The World’s End (2013)

12 november 2013 · · Kritiek

Worlds End

Het is een reünie. Edgar Wright, Nick Frost en Simon Pegg werken opnieuw samen aan een film, de derde in wat ze de Three Cornettos-trilogie noemen. Na Shaun of the Dead (2004) en Hot Fuzz (2007) is het nu tijd voor The World’s End (2013), een film die bijna de Nederlandse theaters niet bereikt had, maar door een succesvolle petitie gelukkig hier alsnog draait. Alsof de filmmakers zelf doorhadden dat ze veel hooi op hun vork namen door een vervolg te maken op twee geliefde films, gaat The World’s End zelf ook over reünies, en hoe teleurstellend deze soms kunnen zijn. Ze hadden zichzelf niet hoeven indekken, The World’s End is een overtuigend slotstuk, die nieuw licht schijnt op de vorige twee Cornettos.

Vrijheid of sleur

Protagonist Gary King is altijd blijven steken in het verleden. Hij is een alcoholist en junkie, die nog altijd terug wil naar de tijd dat hij en zijn vrienden de kroegen afstruinden van Newton Haven. De pubcrawl moet voltooid worden, wat Gary betreft, en hij zadelt zijn vroegere vrienden Andy, Steven, Oliver en Peter op met de last de epische tocht van twaalf pubs en twaalf pinten te voltooien. Ook al zitten de “onderdanen” van Gary, die allemaal genoemd zijn naar een rang in een ridderorde (Andy Knightley, Oliver Chamberlain, Peter Page en Steven Prince), hier totaal niet op te wachten, toch gaan ze mee. Al snel blijkt dat Newton Haven niet meer is wat het was, en dat het toch al slaperige dorp nog meer ingeslapen en geordend lijkt dan te voren. Steven wijt het aan “Starbucking”, grote corporaties die kleine zaken opkopen, om “zo authentiek mogelijk” over te komen. Het blijkt een metafoor voor het gevaar in The World’s End, waar sinistere krachten samenspannen onderwijl proberend een vriendelijk uiterlijk voor te houden.

De kracht van The World’s End is dat de film gaat over de teleurstelling van het herleven van het verleden. Niets blijkt hetzelfde als toen je kind was en de sleur van de tijd heeft zijn tol, niet alleen op vriendschappen, maar ook op het gevoel van onoverwinnelijkheid. Gary heeft zich altijd onoverwinnelijk gevoeld, maar nu hij een schaduw is van zichzelf, probeert hij koste wat kost zijn oude glorie te herleven. Dat hij er enkel pathetisch uitziet lijkt hem niet te deren. Hij ageert tegen “starbucking”, tegen het feit dat zijn vrienden allemaal werken voor grote corporaties, allemaal verantwoordelijke banen en gezinnen hebben. Settelen is in de ogen van Gary King de dood.

Persoonlijk drama op kosmische schaal

Dat de crisis tussen Gary en Andy uiteindelijk zich af gaat spelen op kosmische schaal is een van de sterkste vondsten van de film. Waar in Shaun of the Dead en Hot Fuzz de thema’s min of meer verstopt zaten onder de humor, daar is The World’s End overduidelijk over de boodschap: er zijn twee keuzes wanneer men volwassen wordt, en beiden zijn verschrikkelijk. Of je vrijheid behouden, maar volledig buiten de maatschappij opgroeien en dus nooit volwassen worden, of volwassen worden, je aan de maatschappij binden, maar daarbij je vrijheid opgeven. Waar thema’s als volwassenwording, je plaats in de maatschappij en assimilatie binnen grotere structuren met verlies van de eigen identiteit ook al speelden in Shaun of the Dead en Hot Fuzz, daar worden deze themas hier aan elkaar verbonden, tegen elkaar uitgespeeld en op grote schaal uitvergroot. Subtext word tekst, en in deze opzet is The World’s End het perfect thematische slotstuk van de trilogie. De personages zijn volwassener, de cast en crew zijn volwassener, en de thema’s worden op een meer volwassen manier uitgewerkt.

Helaas wordt hiermee wel een deel van de humor opgeofferd. The World’s End is dan wel de meest gebalanceerde en de meest volwassen film van het drietal, het is eveneens de minst grappige. Het zegt veel dat de twee grootste lachmomenten terugverwijzingen zijn naar de vorige twee films. De schaterlachen van Hot Fuzz en Shaun of the Dead zijn vervangen voor een brede grijns. Toch is duidelijk dat Wright ook in komische timing gegroeid is als regisseur. De montage is nog gelikter dan voorheen en de komische structuur zit beter in elkaar. Zo zijn de verwijzingen naar de Arthur-mythe erg slim gevonden, is de verhaallijn van de gehele film min of meer verstopt in de naam van de pubs, en doet Gary King op eenzelfde subtiele wijze zelf de loop van het verhaal uit de doeken in de eerste scène. Edgar Wright is ook duidelijker sterker geworden in actie-choreografie, met een aantal werkelijk briljante vechtscènes, waarbij vooral Nick Frost opvalt vanwege zijn verrassende soepelheid. Edgar Wright is gegroeid, en als de introspectie en vakkundigheid die dat oplevert betekend dat de humoristische glans er een klein beetje van af is, dan geeft dat niets. Dat is nu eenmaal het offer van opgroeien, ondanks de koppigheid van de Gary Kings in de wereld.

★★★★☆


Onderwerpen: , , , , ,


Reageer op dit artikel