Une aussi longue absence (1961)
Een onterecht vergeten Nouvelle Vague-film

17 augustus 2013 · · Kritiek + Nouvelle Vague

Une aussi longue absence

Van alle Nouvelle Vague-filmmakers is Henri Colpi één van de minst bekenden. Ten eerste behoort hij tot de Rive Gauche-stroming (naast Colpi bestaande uit o.a. Agnès Varda, Jacques Demy en Alain Resnais), die net wat minder populair is dan de groep van de Cahiers du Cinéma (o.a. Jean-Luc Godard, François Truffaut, Claude Chabrol en Eric Rohmer). Ten tweede werd hij overschaduwd door de andere Rive Gauche-regisseurs qua naam en werk, en ten derde maakte hij maar een handvol films, waaronder zijn debuut Une aussi longue absence (1961). Deze film geldt als enigszins vergeten, zeker als je je bedenkt dat de film in 1961 de Palme d’Or op Cannes heeft gewonnen. Deze prijs werd dan wel gedeeld met Viridiana (1961) van Luis Buñuel. Nog een manier waarop de film uiteindelijk overschaduwd werd, en een soort van uit het collectieve bewustzijn is verdwenen. Dat is zonde, want Une aussi longue absence is een uitstekende film.

Het forceren van het verleden

Thérèse Langlois, wiens naam dankzij de constante herhaling in de film niet vergeten zal worden, is een uitbaatster van een café. Thérèse wordt fantastisch vertolkt door de extreem ondergewaardeerde actrice Alida Valli (Suspiria (1977), Les yeux sans visage (1960), The Third Man (1949)), die haar warmte en wanhoop meegeeft. Ze is de spil van de buurt waarin ze woont, en heeft voor iedereen een praatje over. Toch kan ze het verleden niet loslaten, aangezien haar man aan het eind van de tweede wereldoorlog spoorloos verdween. Dan duikt er een zwerver op, die al dan niet haar verloren man is. Ze klampt zich vast aan dit idee, want deze zwerver is immers zijn geheugen kwijt en kan dus zeer mogelijk haar man zijn. Twijfel van familieleden en vrienden staat ze niet toe, en al snel probeert ze het verdwenen geheugen van de zwerver te forceren, en hem in de rol te drukken van Robert Langlois.

De film laat in het midden of de zwerver wel haar man is of niet. Het belangrijkste is dat Thérèse het heilig gelooft, en probeert koste wat kost de zwerver in haar referentiekader te drukken. Dit doet ze door haar eigen herinneringen constant te herhalen tegenover de zwerver. Op opzichtige wijze vertelt ze haar geschiedenis in de derde persoon, evenals de geschiedenis van haar man. “Ken je nog Thérèse Langlois en haar man Robert Langlois” zegt ze opzichtig tegen haar schoonouders in de aanwezigheid van de zwerver, ondanks dat de schoonouders er niet overtuigd van zijn dat dit hun zoon is. Door zichzelf en haar man van buitenaf te bekijken, hun herinneringen te externaliseren, hoopt ze dichterbij te komen bij wat potentieel haar man is. Ze probeert binnen te dringen door naar buiten te brengen. Ze probeert haar vermoedens te bevestigen, authentiek te maken, door ze te forceren.

Colpi’s collega’s

Daarmee geldt de film als een meer rechtlijnige, ingehouden voorloper van L’année dernière à Marienbad (1961). Ook daar worden herinneringen in twijfel getrokken én gecreëerd door ze te externaliseren. Ook daar weigert een van de mensen in het potentiële stel aanvankelijk het potentiële liefdesverleden te aanvaarden. Het is dan ook opvallend dat Henri Colpi zelf de editor was van L’année dernière à Marienbad en het script van Une aussi longue absence geschreven is door Marguerite Duras, die mede bekend is vanwege haar script voor Hiroshima, mon amour (1959). Hiroshima, mon amour werd eveneens gemonteerd door Henri Colpi en eveneens geregisseerd door Marienbad’s Alain Resnais. Colpi bevindt zich dus duidelijk in het illustere rijtje van Duras en Resnais, maar ook hier legt zijn film het af in vergelijking met het superieure L’Année dernière à Marienbad en Hiroshima, mon amour. Henri Colpi bewijst met Une aussi longue absence een uitstekend regisseur te zijn, maar helaas is zijn beste werk toch als editor. Door zijn samenwerkingen met collega’s zet Colpi zichzelf per ongeluk in de schaduw, ondanks zijn bekwaamheid als regisseur an sich. Une aussi longue absence verdient het opnieuw bekeken te worden; is het niet als prima film op zichzelf, dan is het als een aardige voetnoot in de geschiedenis van de Nouvelle Vague en de Gouden Palm.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


1 Reactie

  1. Camera Obscura

    Misschien geen geweldige film, maar leuk dat Henri Colpi wat aandacht krijgt.

    Er zijn nogal wat van die vergeten nouvelle vague-achtige films uit die jaren 1961-63, meen dat er meer dan 150 debuutfilms in die periode in Frankrijk alleen al de zalen in rolden (of meestal, nergens heen rolden). Van de meesten hoorden we (waarschijnlijk terecht) nooit meer iets, maar het was een drukke tijd.


Reageer op dit artikel