Moderne spookhuisfilms
En hoe James Wan begrijpt hoe je die maakt

Ik ben geen grote fan van James Wan, en ondanks dat er een stijgende lijn in zijn oeuvre zit ook niet van zijn recentste films. Maar ik moet zeggen dat hij met Insidious (2010) en The Conjuring (2013) heeft laten zien dat hij heel goed begrijpt hoe het horrorgenre werkt en wat de vaak helemaal niet zo enge spookhuisfilm toch heel spannend kan maken. Dit viel me op doordat ik deze films beiden net voor of tijdens oktober zag, te midden van heel wat andere horrorfilms, waaronder een paar veel minder geslaagde films over mensen die te maken hebben met nare geesten.

Wan werd geboren in Maleisië, maar groeide op in Melbourne. Na zijn Australische debuut Stygian (2000) veroverde hij in 2004 met de eerste Saw film de horrorhoek van Hollywood. Ik moet bekennen geen van deze twee gezien te hebben, en mijn idee over een stijgende lijn in zijn carrière begint dus pas hierna (Saw stootte mij altijd af vanwege de ‘torture porn’ reputatie). In 2007 maakte hij zijn twee volgende films, Death Sentence en Dead Silence, beiden niet bepaald om over naar huis te schrijven. De eerste is een harde wraakfilm gemodelleerd naar Death Wish (1974), die al niet zo goed werkt en dan ook nog eens op het eind opeens een anti-wraak moraal opwerpt die niet strookt met de rest van de film. De tweede is Wans eerste film over spoken en bezetenheid, in de vorm van buikspreekpoppen.

Helaas had Wan toendertijd het spookhuisgenre nog niet zo onder de knie, zijn moordende poppen zijn eerder belachelijk dan eng, de personages die de ‘zaak’ onderzoeken zijn niet bijster interessant of sympathiek, en daardoor staat er voor de kijker weinig op het spel. Dat laatste is een veel voorkomend euvel bij spookhuisfilms. Neem nu een recente stommiteit als Dark Skies (2013) of het een cultgevolg hebbende Sinister (2012). Beiden bevatten een net verhuisde familie die door kwade figuren uit een andere wereld worden belaagd, maar doordat ze én dom én vervelend zijn is het moeilijk met ze mee te leven. Vaders die hun carrière boven hun kinderen stellen, gezinnen waarin niemand naar elkaar luistert of elkaar serieus neemt, wat kun hun lot me schelen?

In het geval van Sinister hoopt men dan ook dat het concept zelf genoeg zou zijn, de moordende demon die om de zoveel jaar terugkeert, maar waarom? In een scène zien we de hoofdpersoon telkens omringd worden door naargeestige spoken, zonder dat hij het doorheeft. Ze zijn er puur om ons kijkers bang te maken, maar waarom deze kindgeesten gevaarlijk zouden zijn wordt pas aan het eind duidelijk. Niet bepaald goed doordacht of opgebouwd dus. Wan begrijpt tegenwoordig echter wel wat eng is. In zowel Insidious als The Conjuring worden sympathieke families achtervolgd door kwade geesten die hun lichaam willen overnemen. Geesten die niet gebonden zijn aan locaties of daarbij behorende regels.

Het is makkelijk mee te leven met de bedreigde families en de ouders die hun kinderen willen beschermen, en die empathie met de personages is wat de dreiging van de kwade figuren eng maakt. Juist de connecties tussen vaders en zonen, of moeders en dochters, is waar de demonen het op gemunt hebben. Dat in Insidious de antagonist er uiteindelijk een beetje belachelijk uitziet, deert op het moment dat hij eindelijk onthuld wordt niet meer, de spanning is dan al zover opgevoerd dat het voor mij een opluchting was dat ik niet ook nog eens daarvoor bang hoefde te zijn. Hetzelfde geldt voor de pop in de boekeindes van The Conjuring (overigens zien bepaalde geesten in beide films er wel degelijk flink eng uit).

Dit verschil met echte horrorklassiekers, die je minder makkelijk loslaten, is er misschien een van kwaliteit te noemen. Maar ik slaap er wel iets sneller door in, en vind dat niet echt een probleem. De beste horrorfilms achtervolgen me tijdenlang, en dat is indrukwekkend en lovenswaardig, maar juist daardoor kan ik er niet te vaak naar kijken. De spookhuisfilms van James Wan zijn dan wel zeer vakkundig gemaakt, ze zijn niet van dat hoogste kaliber. Desalniettemin zijn ze misschien juist wel daardoor vrij prettig om te kijken.

Een andere spookhuisfilm waar dat ook voor geldt, is Vincent Natali’s Haunter (2013), waarin een zestienjarig meisje erachter komt dat zij en haar familie vermoorde geesten zijn. Vervolgens gaat zij de strijd aan met de verantwoordelijke, al langer dode kwade geest. Een leuk concept dat goed wordt uitgewerkt, maar doordat het meisje al overleden is nooit echt eng. Wan maakt simpelere films dan deze, maar wel grotendeels behoorlijk effectieve. Ik hoop dat hij die kwaliteiten ook meeneemt naar de zevende Fast & Furious, een actiefilmreeks die met de laatste twee delen verrassend leuk is geworden.


Onderwerpen: , , , , , ,


Reageer op dit artikel