De participerende documentairemaker
Egodocument of relevante invalshoek?

11 januari 2014 · · Actualiteit

“Joduh! Joduh!” doet het jochie op de rand van zijn bed voor hoe hij zondags meeschreeuwt op de F-side. Een beetje bedenkelijk is het wel. Het ongemak is ook dat de documentairemaakster er naast staat. Een Joodse. In de documentaire De Superjoden van Ajax (2013) onderzoekt Nirit Peled de identificatie van de harde kern van Ajax met het Joodse. Natuurlijk is het daarmee tevens een onderzoek naar haar eigen Joodse identiteit. Twee dagen eerder werd Mattheus en ik (2013) uitgezonden, waarbij de titel al nietsverhullend is over de mate waarin de documentairemaker ook zichzelf als onderwerp neemt. Zijn dit soort documentaires narcistische egodocumenten? Of geeft deze persoonlijke inslag een extra dimensie?

In Mattheus en ik volgt Victor Vroegindeweij Mattheus van der Steen, een controversiële evangelist die in binnen en buitenland aan gebedsgenezingen doet en zo heel wat zielen wint voor het geloof. Vroegindeweij is een dolend atheïst. Rationeel deugt er weinig van Van der Steens methoden. Diens wonderen vallen zelfs nog wel te verklaren. Maar vanuit de leegte die hij ervaart beziet hij de energie van de bijeenkomsten en het geluk dat de gelovigen ervaren met een zekere hunkering.

Toegegeven, op voorhand ben ik niet heel enthousiast als een documentairemaker zijn film begint met een beknopte levensbeschrijving van zichzelf (Mattheus en ik). Een typische uitwas van een zogenaamd ik-tijdperk? Waarbij het ik zo belangrijk is geworden dat een prominente plek in het eindproduct gerechtvaardigd is? Dat zou wat al te cynisch zijn. Maar enige bezorgdheid of de particuliere problemen van een filmmaker wel net zo boeiend zijn als het eigenlijke onderwerp, is er zeker.

En dan is er nog de ‘kritische distantie’, die verloren dreigt te gaan als de filmmaker gekleurd is. In de discussie die Kaj van Zoelen tijden onze documentaire-themamaand aanzwengelde, maakte hij terecht een onderscheid tussen documentaires die een pretentie van objectiviteit wekken, en zichtbaar subjectieve documentaires. De hier besproken ‘egodocumenten’ vallen zondermeer in die tweede groep; ze zijn open over de rol van de filmmaker, en het is zelfs duidelijk welk standpunt zij innemen.

Met dat laatste zijn ze bijna de hoofdrolspeler in hun eigen film geworden. Dat wordt soms té particulier. Bijvoorbeeld als Peled inkijkjes geeft in haar leven om het wezen van de Joodse identiteit te tonen. Of de existentiële twijfels van Vroegindeweij, die je gelijk maar in de eerste minuten onaangekondigd op je bordje krijgt.

Na de gewenning met het feit de filmmaker zo nadrukkelijk ook als ‘acteur’ aanwezig is, zag ik er toch wel een meerwaarde in. Er ontrolt zich een parallelle verhaallijn die op een interessante manier spiegelt met het eigenlijke onderwerp. Vroegindeweij staat voor het scepticisme dat vrijwel iedere kijker zal hebben bij de figuur Van der Steen. Maar hij staat óók voor de niet gelovige mens die toch ‘iets’ mist. Ook dat zal veel kijkers niet vreemd zijn. Door het uitspelen van die ambivalentie is het beter te begrijpen waarom Van der Steen zo’n aantrekkingskracht heeft. Ik vraag me af of dit cruciale vraagstuk met een al te objectiverend perspectief ook uit de verf zou zijn gekomen.

Hetzelfde geldt in zekere zin ook De Superjoden van Ajax, waarin Peled vooral blootlegt hoe verschillend de Joodse identiteit is en opgevat wordt. Er lijkt meer sprake van een soort begripsverwarring (vergelijkbaar met de recente Zwarte Pietendiscussie, waarbij lading en bedoelingen uiteenlopend worden opgevat), dan een gelijkgestemde beleving van de Joodse cultuur. Om dat te kunnen duiden is een perspectief vanuit Joodse hoek, immers de veronderstelde incasserende partij, onontbeerlijk. Hoe gevoelig ligt die identificatie van de harde kern als begrip en bedoelingen zo ver weg liggen van jou Joodse identiteit?

In beide documentaires is de inmenging van de filmmaker zijn persoonlijkheid mijn inziens integer gebracht. Daar valt en staat een hoop mee. Gevaar voor een onwenselijke vorm van sturing blijft altijd wel op de loer, evenals een te grote afdaling naar persoonlijke ditjes en datjes. In zekere zin is deze vorm van documentairemaken nog een stap voorbij de subjectieve kracht achter de camera; hij is ook deelnemer aan de vertelling zelf.


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel