Mickey Mouse in de jaren 30
Een top vijf.

Mickey Mouse

Mickey Mouse was al een icoon in de jaren twintig dankzij de eerste geluidsanimatie, Steamboat Willie (1928), en het erg fijne Plane Crazy (1928). Hij bereikte echter pas zijn artistiek meest vruchtbare periode in de jaren 30. In het kader van de themamaand bespreek ik vandaag de vijf beste Mickey Mouse-shorts die in de jaren 30 gemaakt werden: van een aantal terechte klassiekers tot een aantal ondergewaardeerde vreemde eendjes in de bijt.

5. Mickey Plays Papa (1934)

Mickey Plays Papa is net als veel Mickey-cartoons uit zijn zwart-wit-periode qua plot niet zo bijzonder. Het filmpje is aangenaam vermaak, maar stijgt niet boven de rest uit. Tenminste, tot het laatste shot. Het nogal eigenaardige, fallische, vervormde gezicht van een ernstig toegetakelde Micky Mouse die zijn beste imitatie doet van Troll Face is een dergelijk nachtmerrie-achtig beeld dat het de film naar een hoger, semi-psychedelisch plan tilt.

4. Mickey’s Trailer (1938)

Disney-cartoons zijn zelden zo inventief als de Looney Tunes, vaak een stuk minder grappig en bij vlagen vervelend sentimenteel. Wat Disney-cartoons wel altijd perfect weten te bereiken is een gevoel van ruimte, omgeving en een helder overzicht waar de personages zich ten opzichte van elkaar bevinden. Disney werkte als bedrijf de details van de cartoons in de puntjes uit, en dat is sterk te zien in Mickey’s Trailer, wat misschien wel het beste voorbeeld is van de inventieve manier waarop Disney met ruimte-verhoudingen omging. De omgang met de omgeving is dergelijk slim, dat het meteen een van de leukste Mickey-filmpjes oplevert.

3. Just Mickey (1930)

Mickey wordt in zijn beste filmpjes regelmatig overschaduwd door zijn compagnons en rivalen. Figuren als Goofy en Donald zijn zoveel grappiger dan de nogal brave Mickey Mouse. Just Mickey bewijst echter dat je met énkel Mickey, en zonder de aanwezigheid van andere personages, een grappige kortfilm neer kunt zetten. Mickey speelt viool, en wordt daarbij gestoord door een druktemaker, en de moeilijkheid van de gespeelde stukken. De zichtbare irritatie, moeite en verdriet is redelijk uniek voor Mickey, en bewijst dat het emotiespectrum van de muis breder is dan bekend. Het maakt ook het filmpje net wat leuker, omdat het een kant van Mickey laat zien die we veel te weinig zien.

2. Clock Cleaners (1937)

Slapstick op grote hoogte deed het goed in vroeg Hollywood, gezien een klassieker als Safety Last! (1923). In de geest van Harold Loyd, Buster Keaton en Charlie Chaplin maakte Disney de slapstick-klassieker Clock Cleaners. Mickey komt er bekaaid van af, zoals gewoonlijk wanneer Goofy en Donald van de partij zijn. De setting van het trio, een gigantische torenklok op extreme hoogte die schoongemaakt dient te worden zorgt voor fantastische grappen: Donalds muzikale ruzie met een springveer en Goofy’s noodlot tartende wandeling op grote hoogte. NB Bovenstaand filmpje is helaas Spaans nagesynchroniseerd.

1. The Band Concert (1935)

De eerste Mickey-cartoon in kleur is meteen de beste van allemaal. The Band Concert is een schoolvoorbeeld van Mickey Mousing: een term uit de animatiewereld die duidt op het perfect synchroon lopen van de geanimeerde beweging met de muziek, zoals bijvoorbeeld de rubberen dansbewegingen van Mickey Mouse die ook in dit filmpje naar voren komen. De beste grappen komen voort uit de muziek. De manier waarop Mickeys problemen in zijn rol als dirigent de muziek beïnvloeden zorgt voor enkele briljante grappen, zoals de switch naar Oosters klinkende muziek, wanneer Micky een schep ijs in zijn nek krijgt. Maar ook hier steelt Donald weer de show. Het verbaast niet dat de solo-reeks van Donald uiteindelijk veel lucratiever en langduriger bleek dan Mickey, al is dit zonder meer een van de beste Disney-shorts ooit gemaakt.


Onderwerpen: , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel