Paringsdansen en stilistische hoogstandjes: Happy Feet (2006)

George Miller is altijd al geïnteresseerd geweest in de technische kant van film. Hij pionierde het maken van actie-films op een schamel budget met Mad Max (1979) en hij begaf zich vrij vroeg op het terrein van animatronics en computeranimatie in Babe: Pig in the City (1998). Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zich ooit zou richten op animatie. In Happy Feet richt George Miller zich wederom enorm op de technische kant, zelfs zozeer dat het verhaal er onder lijdt.

Stereotypes in animatie en Happy Feet

Aan de andere kant is het verhaal waarschijnlijk ontstaan vanuit de technische kant. Voor animatie is het noodzaak personages te stileren, te letten op hun karikaturale eigenschappen. In onze dierenwereld lopen er weinig dieren rond die zo karikaturaal zijn als pinguïns, waardoor deze zich uiterst goed lenen voor animatie. Hun licht houterige bewegingen, hun gewaggel, hun rare proporties, hun niet-geringe lengte, het zijn allemaal dingen die goed werken in animatie. Mijn vermoeden is dat zelfs het hele idee om de pinguïns musicalnummers te laten zingen grotendeels afkomstig is uit de stereotyperende kant van animatie.

Als je immers let op de lichamelijke proporties van pinguïns dan zie je dat hun borstkas bovengemiddeld groot is, waardoor zingen geen vreemde keuze is voor een karaktereigenschap. De combinatie van gewaggel, of tapdansen, en de borstkas voor het zingen leidt uiteindelijk het hele verhaal. In een pinguïn-commune waar zingen een levenswijze is blijkt de pinguïn Mumble een buitenbeentje vanwege zijn geringe talent voor zingen en gigantische talent voor tapdansen. Dit maakt hem echter een paria binnen de commune, en zorgt ervoor dat hij nooit kans zal maken in de paringsdans van de pinguïns, tot hij zelfs verstoten wordt.

Let’s talk about eggs, baby

Ook hier blijkt de keuze voor zang en dans een logische. Als er een commentaar komt vanuit conservatieve hoek over zang en dans is dat deze te seksueel zijn, lustopwekkend werken. Een idee dat inmiddels zover achterhaald is dat alleen in films als Footloose (1984) het nog een plotelement is, maar voor een dierenrijk blijken zang en dans als representatie van dierlijke lusten een logischer keuze voor het verhaal. Alle liedjes in de film gaan over liefde, seks en voortplanting, waarbij de zang en dans letterlijk gelezen kunnen worden als een paringsdans. Zelfs zo erg dat Happy Feet daar op inspeelt met stereotypes van Latijns-Amerikaans machismo. De “chicha’s” en “Boom-Chika-Wow-Wows” zijn niet van de lucht. De keuze voor seksuele subtext in de plot levert hier en daar een ongemakkelijke spagaat op voor Miller en consorten, die het kindvriendelijk willen houden, zonder daarbij de voortplantingsthematiek uit het oog te verliezen.

Daardoor is het erg opvallend dat de filmmakers in de humor niet erg vaak kiezen voor typische infantiele humor. Geen scheetgrappen, weinig postmoderne verwijzingen (op een fantastische sequentie rondom 2001: A Space Oddysey (1968) na), niet al te kinderlijke of hippe muziekkeuze, maar vooral veel classics. De film is postmodern, ja, maar niet irritant, doordat de liedjes niet gebruikt worden om humor te creëren en de humor zich meer richt op subtext in plaats van slapstick. De (ietwat flauwe) humor komt namelijk deels voort uit de seksuele context van de liedjes die “verpinguïniseerd” worden: “eggs” vervangt “seks” bijvoorbeeld. Een vondst die knipoogt richting de ouders, onschuldig is richting de kinders, en de thematiek van het nummer (voortplanting) intact houdt. Ook de rest van de humor is pinguïn-gerelateerd. De leukste, en meest subtiele grap is de donkere vlek op Mumbles borstkas die typisch lijkt op het strikdasje van een ober.

Vorm en verhaal in Happy Feet

Daarnaast is de technische kant van Happy Feet, hoewel de animatie inmiddels ietwat gedateerd is, nagenoeg perfect. George Miller kan vrijuit gaan met de animatie, wat prachtige en dynamische camerabewegingen en -standpunten oplevert. De techniek geeft hem volledige vrijheid wat onder andere zorgt voor een adembenemende duikscène, en zodra menselijke voertuigen in beeld komen een uitstekend gebruik van vertekend perspectief. Het plot is even vrij, en dat is de grote zwakte van de film. De plot vliegt alle kanten op, duidelijk geleid door de techniek in plaats van andersom. De film gaat van musical, richting familie-drama, richting meer stereotype humor, richting een halve science fiction-film, richting ecologische preek. Dat de film een eenheid blijft is vooral te danken aan de stijl van de film, zij het dat George Miller aan het einde een paar vreemde stilistische keuzes maakt. Al met al is Happy Feet een vrij aardige film die het vooral moet hebben van de cinematografische vrijheid. De film toont de kracht van George Miller, de technische en stilistische kant, maar onderstreept uiteindelijk ook zijn zwaktes, het onvermogen tot creëren van een goed, sluitend en doortimmerd plot.


Onderwerpen: , , ,


1 Reactie

  1. Erik Butter

    Ik vind deze CG pinguins er echt niet uitzien. Vooral omdat ze een realistisch lijkende pinguin, tekenfilmachtige karakter proberen te geven, wat na mijn mening nooit werkt. Het resultaat is een soort frankenstein van tekenfilm en realisme.


Reageer op dit artikel