Fischinger in EYE: abstracte animatie van korte duur
Een tentoonstelling zonder toeters en bellen.

10 januari 2013 · · Actualiteit + Beschouwing

Oskar Fischinger Kreise(c) Center for Visual Music

De Oskar Fischinger-tentoonstelling in EYE heeft vrij weinig om het lijf. Zodra je binnenkomt, vermoed je nog niets van dit magere aanbod. Op een groot scherm draait een spiraal manisch in het rond. Links vechten televisieschermen met flikkerende beelden om de aandacht. En vanuit een ooghoek zie je nog meer epilepsie-opwekkende schermen opdoemen. Het resultaat is zinsbegoocheling of migraine. De tentoonstelling over de avant-gardecoryfee lijkt garant te staan voor een lange achtbaanrit. Maar schijn bedriegt…

Na het vroege werk uit de jaren twintig loodst de Fischinger-tentoonstelling je naar de aangrenzende ruimte; een zaal met vier schermen die beurtelings een van de films uit de Studies-reeks vertonen. Op de maat van de muziek breken geometrische vormen uit hun strak geordende keurslijf. Het zijn proto-videoclips in slechte kwaliteit met weinig variatie, en dat keer vier. De doortocht naar zaal drie is dus al gauw een feit. De overschakeling naar kleur is hier een verademing. Komposition in Blau (1935) is één van de hoogtepunten. Het gevoel voor strakke vormen, speelse kleuren en ritme is uitmuntend. Een zinnenprikkelende ervaring. Fischinger herhaalt dit kunstje in Kreise (1933), een spel met kleurrijke ringen en is bijna even doeltreffend.

Oskar Fischinger Allegretto(c) Center for Visual Music

Fischingers frivole willekeur

In de grootste tentoonstellingsruimte worden vier films vertoond. Op volgorde van grandeur: Radio Dynamics (1946), Allegretto (1936), An Optical Poem (1937) en Motion Painting No. 1 (1947). Wederom schakelt Fischinger het hele arsenaal aan wiskundige vlakken, kleuren en beeldritmes in. Dit doet hij met verve. En toch… na een tijdje voelt de aaneenschakeling van vormen willekeurig aan. Ook de wat stemmige klassieke muziek strookt niet altijd met de frivole beeldenpracht. Zeker in Motion Painting No. 1 breekt dat de film op. Bach valt hard uit de toon. Dan was de visuele muziek van tijdgenoot Norman McLaren veel effectiever: denk aan de jazz in Begone Dull Care (1949).

De tentoonstelling biedt een mooie vogelvlucht door zijn oeuvre, daar niet van. Toch is het minimalisme even slikken na de vorige tentoonstellingen in EYE; het overdonderende Ten Thousand Waves (2010) op negen schermen en de vele Kubricks in vol ornaat. Eén zaal wordt zelfs helemaal niet benut en is alleen geschikt voor de bezoeker met acute clusterhoofdpijn. Her en der liggen nog wel animatietekeningen, muziekscores en brieven van onder andere Fritz Lang en Joris Ivens. Maar dit zijn vermakelijke curiositeiten, vooral leuk voor de Fischinger-fijnproevers onder ons. Waarschijnlijk ligt het aan het kleine oeuvre van de abstracte animator, maar extra pronkstukken hadden zeker niet misstaan!

Oskar Fischinger (1900-1967): Experiments in Cinematic Abstraction is nog tot en met 17 maart in het nieuwe filmmuseum EYE te zien.


Onderwerpen: , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel