7 Ondergewaardeerde Actiefilms
Unieke actie en aardige variaties

2 augustus 2014 · · Actie! + Kritiek + Lijst


6. Resident Evil: Afterlife (2010)

Resident Evil: Afterlife

De eerste Resident Evil-film (Anderson, 2002) vond ik destijds redelijk pulpvermaak, maar nodigde me niet uit de rest van de reeks te gaan volgen. De Resident Evil-reeks lijkt typerend voor het oeuvre van de vaak verguisde Paul W.S. Anderson. Of het nu gaat om een videogameverfilming (de Resident Evil-films; Mortal Kombat, 1995), een vervolg (AVP: Alien vs. Predator, 2004), een remake (Death Race, 2008) of een ‘originele’ film die duidelijke een mash up is van andere films (Event Horizon, 1997; Pompeii, 2014): Andersons films zijn vrijwel allemaal gebaseerd op ander materiaal en dat was al het geval lang voor de huidige recyclemanie van Hollywood. Ook qua filmstijl wordt Anderson vaak verweten wel erg duidelijk andere films te emuleren.

Dit alles lijkt vooral ook op te gaan voor zijn Resident Evil-filmreeks, waarvan hij alle delen schreef en het eerste, vierde en vijfde deel ook regisseerde. De plot van de eerste Resident Evil is een soort zombieversie van The Andromeda Strain (Wise, 1971) en net als Romero’s zombie-films wordt de plaag in opeenvolgende delen steeds omvangrijker en de situatie voor (wat er over is van) de mensheid steeds uitzichtlozer. Anderson giet het alleen allemaal in een moderner jasje qua filmstijl.
De Resident Evil-films staan bol van de actiescènes met martial arts en wapengekletter, uitgevoerd met veel slow motion, dynamische, videoclipachtige montage en cinematografie, ondersteund door metal en electronische muziek. Het doet allemaal vooral denken aan films als Blade (Norrington, 1998) en The Matrix (The Wachowski’s, 1999), die qua stijl destijds zulke revolutionaire actiefilms waren en een stuk eerder verschenen dan de eerste Resident Evil-film.

Maar een poosje geleden herinnerde ik me Andersons eerste filmhit en videogameverfilming, Mortal Kombat, waarmee hij al in 1995 met deze stijl aan kwam zetten in proto-vorm. Een paar jaar vóór Blade en The Matrix dus. Goed, Blade en The Matrix zijn duidelijk een heel stuk beter dan Mortal Kombat, maar als jonge tiener was ik destijds best onder de indruk van de stijl. Zoiets had ik nog nooit gezien. Als de film iets toont dan is het wel dat Anderson zijn carrière is begonnen met zowaar een creatieve film die zijn tijd vooruit was. Dat wordt helemaal duidelijk wanneer je Mortal Kombat vergelijkt met de verfilming van dat ándere wereldberoemde vechtspel die net iets eerder uitkwam, Street Fighter (De Souza, 1994): laatstgenoemde is ineens een hopeloos verouderde film die ergens in de jaren tachtig is blijven hangen. Wat dat betreft kan ik dus niet anders dan concluderen dat Mortal Kombat stiekem ergens dus best een aardig actiefilmpje is. En Anderson kan moeilijk nog worden weggezet als iemand die met zijn Resident Evil-films slechts actiefilms van anderen probeert na te doen. Hij borduurt immers eigenlijk gewoon voort op een stijl die hij al eerder gebruikte in zijn eigen werk.

Resident Evil: Afterlife

Weinig plot, veel 3D

En het is die typische actiestijl die Anderson uiteindelijk in Resident Evil: Afterlife (2010), het vierde deel uit de reeks, best heel aardig onder de knie heeft gekregen – tenminste, met die woorden en een kleine uitweiding, wist collega Kaj me zo’n jaar geleden te overtuigen het vierde deel toch eens een kans te geven. Ik ben door Kajs betoog de film gaan kijken en ben het met hem eens geworden; daarom reproduceer ik schaamteloos zijn argumenten waarom Resident Evil een vermakelijke actiefilm is die zijn slechte reputatie (een 5,9/10 op IMDb, 23% op Rotten Tomatoes, 37/100 Metascore) niet verdient.

Vooraf was natuurlijk al in te vullen wat de kritiek op de film zou zijn. Plot en karakterontwikkeling zijn nog minimaler dan in de vorige delen, de film plaats stijl boven inhoud, is niet meer dan een eindeloze verzameling actiescènes en lijkt wel een videogame, 3D is niet meer dan een gimmick.

Resident Evil: Afterlife

Tja. Ik zie hier geen inherente kritiek in, ik zou juist willen zeggen dat dit een mooie beschrijving is van waarom dit vierde deel zo vermakelijk en zo veel beter dan zijn voorgangers is. Plot- en karakterontwikkeling waren toch nooit het sterkste punt van de reeks. Het is juist een erg goede zet van Anderson deze nóg verder te reduceren om dit maal van de film gewoon één lekkere, lange zintuiglijke trip te maken waar je heerlijk in kunt wegzinken. Plot- en karakterontwikkeling of iets dergelijks zou dat alleen maar onderbreken, het zou enkel in de weg zitten. 3D is juist een essentieel onderdeel van Afterlife. Er wordt vaak geklaagd over 3D dat het niets aan de film toevoegt of dat het juist te opzichtig aanwezig is en zo de film verstoort. Bij Afterlife is dat een onzinnige klacht: 3D is de hele raison d’être van de film en het voegt juist alles toe. Of beter, eerst was er de 3D en daar is vervolgens de rest van de film aan toegevoegd. En kan geen misverstand over bestaan: het is in Afterlife inderdaad één grote gimmick, dat is het hele idee. Het hele idee is dat je een film lang kijkt naar hoe geweren naar de kijker worden gericht en hoe stapels munten uit pistolen worden afgevuurd; hoe een groot zombiegedrocht zijn enorme bijl het scherm uit steekt en hoe stromen waterdruppels uit buizen spuiten en langs het scherm naar beneden vallen; hoe men met een groot stuk glas een zombiehond in tweeën splijt waarna beide helften hun eigen kant opvallen, hoe personages aan lange lijnen pijlsnel langs een gebouw afglijden de diepte in, of hoe iemand sterk tegen de achtergrond afsteekt wanneer die met een kungfutrap in de lucht hangt. En dit allemaal met veel slowmotion natuurlijk, zodat alles zo goed mogelijk te zien en te ervaren is. Afterlife gaat er ruim anderhalf uur lang vol voor. Door de nu al zo’n vijf jaar durende overkill aan Hollywood-films die nodeloos in 3D verschijnen, zou je vergeten dat het ook best eens leuk kan zijn je in het format te laten onderdompelen.

Bladzijdes: 1 2 3 4 5 6 7


Onderwerpen: , , , , , ,


3 Reacties

  1. beavis

    Daar zitten een paar interessante titels tussen die ik nog niet kende of waar ik in principe geen interessante film achter had gezocht!

    Mijn eigen nominatie is Salute of the Jugger (1989). Een enkele regie credit voor David Peoples, die bekend is als de schrijver van Blade Runner en Twelve Monkeys. Het is een variant op zowel de post-apocalyptische film als een sport film en weet het beste van beide genres te combineren. Volgens mij valt de score op Imdb nog enigszins mee, maar de film was zelfs toen die uitkwam (direct op video als ik me niet vergis) al onderbelicht, terwijl het wat mij betreft juist met kop en schouders boven de competitie uitstak.

  2. arjen

    Dank je, Beavis. Van Salute Of The Jugger had ik dan weer niet gehoord, die moet ik maar eens bekijken dan. De post-apocalyptische/ dystopische sportfilm zal wel een subgenre van rond de jaren tachtig zijn met films als Rollerball (1975), Future Sport en min of meer The Running Man. Ik ben ook wel eens een pulpfilm tegengekomen van Uit ongeveer dezelfde tijd, waarin een man het in een buitenaardse arena moest opnemen tegen telkens een andere alien.

  3. Kaj van Zoelen

    Leuk om te lezen dit, vooral natuurlijk over Resident Evil: Afterlife. :) En La Citadelle Assiégée en Legend of the Sacred Stone moet ik maar eens opsporen.


Reageer op dit artikel