en meer op een ontmoetingsplek voor managers die er hun jaarcijfers bespraken en jonge mensen die een hapje of drankje deden in het restaurant/café dan op een daadwerkelijke bioscoop, alsof de filmzalen bijzaak waren geworden. Vooruit, EYE is niet 100% een filmmuseum maar er mag toch zeker gezien de collectie van EYE meer verwacht worden dan er nu sprake van is. Helaas is er ook geen echt alternatief. Er zijn heus veel filmhuizen die wekelijks een oudere film vertonen (zo zag ik eerder deze week een 35-mm print van The Exorcist (1973) in Kriterion) maar kleine filmtheaters die zich helemaal richten op films uit het verleden kennen we helaas niet.

Hoe anders is het over de grens. Alleen al in 2013 heb ik twee steden bezocht die het wel doodgewoon vinden aandacht te schenken aan de rijke filmhistorie. Parijs is misschien een makkelijk voorbeeld gezien de cinefiele staat van de stad. Er is uiteraard de beroemde Cinémathèque dat dag in dag uit oude films vertoont, zowel grote klassieke werken als ook retrospectieven van genrefilmers (in het verleden heb ik overzichten bijgewoond van filmmakers als Terence Fisher en William Castle). Maar je kan ook verder in de stad bijna niet vijf straten doorlopen zonder een kleine bioscoop tegen te komen en veel van deze theaters tonen op zijn minst dagelijks een oudere film. En dan ik het nog niet eens over de meest legendarische titels, maar welhaast vergeten films als A Hole in the Head (1959). Geld en subsidies spelen hierin uiteraard een grote rol en het is in dat opzicht ook niet verwonderlijk dat eerder dit jaar Frankrijk bij de Europese Unie al flink moest aandringen op het feit dat cultuur (en zeker cinema) niet helemaal in het verdomhoekje terecht kwam. Maar het is ook een keuze om je te onderscheiden van andere filmhuizen en het lef te hebben je totaal te focussen op de geschiedenis van film.

Over lef gesproken. Naast Parijs was ik dit jaar ook in Ljubjana, toch geen stad die je direct zou koppelen aan filmliefde. Niettemin was er in de Kinoteka een retrospectief van Joe Dante. De bioscoop is in tegenstelling tot EYE en de Cinémathèque uiterst bescheiden. Slechts een filmzaal, geen expositieruimte en een paar tafeltjes waar je een lokale pivo kan nuttigen. Maar vergeleken met het Nederlandse gebrek aan een filmhistorisch theater ademde de Kinoteka echt geschiedenis en filmliefde van ver voor gisteren. Ondanks de zo op het eerste oog best wel beperkte middelen had de Kinoteka het toch mooi voor elkaar gekregen Joe Dante over de vloer te hebben die zijn eigen films van toelichting voorzag. En naast het uitgebreide retrospectief met onder meer ook The Movie Orgy (1968) – een geflipte vijf uur durende collage van filmfragmenten en reclamespotjes uit de jaren 50 die niet buiten eigen beheer van de regisseur te verkrijgen is – was er ook doodleuk een speciale vertoning van Metropolis (1927) met prachtige muzikale begeleiding die live werd uitgevoerd.

Als dit allemaal in Slovenië mogelijk is, waarom dan niet in Nederland? Het lijkt vooral een kwestie van doen want het was heus niet zo dat na het bezoekje van Dante de bioscoop ineens weer overging tot hedendaagse films. Men ging gewoon vrolijk verder met een aanbod van oude films uit de meest verschillende landen en culturen. Het vergt misschien veel ballen en een cultuurverandering binnen het filmklimaat, maar er zal hopelijk in de nabije toekomst ergens eens een filmhuis of twee opduiken (het liefst EYE natuurlijk met het museum en de collectie als voordeel) dat zich helemaal richt op de filmgeschiedenis. Want zo stoffig als het klinkt is het echt niet en het publiek is er echt wel, dat hebben de vele goed gevulde zalen in EYE in 2012 bij de vele vertoningen van klassieke cinema wel bewezen. Laat het filmmuseum (of cinematheek dan wel filminstituut) nou eens echt de naam eer aan doen!


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


7 Reacties

  1. Kaj van Zoelen

    Metropolis heeft hier toch ook al meerdere keren met live muziek gedraaid, in voorgaande jaren?

  2. Rik Niks

    EYE moet substantiële bezoekersaantallen halen om voort te kunnen bestaan. Met alleen obscuur klassiek komen ze daar niet aan. Dus onvermijdelijk een mix van obscuur werk, hedendaagse cinema en retrospectieven rond populaire namen. Ik zie helaas in andere filmhuizen bij vertoningen van oude films toch ook maar een gering publiek. Gelukkig blijven veel filmhuizen (tegen de klippen op heb ik het idee) wel incidenteel oude films programmeren. Meer zit er ook niet in. Ik vraag me af of het type filmhuis dat je schetst als in Parijs of Slovenië in Nederland uit zou kunnen. In Amsterdam misschien net, maar dan niet in een grootschalige vorm als EYE. Waar ik wel benieuwd naar ben, en zelf geen zicht op heb, is hoe het staat met de kosten voor het programmeren van een oude film tov een actuele titel. Dat zal ongetwijfeld ook een rol spelen.

  3. Erwan

    Wat me vooral opvalt is dat in alle buitenlandse filmmusea (vaak cinematheek geheten) die ik bezocht heb ze uitsluitend – of een enkele uitzondering na – oude films vertonen en daarom heb ik nooit gesnapt waarom dat in Nederland niet kan. En dan heb ik het dus niet over een filmgek land als Frankrijk maar dus ook Slovenië of Portugal. Uiteraard zijn bezoekersaantallen belangrijk, maar in die buitenlandse zalen zat het ook nooit goed vol, subsidies spelen denk ik een vrij belangrijke rol en we weten allemaal hoe belangrijk de Nederlandse overheid cultuur vindt.

    En over Metropolis: Ja, dat had ik inderdaad iets meer moeten uitleggen. Ik heb in het verleden (tijdens mijn studie) Metropolis ook met muzikale begeleiding gezien maar dat was met een vrij standaard piano soundtrack. In de Kinoteka was het een waanzinnige one-man-show waarbij de muzikant met laptop en instrumenten in zijn eentje een gigantisch geluidslandschap creëerde, alsof Cinematic Orchestra tot een persoon was gereduceerd. Het is meer bijzonder dat zo’n klein filmhuis ineens zo iemand uit de hoge hoed toverde

  4. Kaj van Zoelen

    Tja, Portugal. Daar werden een paar jaar geleden nog demonstraties gehouden specifiek tegen korting op de subsidie van één filmmuseum in Lissabon. Toch heus wel een beetje filmgek daarzo hoor.

    Maar goed, die Kinoteka, die heeft dan toch ook veel minder subsidie nodig, of niet? Toen het Filmmuseum niet meer dan twee oude zaaltjes was draaide daar dacht ik ook bijna alleen maar oude films, of niet? En dan toch meer dan de twee per dag die de Kinoteka zo te zien doorgaans aankan, of herinner ik me dat verkeerd en kwam ik alleen als er een specifiek retrospectief draaide? Ik zie in hun programma archief dat daar trouwens slechts vijf films van Dante’s toch een stuk omvangrijkere oeuvre draaiden, is dat nou echt zo’n indrukwekkend uitgebreid retrospectief?

    Het EYE heeft natuurlijk ook te maken met dat ze halverwege de bouw van het nieuwe gebouw opeens alle kosten zelf door de neus kreeg geboord omdat de belangrijkste financiële partner die meer dan de helft betaalde zich opeens terugtrok, dat geld moet ergens vandaan komen. Dat komt overigens voor zover ik het begrijp vooral van het restaurant momenteel…

    De retrospectieven waar ik de afgelopen jaren het meest naar toe ben geweest waren overigens dan weer zelden alleen initiatieven van het filmmuseum, daar zat volgens mij meestal eerder een andere organisatie achter, één keer het Tropenmuseum (wat nu opgedoekt is) en meestal het Filmhuis Den Haag… overigens weet ik niet hoe veel of weinig mensen er in Slovenië waren, maar als er hier in Utrecht zo’n landelijk retrospectief voorbij komt in ‘t Hoogt heb ik regelmatig meegemaakt dat de bezoekersaantallen letterlijk op één hand bij te houden waren, of in ieder geval op twee handen. En dat waren dan niet obscure arthouse klassiekers maar Hollywoodfilms met beroemde sterren.

  5. Arjen

    Ik ben wel eens naar een Rutger Hauer-retrospectief geweest. Dat duurde een weekend, was helemaal gratis en Hauer zelf was er ook. Zat veelal helemaal vol (maar goed, was dan ook gratis, waar men het van betaalde weet ik ook niet).

    Rik, over kosten: ik heb uit betrouwbare bronnen dat bij het Eye *als distribiteur* dan een nieuwe film 140 euro per voorstelling kost en in de eerste drie weken 50% aflopend naar 40% van de opbrengst van de kaartjes (onder nieuw vallen ook nieuwe gerestaureerde prints van oude films; oude films 125 euro per voorstelling en een marge van 35%. Of de persentages pas ingaan als het vaste bedrag al zou zijn terugverdiend met kaartverkoop weet ik niet. Of dit voor andere distribiteurs ook geld weet ik niet, maar in dit geval is er dus wel verschil maar ligt het niet extreem uit elkaar. Niet dat je vier oude films voor de prijs van één nieuwe hebt.

    Ook bestaat er een nare soort maffia zo noem ik het maar, die rechten van oude films, volgens mij ook films die geloof ik eigenlijk in public domain waren, voor een habbekrats massaal opkopen en dan rustig 400, 500 euro vragen per voorstelling. Vooral voor oude retrospectieven is het soms financieel erg moeilijk hierdoor het gewenste bij elkaar te krijgen. Tuig is het.

    Daarnaast is er nog de kwestie film versus digitaal. Veel oud materiaal is er alleen op film en dat kan niet iedereen meer draaien (cultuurbarbaren)

  6. Straka

    Er wordt in de column gesteld dat de programmering van EYE in 2013 meer en meer verschoof naar nieuwe films die je ook in andere filmhuizen kon zien. Dit is feitelijk omjuist. Direct bij de opening van EYE nam men een buurtbioscoopfunctie op zich. Dit resulteerde zelfs in de programmering van “Pathe-titels” als Hugo, Hunger Games en Dark Shadows. Dit type titels leek juist minder aanwezig in 2013. Overigens hadden we deze zomer als tegenhanger van Kubrick de tentoonstelling over Fellini en zijn er vele kleinere retrospectieven geweest. Misschien dat het nieuwe en het frisse van het eerste jaar er niet meer is en dat daardoor een kritischere blik wordt gegeven, maar van een verandering is eigenlijk (nog?) geen sprake.

  7. Theodoor Steen

    @Kaj: dat retrospectief van Dante duurde de hele maand. De eerste paar dagen dus vijf films, maar later in de maand toch nog een stuk of 8 andere titels. Bijna al zijn werk, op een paar titels na, werd daar vertoond, inclusief minder bekende titels als The Second Civil War, Rock ‘N Roll High School en Runaway Daughters. En uiteraard was er de vertoning van The Movie Orgy, wat een behoorlijk exclusief ding is, en slechts voor de derde keer vertoond werd op Europese bodem (de eerste keer was twee weken daarvoor).

    O, en het feit dat ze Joe Dante daar heen hebben weten te krijgen.


Reageer op dit artikel