De beste ballades van John Woo (1/2)
Helden van Hong Kong (6)

John Woo

John Woo veroverde met zijn kogelballades de wereld. Woo is in het westen de bekendste regisseur uit Hong Kong, en de enige die echt lange tijd een succesvolle overstap naar Hollywood maakte. Dat is niet zo vreemd, want van alle Hong Kongse filmmakers van naam is hij misschien wel het duidelijkst beïnvloed door westerse cinema, van de montage van Sam Peckinpah tot de coole gangsters van de Nouvelle Vague. Tegelijk is zijn terugkerende thema van broederschap en mannelijke vriendschap makkelijk te traceren tot mentor Chang Cheh, die in de jaren 60 en 70 één van de pioniers was van de nieuwe wuxiafilms van die tijd. Woo’s visuele stijl is ook een mengeling van westerse en Chinese stijlen.

Woo begon zijn carrière begin jaren 70 als assistent van Chang Cheh, en toen hij zelf films mocht gaan maken enkele jaren laten waren dat niet verrassend martial arts films in Changs stijl. Hij gaf de toen nog onbekende Jackie Chan en Sammo Hung hun eerste hoofdrollen, voordat zij de stijl en persona ontwikkelden waarmee ze sterren zouden worden. Woo boekt geen grote successen, en krijgt een reputatie als haast gezichtsloze broodregisseur. Last Hurrah for Chivalry (1979), misschien wel zijn beste film uit de eerste tien jaar van zijn carrière, is dan ook niet meer dan een ode aan Chang Cheh’s films, zonder dat Woo daar zelf veel aan toevoegt.

Dan helpt zijn vriend Tsui Hark hem aan een nieuwe impuls door samen met Woo A Better Tomorrow (1986) te maken, waarbij Woo regisseert en Tsui produceert. Deze film maakt van Woo en hoofdrolspeler Chow Yun-Fat in één klap supersterren in Hong Kong, waarna ze in de zes jaar daarna nog vier films samen maken en wereldwijd bekend worden, waarna beiden geluk zochten in Amerika. Deze eeuw keerden ze uiteindelijk toch weer terug naar het thuisland, dat inmiddels bij China hoorde.

A Better Tomorrow

Voor mij was John Woo na Bruce Lee en Mao Zedong in mijn tienertijd mogelijk de derde Chinese naam die ik uit mijn hoofd kende. Ik beschouwde mezelf als groot fan van zijn werk, zowel zijn Chinese als zijn Amerikaanse films, waarbij zijn stilistisch geavanceerde actiescènes een grote factor waren (waarover Rik hier al eens een prima artikel over schreef vorig jaar). Maar toen ik voor deze reeks zijn oeuvre ging herbekijken (en wat gaten in mijn kennis opvulde) in de hoop een top tien samen te stellen, vielen vooral zijn Amerikaanse film me vies tegen.

Uiteindelijk kom ik nu met enige moeite tot slechts een top vijf van John Woo films die ik echt goed vind. Deze hebben dan wel weer niet alleen de afgelopen decennia de tand des tijds prima doorstaan, maar behoren grotendeels nog altijd tot de absolute top van het genre. Ter compensatie heb ik eerst nog een top vijf van actiescènes samengesteld uit films die de uiteindelijke toplijst niet haalden. Want ook al waren een boel van zijn films op alle andere vlakken teleurstellend, op dat gebied weet hij ook in sommige van zijn slechtste films nog indruk te maken. Volgende week volgt de top vijf van films.

A Better Tomorrow II

Top vijf actiescènes uit mindere titels:

  • Face/Off (1997)Shoot-out met spiegels:
    De meest geprezen film van Woo’s Amerikaanse carrière, die gezien wordt als een terugkeer naar de vorm van zijn werk in Hong Kong. Maar dat is het helemaal niet. De film is eerder een platte, goedkopere versie daarvan. Hij lijkt op The Killer (1989), maar maakt van de subtekst van die film de tekst. In The Killer waren huurmoordenaar en politieman elkaars spiegelbeeld vanwege hun innerlijke overtuigingen, in Face/Off wisselen de gangster en FBI-agent van gezicht en worden zo letterlijk elkaars spiegelbeeld maar onder dat oppervlak hebben ze niks gemeen. Nergens is dit duidelijker dan in de shoot-out waarin ze op een gegeven moment tegen over elkaar komen te staan met een dubbelzijdige spiegel tussen hen in, waardoor ze om de ander te raken letterlijk op hun eigen spiegelbeeld moeten schieten. Dat levert echter wel een spectaculaire actiescène op, ondanks dat Cage en Travolta niet de gratie van een Chow Yun-Fat hebben en hun lompheid toch voorkomt dat deze schietscène de hoogtes haalt van Woo’s eerdere werk.
  • Paycheck (2003)Motor achtervolging door containers:
    Ben Affleck is evenmin allerminst gratieus, en de film waarin hij de hoofdrol speelt mogelijk de slechtste uit Woo’s inmiddels vijf decennia lange carrière, maar zijn stuntdubbel doet het fantastisch op de motor in een achtervolgingsscène door een constructieterrein heen. Woo maakt volop gebruik van de omgeving en de vele lange buizen die over het gebied verspreid liggen. Het enige hoogtepunt van een film die verder het beste vergeten kan worden.
  • Bullet in the Head (1990)Overval op nachtclub in Vietnam:
    Hier gaat het niet om continue actie, maar om een reeks “rustmomenten” die onderbroken worden door stukjes explosieve actie zoals Woo het in die tijd zo goed kon filmen – in sommige gevallen letterlijk met ontploffende sigaren. Het is een perfecte afsluiting van de eerste helft van de film, voordat Woo zijn versie van The Deer Hunter (1978) de overhand laat krijgen, waarmee de toon overslaat van serieuze pulp naar vermoeiend oorlogsdrama
  • Mission: Impossible II (2000)De climax:
    Tom Cruise is de enige Amerikaanse actiester van Woo met de juiste combinatie van gratie, charisma en een bereidwilligheid zelf stunts uit te voeren. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Travolta ziet Cruise er echt uit alsof hij thuishoort in de actiescènes. Zowel in de achtervolging per motor (inclusief een soort klassiek duel als ridders op paarden), auto en helikopter als in het daaropvolgende handgemeen met zowel een soort martial arts gevecht als een finale shoot-out staat Cruise zijn mannetje en zorgen de filmstijl en montage van Woo voor de rest van het spektakel. Naar het schijnt had Woo een versie voor ogen van 3,5 uur lang, waar hij bijna de helft uit moest knippen van de studio voor de commerciële distributie, wat een warrige, onzinnige film oplevert. De actiescènes staan vanuit technisch perspectief echter desondanks als een huis, met deze climax als hoogtepunt.
  • A Better Tomorrow II (1987)Aanslag op villa:
    Een matig vervolg op Woo’s doorbraak, mede dankzij ruzie die tijdens het filmen ontstond tussen Tsui Hark en Woo, waarna ze beiden verschillende verhaallijnen van de film apart gingen filmen. Maar de shoot-out aan het einde van de film is een indrukwekkende orgie van geweld waarmee Woo de stijl van de actie uit de eerste film verder ontwikkelde. Een voorbode op de schietscènes in The Killer en Hard Boiled (1992), die puur technisch minstens even goed is als de actie in die twee films, zo niet beter.

Volgende week volgt de top vijf beste films van John Woo


Onderwerpen: , , , , , , ,


1 Reactie

  1. Rik Niks

    Je maakt me wel nieuwsgierig naar zijn Amerikaanse films. Paycheck vond ik, vrij recent zelfs nog, best te pruimen, en kan me herinneren dat ik vroeger ook met Broken Arrow en Face/Off wegliep. Tijd voor een herevaluatie…


Reageer op dit artikel