De Haynes-code (2): Safe (1995)
Over camp, tragedie, komedie en horror.

21 september 2014 · · Indie Indien '89-'99

Safe

Wanneer je het hebt over indiefilms in de periode van ’89-’99, zoals wij doen deze maand, dan kun je niet heen om Safe van Todd Haynes. Ten eerste omdat het één van de grote successen was op Sundance in de nineties, wat toch wel het Amerikaanse indie-paradijs was, en de bakermat van de golf onafhankelijke films. Op de tweede plaats komt dan toch zeker wel de sterke rol van Julianne Moore, die met recht de indiekoningin van de jaren negentig gekroond mag worden, met rollen in o.a Magnolia, Boogie Nights, The Big Lebowski, Vanya on 42nd Street en Short Cuts. En niet in de laatste plaats omdat een census onder critici in de hippe New Yorkse krant The Village Voice Safe uitriep tot de beste film van de nineties.

Safe voelt dan ook als het summum van een film uit de jaren negentig. Het is een psychologisch drama, met één sterk, centraal vrouwelijk karakter, zoals ze tegenwoordig amper meer gemaakt worden. De centrale focus op één enkel personage, waarin we de langzame teloorgang van deze persoon volgen, is een van de klassieke thema’s van het psychologische drama. Safe is dan ook op haar sterkst wanneer we focussen op de psychologische afbraak van Carol White. Carol White begint, gezien haar toepasselijke achternaam, als de typische blanke Republikeinse “trophy wife” van een ruwe rijke man, met wie ze vastzit in een ongelukkig huwelijk. Een personage waarvan Luis Bunuel gehakt had kunnen maken.

De film speelt, volgens essayist John David Rhodes, in de openingsscène leentjebuur bij Rainer Werner Fassbinder’s Chinesisches Roulette, wat niet onwaarschijnlijk lijkt, gezien Haynes’ fascinatie met Fassbinder. In Far From Heaven leent Haynes bij zowel Douglas Sirks All That Heaven Allows, als Fassbinders Angst Essen Seele Auf. Zowel Haynes als Fassbinder zijn grote liefhebbers van camp, waar Douglas Sirk tegen wil en dank een groot exponent van is.

In camp is er vaak een grote focus op hysterische en gebroken vrouwen, voor wie het publiek, ondanks de dikke knipoog hunnerzijds, toch vaak een grote sympathie weet op te brengen. Joan Crawford en Divine zijn niet alleen hilarisch, ze zijn ook tragisch. Het is onmiskenbaar dat Carol White, die haar initialen en actrice deelt met Far From Heaven’s Cathy Whitaker, in Safe de tragische exponent van de film volledig onder de knie heeft, want de slotscène met een geestelijk en lichamelijk gebroken Julliane Moore kan de geschiedenisboeken in als één van de meest hartverscheurende scènes in de cinema.

Maar waar is dan de humor, de knipoog? Een film met een zwaar sociaal thema als een vrouw die gebroken word door een vermoedelijk psychosomatische ziekte voor alle producten van de moderne samenleving is niet per definitie een giechelfestijn. De gemiddelde persoon zal het lachen al snel vergaan op het moment dat Carol White doelbewust een sociaal isolement opzoekt, en zelfs de weinige mensen die haar wél een blik waardig gunden, volledig van zich afzondert. Het is een film over een diep eenzame ziel, wiens onvrede zich manifesteert in lichamelijke ziekte.

Toch heeft Haynes eerder, naast pathos, humor uit dit onderwerp weten te slepen. Ook Karen Carpenter uit Superstar: The Karen Carpenter Story, lijdt aan eenzaamheid en een welvaartsziekte, en moet dit met de dood bekopen. Ook één van de hoofdpersonen uit Poison wordt lichamelijk ziek en strot zich daardoor in het isolement, in een film, die net als Safe, gelezen kan worden als een metafoor voor aids. Safe brengt de aids-metafoor vooral terug naar de achtergrond, met verwijzingen naar verschillende personage die er aan lijden (de leider van een commune, een stiefbroer), en een ziekte van wie de oorzaak aanvankelijk niet bekend is en die lijdt tot een sociaal isolement. Poison heeft meer “plezier” met het heftige onderwerp, door een ode te brengen aan de gestoorde wetenschappers in scifi-horrorfilms uit de jaren vijftig. Ook Superstar bracht de camp waarde duidelijker in het voetlicht, door de protagonist te laten spelen door een letterlijke barbiepop.

Ondanks dat humor grotendeels achterwege blijft in Safe is het toch zeker een film met een duidelijke knipoog. Safe kan worden gelezen als een variant op de psychologische horrorfilm, in de geest van het werk van David Lynch, David Cronenberg en Roman Polanski’s Repulsion. In de geest van David Lynch (en John Carpenter), is het een film over het falen van suburbia, met een duistere ondertoon. In de geest van Cronenberg is het een film over de invloed van de geest op het lichaam en vice versa, en net als in bijvoorbeeld The Fly, eveneens een aids-metafoor, leidt de lichamelijke transformatie van de hoofdpersoon tot een extreem sociaal isolement. En net als in Roman Polanski’s Repulsion volgen we een volstrekt eenzaam personage, dat zich niet kan hechten aan andere mensen, en die daardoor geestelijk doordraait.

De film neemt hier en daar zelfs de vorm aan van een horrorfilm. In een scène vrij in het begin van de film loopt Carol White de woonkamer binnen en verstijft plotsklaps alsof ze heel erg van iets schrikt. De boosdoener blijft lang uit beeld, en door de spanningsopbouw vragen wij ons af wat de verschrikking kan zijn die op Carol staat te wachten. Het is een in de verkeerde kleur geleverde bank. Ondanks dat dit moment niet op de lach speelt, kan het gevoel niet onderdrukt worden dat Haynes’ doelbewust speelt met de regels van de horrorfilm, en op een sardonische wijze de schijnwerkelijkheid van zijn hoofdpersonage bespot.

Een handvol andere scènes die leunen op het horrorgenre, zijn de scènes waarin Carol haar aanvallen voor chemicaliën krijgt. Wanneer ze haar haar laat permanenten, onwetend dat haar lichaam niet goed reageert op de gebruikte middelen, horen we een onheilspellende atmosferische elektronische drone op de soundtrack. Wanneer haar neus begint te bloeden is dat het eerste teken van een groter onheil, wat later een aantal keer toeslaat op het moment dat ze een grote dosis drijfgassen inademt. De scènes waarin ze bloedend neervalt, of hyperventileert, kunnen zo uit horrorfilms komen, waarin regelmatig, net als in Safe, ziektes (bijv. zombiefilms of films of virale uitbraken) centraal staan. Nog een knipoog van Haynes naar het genre is de omkering die hij na één van de hyperventilaties toepast. Carol schuilt in een parkeergarage voor de rookwolken uit een vrachwagen. Ze voelt zich veilig, terwijl de betonnen, claustrofobische en compleet verlaten parkeergarage vol tl-lichten herinneringen oproept aan vrijwel elke slasherfilm die in deze omgeving een scène situeerde.

Ondanks dat de film een handvol stilistische overeenkomsten kent met het horrorgenre is het te stellig om te zeggen dat Safe een verkapte horrorfilm is. Haynes stoelt duidelijk meer op melodrama, maar de knipoog is zeker aanwezig. Haynes zal ook wel doorhebben dat thematisch gezien zijn film overeenkomsten toont met de horrorfilm: een personage dat niet gelooft word wanneer ze zegt dat er gevaar dreigt. Een vrouw die geteisterd word. Een lichaam dat afgebroken word. En het sluimerende gevoel dat niemand ergens veilig zal zijn. Het is uiteindelijk het geloof van Carol White dat de rest van de wereld één grote boze plek is, waarin er vele dreigingen zijn die haar willen doden, dat er voor zorgt dat ze zichzelf zo vervreemdt van de wereld.

Safe heeft als thesis van de film de vraag in hoeverre het gevoel van veiligheid van belang is om nog een redelijk leven te hebben. Carol White ontwijkt de dood, maar offert haar omgeving, persoonlijkheid, geestesgesteldheid en gevoel van eigenwaarde compleet op. Het is een magistraal sociaal drama, met een postmoderne knipoog, een psychologische inkijk in het leven van één enkel persoon, een film met queer en camp ondertonen, en een glansrol voor een indiediva. Het zijn allemaal aspecten van de film die nu helaas amper meer voorkomen in de multiplex, en daarmee een schoolvoorbeeld van de inmiddels afgesloten periode in onafhankelijke cinema die we deze maand bespreken.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , ,


1 Reactie

  1. Rik Niks

    Goede analyse Theo. Je legt er de vinger op waar een groot deel van het unheimische gevoel dat ik bij deze film had vandaan komt, namelijk het gebruik van subtiele horrorconventies. In veel scènes de spanning dat het kan escaleren, zelfs als ze alleen thuis is (hoewel alle ellende in lijn met het thema steeds buitenshuis plaatsvindt). Wat me trof aan de film is dat het enerzijds de problematiek een beetje in het belachelijke lijkt te trekken, met elementen die voor het campgehalte zorgen. Zoals de kolderieke tv-vertoning die begint met “Q: Who are you?”, in een zaaltje waar n.b. een van de bezoeksters een mondkapje draagt. Of de gedachte dat tegen jezelf in de spiegel zeggen dat je van jezelf houdt alle problemen oplost. Of zo’n beetje alles wat de guru uitkraamt. Tegelijk zit er, vaak in diezelfde momenten, wel degelijks iets waarachtigs wat het toch een integere behandeling van de thema’s maakt. De slotscène vond ik op die manier bijvoorbeeld net zo lachwekkend als indrukwekkend. Moeilijk de vinger op te leggen waar dat in zit. Intrigerende film die uitnodigt tot vaker kijken.


Reageer op dit artikel