O Brother, Where Art Thou (2000)
Broederliefde: de films van Joel en Ethan Coen (8)

O Brother

O Brother, Where Art Thou (2000) ontleent zijn titel aan een film van Preston Sturgess, Sullivan’s Travels (1941). De boodschap van die film is overeenkomstig met de boodschap van Joel en Ethan Coens eerdere film Barton Fink (1991). Barton Fink rekende af met het hoofdpersonage omdat deze denkt de gewone man te dienen met films óver hun, in plaats van met de publieksfilms waar de gewone man naar vraagt. In Sullivan’s Travels leert de hoofdpersoon, een regisseur, dezelfde les als hij onderzoek doet voor het script van een dramafilm genaamd O Brother, Where Art Thou, door een aantal weken te leven als zwerver. Hij belandt onverhoopt in de cel, en leert daar de les dat “de gewone man” niet gediend is van een tragedie, maar zijn zorgen vergeet door te kijken naar komedie.

Het verhaal als ziel van Amerika

Het plot van Sullivans Travels kent vele overeenkomsten met de Coen-versie van O Brother, Where Art Thou. Een personage wordt ten onrechte doodgewaand, een aantal scènes spelen rondom het idee van zwervers die met de goederentreinen meeliften, er is een personage dat meelift met een te snel rijdende auto met een kind achter het stuur, de personages belanden in de gevangenis en weten zichzelf vrij te pleiten op een bizarre en onverwachte wijze, en een kernscène speelt zich af tijdens het bezoek van een “chaingang” (een groep aan elkaar geketende gevangenen) aan de bioscoop. Daarnaast is de setting min or meer hetzelfde: de zoektocht van een hoofdpersonage, en zijn confrontatie met de zelfkant van de Amerikaanse samenleving, in de rurale omgeving in Amerika. Voor O Brother, Where Art Thou is dat tijdens de drooglegging in Missisippi, voor Sullivan’s Travels is dat de buitenstedelijke gebieden in Californiä en Nevada. Maar er is een essentiëel verschil in wat de filmmakers zien als de ziel van Amerika. In Sullvian’s travels vermaken verhalen Amerika; in O Brother, Where Art Thou MAKEN verhalen Amerika.

De zoektocht naar de Amerikaanse ziel in O Brother is namelijk opgebouwd uit elementen uit andere queestes uit de literatuur- en filmgeschiedenis, uit volkslegendes en –tradities, uit Bijbelverhalen, uit folksongs en folklore gebaseerd op die Bijbelverhalen, etc, etc. De melting pot van Amerika brengt verschillende verhaaltradities met zich mee; verschillende fracties en rituelen, elk met hun eigen gebruiken en visie op Amerika. Bijvoorbeeld Pappy O’Daniel die mensen aan zich bindt met ouderwetse folkliedjes; of de Rhythm en Blues-traditie die voortspringt uit de Negro-spirituals; van de Klu-Klux-Klan met zijn eigen bizarre, religieus geïnspireerde rites; de gangstercultuur die welig tiert tijdens de drooglegging, en uiteraard de volkslegendes en bijgeloof waar hoofdpersoon Everett McGill zo’n afkeer van heeft, maar die hij tegen het einde aanvaard als onderdeel van zijn cultuur en afkomst.

De Odyssee van(Everett) Ulysses (McGill)

De meeste van de iconische scènes in de film knipogen naar die andere beroemde reis uit de literatuur, De Odyssee van Homerus. Personages uit dat epos die hun wederhelft vinden in deze film zijn onder andere de Cycloops, hier vertegenwoordigd door een louche Bijbelverkoper (John Goodman); hoofdpersoon Ulysses in de vorm van hoofdpersoon Everett Ulysses McGill en zijn vrouwe Penelope in de vorm van Penelope; de sirenen als schaarsgeklede vrouwen die de hoofdpersonages dronken voeren met moonshine (zelfgestookte sterke drank). Scènes die in beide vertellingen terugkeren zijn het uitvoeren van een taak die enkel Ulysses kan (in De Odyssee met pijl en boog, in O Brother door het zingen van “Man of Constant Sorrow”) en een ontsnapping van de cycloops in een vermomming (witte schapenvellen in De Odyssee, de witte lakens van de Klu-Klux-Klan in O Brother).

De gebeurtenissen zijn niet enkel te herleiden tot De Odyssee, maar ook tot andere legendes, inclusief bestaande figuren die inmiddels legendarisch zijn geworden. Robert Johnson, de beroemde Blueszanger die zijn ziel verkocht zou hebben aan de duivel, volgens het populaire verhaal, zit in deze film als Tommy Johnson. Beiden verkopen naar bekend bijgeloof hun ziel aan de duivel op een kruising, en beiden worden hierdoor virtuoze gitaarspelers. Babyface Nelson, de beruchte gangster, wordt eveneens op de hak genomen, hier als een figuur die niet tegen zijn legendarische status opweegt.

De film als ziel van Amerika en de plaats van religie

Dan zijn er natuurlijk ook de overeenkomsten met Sullivan’s Travels, maar ook andere klassieke films keren in vertekende vorm terug in O Brother. Meest opvallende is de duivel, die vertegenwoordigd wordt door een cipier met de weerspiegeling van brandend vuur in zijn te grote zonnebril; een duidelijke verwijzing naar een iconisch beeld uit Cool Hand Luke (1967). Meest saillante verwijzing is echter die naar The Wizard of Oz (1939); een andere iconische filmische reis die begint en eindigt met zwart-wit-beelden en tussendoor veel geel en groen-tinten kent. De verwijzing vind plaats wanneer de Klu-Klux-Klan in O Brother hun rites uitvoeren. De grootschalige dans die uitgevoerd wordt kent exact dezelfde choreografie als die van de bewakers die in dienst staan van “the Wicked Witch” in The Wizard of Oz.

Het amalgaan van verhalen verwijst niet alleen naar het idee dat de Amerikaanse samenleving en geschiedenis is opgebouwd uit legendes, het is eveneens een statement van The Coen Brothers over verhalen als een voorwaarde van het leven. De zoektocht van Everett is een zoektocht naar de acceptatie van verhalen, van legendes, en bijgeloof. Hij staat de hele film sceptisch tegenover de gebeurtenissen die hem overkomen, en hij leert niet van zijn fouten. Wanneer hij tegen het einde van de film eindelijk zijn weerstand opgeeft en bidt, zonder scepsis te tonen, is hij pas volledig bevrijd. Precies na deze acceptatie wordt alle ellende weggeveegd, inclusief zijn gevangenisverleden en vijanden. Het is een wedergeboorte, een doop. Het is tegelijkertijd ook een verwijzing naar het Bijbelse verhaal van Mozes, waarin de vijanden van het volk Israël worden weggevaagd door een gigantische stroom water die vanuit het niets over hun heen stort.

In dit essentiële moment in O Brother verandert de muzikale begeleiding, een Negro Spiritual van diëgetisch (in de filmwereld zelf bestaand en aanwezig) naar non-diëgetisch (alleen hoorbaar voor de kijker). Dit is dus het moment waarop de film zelf duidelijk een verhaal wordt. Van een realiteit (die van een naderende dood) verandert de film in een verhoogde realiteit (een legende), tegelijkertijd met de acceptatie van verhalen en legendes van de hoofdpersoon. O Brother, Where Art Thou gaat over de kracht van verhalen en de acceptatie van verhalen, waaronder de acceptatie en omarming van het idee dat onze realiteit, en vooral die van Amerika, niet anders is dan een aaneenschakeling van sterk aangedikte legendes.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel