The Great Gatsby (2013)
“Can’t adapt the book?…Why of course you can, old sport!”

31 mei 2013 · and · Kritiek

F. Scott Fitzgeralds The Great Gatbsy (1925) is een literaire klassieker die niet voor de eerste maal is verfilmd, maar is er ooit eentje echt memorabel geweest? Fedor en Rik bekeken de laatste versie en delen in deze volgorde hun kritiek. Waar schort het aan?

Fedor: Een tot de verbeelding sprekend figuur rechtvaardigt een tot de verbeelding sprekende interpretatie, is wat de Australische regisseur Baz Luhrmann moet hebben gedacht bij aanvang van zijn extravagante voorstelling van de Amerikaanse roaring twenties-klassieker. En geef hem ongelijk: het eerste half uur spat werkelijk van het scherm af waar de postmoderne videoclipkitsch van ons tijdperk zich comfortabel nestelt in de bandeloosheid van de drooglegging. Het is niet de eerste keer dat Luhrmann de kijker direct met een stilistische climax overweldigt. In Moulin Rouge! (2001) deed hij immers exact hetzelfde door even vrolijk ‘Smells Like Teen Spirit’ te combineren met de cancan, dus dat veel kijkers zich nog steeds storen aan zijn anachronistische cocktail van smaakversterkers, heeft denk ik meer te doen met dat Gatsby als literair personage voor velen een authentieker stukje Amerikaanse cultuur representeert, dan een romantische fantasie in Parijs.

Het verhaal spreekt tot aan het punt waar Gatsby nog een enigmatisch figuur blijft ook daadwerkelijk tot onze verbeelding, maar het is tegen de achtergrond van Gerswhins’ ‘Rapsody in Blue’, wanneer DiCaprio zich voor het eerst voorstelt als het titelpersonage, dat er de eerste barsten ontstaan in de illusie die zowel de verteller (Maguire) als de kijker vakkundig had gehypnotiseerd. Gatsby’s zelfbewuste glimlach, waarmee hij als een Orson Welles uit The Third Man (1949) ons direct weet te charmeren, is het cruciale punt waar de postmoderne invulling zich als meer zal moeten bewijzen dan een zoveelste knipoog: het moet garant staan voor het plot dat volgen gaat. Hier treedt namelijk het werkelijke drama uit de schaduw van de onwerkelijke omlijsting; hier is waar de anticipatie ingelost zal moeten worden, en hier is waar het dan ook snel mis gaat, want een vergelijking met Orson Welles maakt nog een Citizen Kane (1941), een Daisy is nog geen Rosebud.

Het eerste gebrek schuilt in DiCaprio: hij is in mijn ogen meer een acteur van techniek en maniërisme, dan dat hij een wezenlijk inzicht lijkt te bieden in wat zijn personages doormaken. Hij maakt ze niet uniek genoeg en dat reduceert ze vaak tot variaties op zijn eigen acteerstijl, of het nu woede, verdriet of optimisme betreft; of het nu Shutter Island (2010), Inception (2010) of Django Unchained (2012) is, de acteur achter het personage blijft te zichtbaar. Een karakter durven creëren naar je meest diepe angsten, jezelf zo verliezen in een rol dat je als een door de media uitgelichte Hollywoodster in feite onzichtbaar wordt voor de kijker is ook geen ingestudeerde act, maar een ontsnappingskunst die aan weinig gegeven lijkt. Er zijn zeker een aantal acteurs en actrices op te noemen die in aanmerking komen, maar DiCaprio blijft naar mijn idee nog steeds te veel zichzelf in elke rol.

De tweede kwestie zit hem erin dat fatale romantiek die volgt op de prikkelende introductie, zich ontvouwt als een twee uur durende anticlimax die op een te trage manier toewerkt naar de eigenlijke climax, die van het drama. Luhrmann doet in dit tijdsbestek weinig eer aan het boek wanneer hij de personages onder zijn regie in dienst blijft stellen van zijn kleurrijke stijl in plaats van dat de verhouding langzaam andersom zijn functie verkent. Tobey Maguire acteert als een Peter Parker zonder alter ego en de raamvertelling smoort eerder de emotionele impact van het drama, dan het erdoor wordt versterkt: zijn verteller Nick Carraway blijft daardoor een te kleurloos personage. Carey Mulligan als Daisy Buchanan is evenmin memorabel als de passieve love interest, alleen Joel Edgerton weet als haar arrogante man Tom Buchanan het scherm te domineren met een fysieke botheid waar een Ernest Hemingway trots op was geweest.

Dat uiteindelijk ook de dreigende nabijheid van The Waste Land, het desolate gebied tussen Manhattan en Long Island, verdrinkt in de symboliek van hoe wij letterlijk het naderende onheil van de personages zien aankomen, onderstreept nogmaals dat juist een niet uit te drukken anticipatie meer prikkelt dan een voorspelbare ontknoping, het verbergen meer fascineert dan het tonen, wat ook deze verfilming tot een gemiste kans maakt, omdat de vermakelijke kitsch in de stijl, die zo sterk aan de oppervlakte schijnt, ook de diepte van het drama wegneemt.

Rik: Betovering is het sleutelwoord bij Luhrmanns The Great Gatsby. Zoals Gatsby met zijn feesten pronkt om Daisy zijn wereld binnen te trekken, zo pakt Luhrmann uit om de kijker voor zich te winnen. De keuze voor 3D is dan ook een gerechtvaardigde en geslaagde. De visuele wervelwind die het eerste half uur is, wordt nog hypnotiserender, nog onwerkelijker. Er wordt een energie getroffen die ik me voorstel bij het romantische idee van de roaring twenties. Een overdrijving waarschijnlijk, want zelfs in de boeken van F. Scott Fitzgerald is dat ‘stormachtige’ wat mij betreft minder terug te vinden dan men gewoonlijk doet voorkomen. Bij Luhrmann resulteert het in een musicalachtige idylle, waarin zelfs de taxichauffeur een en al voorkomendheid is.

Dat sprookje maakt al snel plaats voor een verkenning van de duistere onderstromen. In dezelfde suikerzoete stijl uiteraard, zodat definitief gebroken wordt met de meer melancholieke, bespiegelende aard van Fitzgeralds roman. Nee, The Great Gatsby ontpopt zich tot een melodrama in jaren ’50 stijl; het betere kitschwerk van de grote gebaren. Als subtiel zwart randje verstopten een Douglas Sirk of Nicholas Ray nog wel eens subversieve boodschappen tussen het vuurwerk. Zo’n persoonlijke noot mist The Great Gatsby, die het eerder gooit op het uitvergroten van de, toentertijd wellicht nog als subversief te beschouwen, boodschap van het overbekende bronmateriaal.

De omvang van de film doet een vuistdikke pil vermoeden. Fitzgeralds roman is echter van een knappe compactheid; meer een vlotte schets dan een uitgerekte tragedie. Dat Luhrmann dit er wel van maakt, plaatst de personages in een andere rol. Met hun zelfzuchtigheid maken ze in de roman vooral deel uit van een idee, de ontleding van de Amerikaanse Droom. Als zodanig prima te accepteren, maar er moet niet meer van gevraagd worden. Behalve Gatsby zijn het namelijk nauwelijks uitgewerkte personages. In een film waarin ze zo’n 2 uur aan drama moeten dragen, gaat dat opbreken.

Misschien schuilt hier wel een van de redenen in waarom The Great Gatsby schijnbaar zo moeilijk goed te verfilmen is. Met een fikse inkorting in de tweede helft en het (daarmee) intact laten van wat meer raadselachtigheid, zou Luhrmann een eind gekomen zijn. Nu heerst vooral de teleurstelling dat de veelbelovende stilistische interpretatie niet het antwoord blijkt op de vraag hoe het reflectieve tweede deel aan te vliegen. Het thema van de ontnuchterende werkelijkheid achter de betovering, blijkt maar moeilijk te vangen met een betoverende filmstijl.


Onderwerpen: , , , , , , ,


2 Reacties

  1. Titus

    Bedankt Fedor voor het omschrijven van waar ik me altijd zo aan geërgerd heb bij DiCaprio, dacht dat ik de enige was…
    Is deze film volgens jullie beide wel de moeite van het zien waard, of mis ik niks als ik ‘m oversla?

  2. Fedor Ligthart

    Dat moet je denk ik zelf uit beide recensies concluderen; dat kan ik niet voor jou beslissen. Maar je tweeënhalf uur ergeren aan tekortkomingen in het acteerwerk en script kunnen wel de moeite waard zijn wanneer het je eigen kritiek prikkelt. En visueel is hij hoe dan ook meer dan prikkelend te noemen.


Reageer op dit artikel