The Lone Ranger (2013)

7 augustus 2013 · · Kritiek

The Lone Ranger

“Nature is out of balance.” Het is een zin die veelvuldig terugkeert in Disney’s The Lone Ranger (2013), een nieuwe blockbuster van het Pirates of the Caribbean-trio Jerry Bruckheimer (producer), Gore Verbinski (regisseur) en Johnny Depp (hoofdrolspeler). The Lone Ranger was bedoeld als een moderne update van de klassieke radiohoorspel uit de jaren ‘30 en verschillende comic en televisie-spinoffs. The Lone Ranger, het Amerikaanse western-icoon, keert terug in de vorm van Armie Hammer, maar de grote aandacht gaat uit naar Johnny Depps Tonto, die gepromoveerd is van sidekick uit de originelen tot de sterattractie. De discrepantie tussen titelfiguur en hoofdpersonage is de eerste illustratie van een film uit balans. Een film die door keer op keer de disbalans in de verhalende omgeving kenbaar te maken letterlijk de aandacht vestigt op de disbalans van de film zelf. Want The Lone Ranger is een film die heel erg met zichzelf in de knoop zit: op niveau van boodschap, verhaal en toon is constant de worsteling te zien die Verbinski en schrijvers John Haythe, Ted Elliot en Terry Rossio hebben met hun personages, hun setting en de studio. [Disclaimer: De rest van de recensie bevat enkele milde spoilers]

The Lone Ranger als fossiel en de vooruitgang als villain

Het grote probleem zit hem in de personages en hun antagonisten. The Lone Ranger is, al vanaf zijn conceptie, een nogal brave, kleurloze figuur, een cowboy met een morele code, die een schoolvoorbeeld van het moralisme uit jeugdprogrammering uit de beginperiode van de radio en televisie. Hij is nobel, zonder enige moreel problematieke kantjes, een man die even onbezoedeld is als zijn gigantische witte Stetson.

Ook Tonto was, ondanks de weinig politiek correcte “Indiaanse” zinsformuleringen en stereotype “Indiaanse” gebruiken, ook zo lief en onbedorven als maar kan zijn. Het zijn fossielen uit een tijdperk waarin jeugdvermaak erg braaf was, ondanks onbedoeld racisme. The Lone Ranger is in deze film ook een nogal kleurloos figuur, ondanks de charismatische vertolking van de vrij aardig acterende Armie Hammer. Johnny Depp is een nogal problematische Tonto, waarover later meer, maar is toch vooral Jack Sparrow in het wilde westen met een raaf op zijn hoofd. Zij vechten tegen een malafide complot dat draait om “progress”. Aan de boodschap van de film ligt ten grondslag dat het kapitalisme verantwoordelijk is voor genocide, vernietiging, maar ook voor vooruitgang. Vooruitgang brengt offers die moreel niet te verantwoorden zijn, en het zijn The Lone Ranger en Tonto die vechten tegen de immorele kant van kapitalisme en vooruitgang. De boodschap van de vele villains (de film heeft er een stuk of drie, exclusief hun tientallen “hench-men”): “adapt or die”. The Lone Ranger wordt door de schurken gezien als archaïsch, een fossiel, die weigert mee te doen aan de vooruitgang.

Het probleem is dat de film ons niet weet te overtuigen dat The Lone Ranger niet een fossiel is, een icoon uit vervlogen tijden. Hij heeft iets ouderwets, en ondanks zijn schijnbare overwinning, problematiseert de film zichzelf. Want we weten dat de vooruitgang waar The Lone Ranger tegen vecht uiteindelijk doorzet, ten koste van alle personages in de film die door The Lone Ranger geholpen worden. De film spreekt dit zelf niet uit, maar door de film te beginnen als een raamvertelling waarin we slechts restanten zien van het wilde westen bemoeilijkt de film onbewust de euforische overwinning aan het eind. “You can’t stop progress”, sneert één van de villains richting The Lone Ranger. De film bevestigt het gelijk van de schurk, zonder dat men het zelf door heeft. Het is één exponent van de worsteling van de film tegen zichzelf.

Financiële flop

Probleem is zelf dat de film op dit punt ook nog eens extreem hypocriet is. Een boodschap tegen het kapitalisme in een Disney-film? Ik hoop niet dat ik de ironie hoef uit te leggen. Het doet me sterk denken aan bijvoorbeeld Wall-E (2008), dat ondanks de kwaliteit van de film, zijn milieu-positieve boodschap ernstig bemoeilijkte door de duizenden plastic Wall-E speeltjes in Happy Meals. Daarnaast is de sneer dat The Lone Ranger een fossiel is, die zich niet aanpast aan veranderende tijden, erg ironisch als je bedenkt wat de ontvangst van The Lone Ranger in Amerika was. De film geldt als een gigantische flop voor Disney, iets meer dan een jaar na die andere gigantische mega-flop John Carter (2012). In de tijden van Video on Demand, gigantisch Torrent-gebruik door de halve wereld, mega-flops van blockbusters, innovatieve televisieseries en de opkomst van hybride mediavormen (web-series, video-apps, etc) voelt The Lone Ranger met zijn budget van 250.000.000 dollar (serieus) als een laatste adem van een dinosaurus die niet weet dat hij stervende is. Ironisch genoeg zet Disney in Nederland de film op de markt in tv-spotjes als “Dé bioscoophit”. Een hit kan het toch echt niet genoemd worden.

De flop lijkt enkel te bevestigen dat dit soort budgets enkel nog voorbehouden zijn aan een handvol blockbusters per jaar, die waarschijnlijk allemaal gebaseerd zullen zijn op bewezen succesformules. Disney ageert dus tegen het gebrek aan aanpassingsvermogen en de excessen van het kapitalisme in een film die illustratief is voor beiden. En ondanks dat het geld zeker op het doek te zien is voelt het nogal zonde van het geld. De film ziet er namelijk fantastisch uit, zeker in de authentiek aanvoelende western-panorama’s, en bevat enerverende actiescènes, waarvan zeker de prijs van het bioscoopkaartje waard is. Toch bleef ergens in mijn achterhoofd steken dat Buster Keaton dit jaren geleden net zo goed deed in The General (1926), waarvan de actiescènes op, om en rondom een stoomlocomotief duidelijk een inspiratiebron vormden voor de toon, humor en dynamiek van de finale met de stoomlocomotief in The Lone Ranger.

De rol van de Native American in The Lone Ranger

The Lone Ranger is dan ook een retro-film te noemen, die duidelijk gestoeld is op westerns, serials en slapstick-films uit de Golden Age van Hollywood. Buster Keaton is niet ver weg, net als John Wayne, maar ook een ander filmisch icoon die een pastiche was op de klassieke serial is niet ver om de hoek: de film voelt regelmatig aan als het Western-equivalent van een Indiana Jones-film. Gore Verbinski maakte eerder superieure filmpastisches als Pirates of the Caribbean en, voornamelijk, Rango (2011), en ook hier is de toon duidelijk tegelijkertijd klassiek en postmodern. Hier levert dat enkele problemen op. Waar Pirates of the Caribbean: Dead Man’s Chest (2006) al enkele problematische raciale stereotypes bevatte, daar bevat The Lone Ranger een nogal stereotype benadering van Native Americans. Bij Dead Man’s Chest maakte het niet zozeer uit, omdat het totaal losgekoppeld was van alle realiteit. De kannibalen deden meer aan als een ode aan King Kong (1933) dan een schoffering van een bestaand ras of volk.

In The Lone Ranger hinkt Gore Verbinski echter op twee gedachten en hier bevindt de film zich eveneens uit balans. Aan de ene kant willen Verbinski en zijn scriptschrijvers een punt maken over hoe Native Americans behandeld zijn door Westerlingen, aan de andere kant bedienen ze zich van racistische stereotypes. Deze benadering botst: zo hebben we scènes waarin de genocide van Native Americans aangekaart wordt, gevolgd door een scène waarin Tonto in gebroken Engels praat over “spirit animals” en de raaf op zijn hoofd probeert te voeren. Het vergt nogal een aanpassingsvermogen van het publiek om kaas te maken van deze rare veranderingen in toon, en wanneer de hilarische slapstick-sequentie aan het eind direct volgt achter een massaslachting van Comanche, voelt dat nogal ongemakkelijk.
Zeker wanneer de film zich bedient van stereotype knipogen naar de natuurgodsdiensten van Indianen, zoals de aanwezigheid van gepraat over Wendigo’s, “Spirit Animals”, “cursed rocks” en de (on)mogelijkheid van transformatie in dieren bedient de film zich van stereotypes die het best omschreven kunnen worden als een moderne equivalent van Magical Native American (een variant op het kwalijke cliché van The Magical Negro) of het racistische stereotype van de Nobel Savage. Het vergt dan ook wat lef om je te bedienen van die clichés en vervolgens een boodschap te proberen te verkondigen over de marginalisering van Native Americans.

Lees verder op pagina 2

Bladzijdes: 1 2


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


1 Reactie

  1. beavis

    even los van dit interessante stuk waar verder weinig op aan te merken valt (behalve dat er iets van herhaling nog uit geschrapt zou kunnen worden om het nog iets meer to-the-point te maken), Theo, gooi ik graag de volgende gedachte even in de groep:

    ik vraag me af of de “grote problemen” die critici/mensen met deze film hebben misschien vooral voortkomt uit een doorgeslagen politieke correctheid (eventueel aangewakkerd door een Johnny Depp moeheid, dat wil ik er verder even buiten laten, ik vond hem wel weer erg aardig “zijn ding doen”)? Verbinski werkt tenslotte met genre cliche’s naast dat hij er, zoals altijd, kwistig op los citeert uit andere films (wellicht als de over bekende post-moderne knipoog, wellicht om zich verbonden te voelen met de filmgeschiedenis en aan te geven dat hij vooral een film maakt in dié context en niet zozeer in een werkelijk historische) en geeft met zijn vertelstructuur ook al vanaf de eerste scene aan dat we te maken hebben met een onbetrouwbare verteller die een grootse mythe aan een klein jochie aan het uitbeelden is… in dat kader kon ik wel erg van het verhaal, de rariteiten en de capriolen genieten zonder me ook maar een moment bezwaard of geconflicteerd te voelen over boodschappen die met elkaar in de knoop zouden liggen…


Reageer op dit artikel