Sonny Boy (2011)
Maria Peters en haar filmische Ministeck.

Sonny Boy

In het verband met het aankomende Nederlands Film Festival hebben we deze maand twee themaweken rondom de Neerlandse cinema. De eerste weken scharen we ons bij de massa, en bekritiseren alles wat er slecht is aan de Nederlandse film. De tweede week, om met een positieve noot te eindigen, kijken we naar wat er wel goed gaat en wat wel goede films zijn in een themaweek rondom uitmuntende Nederlandse films. We bewaren het beste voor het laatst. We beginnen echter met de dieptepunten, waarbij ik een duik in de Laaglandse beerput neem met het bizar genoeg goed gewaardeerde Sonny Boy (2011).

Sonny Boy als Ministeck film

Is Sonny Boy van Maria Peters de slechtste Nederlandse film aller tijden? Nee, er zijn veel ergere films te vinden, in welk genre dan ook. Van de incompetente horrorfilm Intensive Care (1991) tot het misselijkmakend brave familievehikel De schippers van de Kameleon (2003) en al het andere werk van Steven de Jong, en natuurlijk de verschrikkelijke racistische wanproducten als Ushi Must Marry (2013) en Zoop in Afrika (2005). Maar Sonny Boy vertegenwoordigd wat mij betreft wel wat er mis is met veel huidige Nederlandse films: het is een voorbeeld van wat ik gekscherend Ministeck Cinema noem, een term die ik in de loop van het artikel zal uitleggen, en waar ik ook veel films van Ben Sombogaart, Johan Nijenhuis, Jean van de Velde, Paula van der Oest en andere films van Maria Peters toe reken, samen met heel wat buitenlande films. Het is geen stijl, geen genre, het is een degoratieve term voor geestelijke en artistieke armoede in de filmindustrie.

De term Ministeck Cinema is genoemd naar een speelgoedproduct wat eind jaren negentig populair was. De bedoeling is dat je bekende kunstwerken en plaatjes exact namaakte door kleine gekleurde plastic blokjes vast te klikken op een ondergrond. Zo bouwde je de Mona Lisa op vanuit plastic pixels. Het ding van Ministeck is dat elk blokje functioneel is en op de essentiële plek geklikt dient te worden. Een tijdrovend werkje waarin alles klopt. Het ding met ministeck is echter ook dat er werkelijk geen enkele artistieke gedacht bij komt kijken, en dat het slechts het slaafs uitvoeren van werk is, naar voorbeeld van een ander.

Dichtgetimmerd, functioneel en fantasieloos

Ministeck Cinema is dus een makkelijke term om een film te benoemen die slaafs achter zijn eigen verhaal aanholt, zonder dat er gepoogd wordt diepgang of originaliteit mee te nemen in het maken van de film. In Sonny Boy is dit ook het geval. Alle scènes en dialoog zijn functioneel, tot het belachelijke af. Mensen zijn racistisch tegenover de Surinaamse hoofdpersoon, en de film maakt dit duidelijk door extra’s op te voeren die een lullige opmerking maken. Sergio Hasselbank kijk zielig. De boodschap is duidelijk. Werkelijk elke zin krijgt een vervolg, waardoor een aardige en originele scène rondom “het feit” dat padvinders niet huilen, enkel de opzet wordt voor een morele punchline. Het zit goed doortimmerd in elkaar, met het is ook zo hermetisch en berekend dat het aanvoelt als een dichtgeplakte Ministeck-plaat. Een flashback naar vroeger wordt enkel ingezet omdat het essentieel is voor een plotlijn (hij kan heel goed zwemmen! Zijn moeder was ook arm), maar inzicht in de personages of diepgang blijft uit.

Een ander ding wat deze film het equivalent maakt van een Ministeck Mona Lisa is dat de film duidelijk gestoeld is op Hollywood-voorbeeld. Het camerawerk en het gebruik van muziek schreeuwt Spielberg én Buitenlandse Oscar. Het is geen Nederlands product, en ondanks dat het zich afspeelt in Nederland en de thema’s Nederlands zijn (de bezetting, de verhoudingen tussen Suriname en Nederland) heeft de film een Amerikaanse smoel. Het is The Color Purple (1985) en Schindler’s List (1993) op zijn Hollands, de huismerk-variant.

Van dik hout zaagt men planken

En waar Spielberg nog enigszins probeert de situaties te nuanceren is Sonny Boy een moralistisch verkleedpartijtje. De boodschap? Oorlog is erg, racisme is erg. Een nobel streven om hier een film over te maken, maar de moraal in Sonny Boy is van dik hout zaagt men planken. De goede mensen zijn echt heel goed (afgezien van één Groningse boer, die wat bijhandelt in de hongerwinter), en zijn heiligen (geen slecht woord over Rika, Sam, Paul Vermeer en Waldemar Nods). De slechte mensen zijn echt heel slecht, en om dat duidelijk te maken zijn ze niet alleen racistisch, maar zitten ze ook allemaal bij de NSB of SS of zijn ze heel erg gereformeerd. In de wereld ben je of een mini-heilige, of een mini-Hitler. Op het moment dat de racistische collega van Waldemar Nots een gesprek heeft met een andere NSB-er over concentratiekampen en “Nederlandse verraders” die onderduikers in huis namen, terwijl zijn haar keurig één kant op gekamd is, was mij duidelijk dat je van deze film geen subtiliteit dient te verwachten. Het is jammer, want met Zwartboek (2006) en Süskind (2012) leek er net een tendens te zijn om het Nederlandse oorlogsverleden te nuanceren voorbij “je was een goeie of je was een slechte”.

Dat is waarom ik Sonny Boy gekscherend een Ministeck film noem: de film kent geen enkel origineel beeld of interessante vondsten. Het is enkel het nadoen van grotere voorbeelden. In het geval van Sonny Boy is dat het boek en Hollywood-films, in het geval van Ministeck De Nachtwacht of Van Gogh’s Zonnebloemen. Alles wordt gedaan in de basiskleuren. In het geval van Sonny Boy is er enkel zwart en wit (goed en slecht), in het geval van Ministeck tot wel veertig kleurvariaties (Ministeck wint het dus van Maria Peters). En beiden maken gebruik van enkel de functionele puzzelstukjes om in brede bewegingen een film neer te zetten. Het is slaafs, het is moralistisch, het is onorigineel, het is saai, het is een Nederlandse kaskraker.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , ,


2 Reacties

  1. Camera Obscura

    Erg eens. Goed te lezen dat Sonny Boy nog even vakkundig tot schroot wordt verwerkt. Black Butterflies van Paula van der Oest is ook een mooi voorbeeld van Ministeck. Valkundig gepolijst prijzenvoer, maar alles is van duur plastic zonder ook maar een snippertje persoonlijkheid.

  2. Thiver

    Ministeck-cinema, eindelijk een term waar ik iets mee kan! Vandaag toevallig ‘Hoe duur was de suiker’ gezien… Een film die weliswaar niet het bedroevende niveau van Black Butterflies heeft, maar wel een prima voorbeeld is om de term toe te lichten.


Reageer op dit artikel