Ann Hui’s ontworteling en haar Golden Era (2014)
Helden van Hong Kong (10)

Ann Hui

Ann Hui‘s nieuwste film, The Golden Era (2014), draait aanstaande zaterdag nog eenmaal op het Leids Film Festival, en toevallig is zij de Hong Kong Heldin van de maand. Ann Hui behoort tot de zogenaamde Hong Kong New Wave, samen met onder andere Tsui Hark en Patrick Tam. Het is een label dat geplakt werd op een generatie jonge regisseurs die eind jaren zeventig en begin jaren tachtig ‘nieuwe’ films maakten. Deze filmmakers genoten vaak een een filmopleiding in het buitenland, zoals Hui dat deed in London, en verdienden vervolgens hun sporen in de jaren zeventig op het toen nieuwe Cantonese televisiekanaal. Daarna mochten ze aan het van dat decennium zich aan speelfilms wagen, en sloegen heel kort een nieuwe weg, waarna ze beteugeld werden door de Hong Kongse filmindustrie en ook films gaan maken die binnen het commerciële verkoopplaatje pasten. Hui maakte enkele controversiële drama’s alvorens aan de horror, thriller en wuxia te moeten, maar slaagde er door de decennia toch in om regelmatig haar ‘eigen’ films te maken, en het zijn deze titels waar ik me voornamelijk op richtte voor dit artikel ter verkenning van haar oeuvre.

Ann Hui maakte graag films over mensen die zich niet thuis voelen in de cultuur waarin ze wonen en leven, vaak omdat ze zich in een andere cultuur bevinden dan hun eigen of dan waarin ze zijn opgegroeid. Regelmatig is haar hoofdpersoon iemand die (soms gedwongen) in een vreemd land woont en daar moet zien te overleven. Boat People (1982) gaat hier ook over. Haar derde film in haar “Vietnam trilogie” over Hong Kongers in het na-oorlogse Vietnam, en haar meest controversiële. Het jaar daarvoor maakte ze nog een film met een jonge Chow Yun-Fat, maar hij weigerde de rol die Hui dit keer voor hem in gedachten had omdat hij bang was om aan de film mee te doen.

Hierdoor kreeg de toen nog onbekende Andy Lau (zie hier mijn artikel over hem) zijn eerste filmrol. Hij maakt meteen indruk in dit mooi gefilmde, sterke drama over een Hong Kongse journalist die het lijden van het Vietnamese volk onder het nieuwe regime aanschouwt. Toen de film in Hong Kong uitkwam, werd deze veroordeeld vanuit verschillende hoeken, aan de ene kant als vermeende pro-Chinese propaganda en aan de andere kant juist als pro-communistisch, terwijl het in wezen gewoon een hele humane anti-oorlogsfilm is. Het zal echter geen toeval zijn dat haar drie volgende films een melodrama en een groots opgezet twee-delig historisch epos waren.

Zodiac Killers
In de jaren negentig lukte het Hui toch weer om heel persoonlijke films te maken, zoals het semi-autobiografische Song of the Exile (1990), gebaseerd op haar eigen ervaringen toen ze terugkeerde in Hong Kong na haar studie in Engeland, en op die van haar moeder als Japanse in Hong Kong. Daarna probeerde ze weer een commerciëlere film te maken met Zodiac Killers (1990), bedoeld als een ‘heroic bloodshed’ film zoals die toen populair was. Tegelijk is de film doorspekt met de voor Hui typerende vervreemding. Het drama van Hong Kongse studenten die hard werken om te overleven in Tokyo, en proberen niet in de prostitutie te geraken, mengt niet goed met het yakuzaplot waar ze in verwikkeld raken. Op zichzelf zijn de actiescènes goed gemaakt, en de verlorenheid en verlatenheid van de jonge mensen op vreemde bodem is soms goed voelbaar. Maar het verhaal is een rommeltje, en de twee genres werken elkaar tonaal tegen ipv samen te werken waardoor Zodiac Killers wel memorabele momenten kent maar als geheel teleurstelt.

Visible Secret (2001) bevat nog veel meer plotgaten, maar is horrorkomedie wel genre- en stijlvast. Met opvallend gebruik van rood en blauw is dit Hui’s visueel meest bevredigende film. Als komedie is het dat helaas niet. Hier en daar valt er wel wat te lachen, vooral als Hui met horrorconventies en verwachtingen speelt, maar het is te weinig en de charme en plezier van het vergelijkbare My Left Eye Sees Ghosts (2002) van Johnnie To ontbreken hier.

A Simple Life

Hui blijft toch het beste in drama’s zonder genresausje, zoals haar recente films van rond 2010 bewijzen. Night & Fog (2009) wordt wel gepresenteerd als politieonderzoek, met mensen die ondervraagd worden en flashbacks naar het verleden, het is toch voornamelijk een tragedie over een mislukt huwelijk. Dat begint met de dood van de hele familie, waarna in flashbacks wordt gereconstrueerd hoe het zover kwam. Simon Yam speelde al heel wat schurken, maar deze gewelddadige man die zijn vrouw misbruikt en bedreigt is zijn naarste rol tot nu toe. Door de vertelstructuur krijgen de ruzies tussen man en vrouw iets fatalistisch, en zelfs de fijne momenten waaraan de vrouw denkt (flashbacks in flashbacks) iets melancholisch. Een vrouw van het Chinese platteland die in Hong Kong minder rechten dan de inwoners heeft, en zo weer een vervreemde protagonist van Hui is.

Nog mooier en mijn favoriet van Hui is twee jaar later A Simple Life (2011), een indrukwekkend drama met wederom Andy Lau, dit keer in een zeer zelfbewuste rol. Twee keer wordt hem zelfs verteld dat hij nooit een filmster zou kunnen zijn. Zo zit de film vol grappige verwijzingen naar de Hong Kong filmindustrie (inclusief een aantal cameo’s), maar is bovenal drama zonder opsmuk. Wat past bij de hoofdpersoon, de no-nonsense dienstmeid van Andy Lau die na een hartaanval met pensioen wil in een bejaardentehuis. Haar waardigheid in het ouder worden en fysiek en mentaal aftakelen is gespeend van alle sentimentaliteit, en komt door die nuchterheid juist extra emotioneel aan, inclusief de ontroerende relatie tussen haar en Lau.

The Golden Era

The Golden Era (2014) haalt dat niveau niet en is helaas een tikkeltje conventioneel. In drie uur wordt het levensverhaal van de Chinese schrijfster Xiao Hong (of: Zhang Naiying) verteld, niet alleen door dramatisering maar ook met talking heads van de personages, alsof ze in een documentaire zitten. Dit stijlmiddel is ongewoon in speelfilms, maar ook weer niet heel bijzonder. Het reflecteert wel hoe we een historisch figuur leren kennen door wat er na haar dood over haar is opgeschreven. En van haar brieven aan anderen, waar flink uit wordt geciteerd. Net als er in voice-over uit Xiao’s eigen werk wordt geciteerd, dat wel zo’n indruk achterliet dat ik na het bioscoopbezoek thuis meteen twee van haar boeken bestelde.

Het portret dat Hui van Xiao’s leven schets is er een van armoede, honger en moeilijke levensomstandigheden, in een chaotisch China voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voor het filmen in China maakte Hui gebruik van cameraman Yu Wang, die visueel voor haar misschien wel mooiste film zorgt. The Golden Era is door de focus op het schrijven en de vertelstructuur soms erg literair, maar die cinematografie voorkomt dat het té wordt, en doet wat Xiao in haar boeken doet: mondaine details mooi beschrijven. Mede daardoor is The Golden Era aanstaande zaterdag nog een tripje naar het Leids Film Festival waard.


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel