The Ladykillers (2004)
Broederliefde: de films van Joel en Ethan Coen (11)

Ladykillers

The Ladykillers (2004) is de eerste officiële remake van de hand van Joel en Ethan Coen, hoewel ze eerder films maakten geinspireerd door andere films. O Brother, Where Art Thou (2000) stoelde op Sullivan’s Travels (1941), Miller’s Crossing (1990) op eerder verfilmde verhalen van Dashiel Hammet en The Hudsucker Proxy (1994) op het werk van Howard Hawks en Frank Capra. The Ladykillers haalt de mosterd bij Alexander Mackendrick’s The Ladykillers (1955) met Alec Guinnes en Peter Sellers. Opvallend dat dit de eerste volledige remake (in naam) is van de gebroeders Coen, want de film gaat letterlijk over een nieuwe generatie die een oudere generatie om zeep probeert te helpen. Veel van de (vaak terechte) kritieken op de remake van The Ladykillers hangt samen met de nieuwe invloeden: van de modernere, meer scatalogische vorm van humor, tot de geforceerd hippe hip-hop soundtrack en de urban slang van Gawain MacSam. Het lijkt dat de Coen Brothers bewust zijn gegaan voor deze trendy elementen, want een samenbindend thema in elk van de onderdelen van de film is het onbegrip van vorige generaties naar nieuwe generaties en vice versa, en bovenal troep en trash als toekomstbeeld.

Generatiestrijd

De boodschap van de film wordt samengevat in een dialoog tussen de schurk G.H. Dorr (Tom Hanks) en zijn beoogde slachtoffer Marva Munson (Irma P. Hall): “You can read all ‘bout it in the bible, ain’t nothing new under the sun”. Het vat de twee grote thema’s van de film samen: het idee dat de geschiedenis herhaalt, in dit geval dat de nieuwe generatie altijd de oudere zal vervangen en dat ouderen hier altijd over zullen klagen, en de Bijbelse teneur van de personages. Hemel en hel spelen een grote rol, en staan eveneens voor toekomst en verleden.
Marva Munson staat symbool voor een groep mensen in de film, de onschuldige slachtoffers van Dorr en zijn handlangers, die bijna allemaal mensen op leeftijd zijn en van een Afro-Amerikaanse achtergrond. De politieman, behorend tot deze groep, geniet van de relatieve rust van zijn baan, en klaagt over zijn neefje, en droomt over zijn toekomstige vakantie waarin hij in een bootje gaat vissen. Marva Munson klaagt over de jongere generatie en hiphop muziek, praat over haar verlangen om naar de hemel te gaan en geniet van de theekransjes met de inwonende schurk G.H. Dorr die zich eveneens voordoet als een man die terugverlangt naar het verleden. Zijn uiterlijk is dat van een ouderwetse vaudeville-schurk, hij leest Latijn en oud-Grieks, quote Edgar Allen Poe, en doet zich voor als een muzikant van Renaissance-muziek.

De jongere generatie bestaat onder andere uit Gaiwan, die praat in Urban Slang, luistert naar hip hop, en bewust probeert te vallen in de stereotypes van een jonge generatie Afro Amerikanen. Je hebt ook Lump Hudson, de domme jock in de groep, en tussengeneratie figuren als Garth Pancake en The General, die qua gedrag ergens tussen de oudere generatie en de nieuwe generatie invallen. Deze groep, inclusief wolf in schaapskleren G.H Dorr probeert af te rekenen met Marva. Terwijl Marva geen goed woord over heeft voor de nieuwe generatie met hun “hippity-hop” en hun “blasphemy”, wil Gaiwan letterlijk afrekenen met het oudje door haar op de vuilstapel te gooien. Gaiwan wordt voor het eerst geintroduceerd als hij het afval opruimt, en afval speelt constant een grote rol als metafoor voor het generatieconflict.

The Ladykillers en afval

Een terugkerende plek als motief in de film is de vuilstortplaats. Het afval van de tunnel die Dorr, Gaiwan en hun handlangers graven in het huis van Marva wordt via afvalsloepen gedumpt op een vuilniseiland in de rivier. We zien deze plek talloze keren, en het is de bestemde plek voor Marva. Een voor een vallen de schurken zelf bij bosjes en worden ze op een enkeltje vuilstortplaats gezet. De vuilstortplaats staat dus voor de ouderen die door de nieuwe generatie opgeruimd dienen te worden, maar tevens voor de jeugd die geen toekomst heeft (want ze belanden op een retourtje vuilstort) en die luisteren naar trash, en zich gedragen als trash.

Het is tekenend dat de eerste die een ritje vuilstort krijgt Gaiwan is, wanneer hij niet in staat blijkt te zijn af te rekenen met Marva, die hem te veel herinnert aan zijn moeder. Hij staat direct in lijn van Marva, en kan niet afrekenen met het verleden. De soundtrack bevestigt dit verder door Marva te associeren met Gospel-muziek, en Gaiwan met Hip hop. Regelmatig lopen de gospeltracks over in hip-hoptracks, en zo wordt muzikaal de link gelegd tussen heden en verleden, die niet van elkaar vallen los te koppelen. Hoeveel Gaiwan ook klaagt over Marva, zijn muziek stamt wel van de hare af. Hoeveel Marva ook klaagt over hip-hop en urban subculturen, het ligt direct in de lijn van haar generatie.

Hemel en hel

Het thema van gospel en devotie wordt ook gekoppeld aan de vuilstortplaats. We zien de vuilstortplaats voor het eerst in de film wanneer een oud gospelnummer speelt, “Let’s go back to God”, dat we nog een paar keer horen wanneer de vuilstortplaats in beeld komt. De vuilstortplaats, oftewel de plek waar stoffelijk overschot terecht komt, is de hemel, het hiernamaals. De vuilstortplaats is dus niet alleen een negatieve belichaming van de toekomst van de mensheid, het is ook een hoopvol baken na de dood. Maar de vuilstortplaats kan net zo goed de hel zijn. In een preek tijdens een van de kerkdiensten die Marva aandoet, spreekt de dominee over de hel als afvalhoop. God rekent af (“He smites”) degenen die niet willen luisteren, en die laat hij achter op de vuilnisbelt.

De tweeledigheid rondom afval als zowel hemel en hel keert ook terug in Marva’s houding tot de jeugd. Aan de ene kant vind ze jongeren hels, aan de andere kant stort ze de miljoenen die ze aan het eind van de film overhoudt op de rekening van een universiteit. Het geld van Dorr, die de hele film als de duivel wordt neergezet, krijgt zo een goede functie. Dorr begint de film als een soort van vampier, en is duidelijk een verleider richting Marva: “Don’t lead me into temptation” zegt ze, en “You devil-talk all you want”. Maar door zijn acties houd ze een lading geld over dat ze voor het goede kan gebruiken. Alles in de film is genuanceerder dan gedacht: Marva is oud en belegen, maar ook een goed mens; de jeugd is irritant en leeghoofdig, maar ook de toekomst; de bankroof is slecht, maar heeft goede gevolgen; de vuilstortplaats is symbool voor de hemel én de hel; The Ladykillers is een slechte hedendaagse versie van een klassieker uit het verleden, die de slechtheid van het heden en het klassieke van het verleden nuanceert.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel