Dodenliederen (3): Fighting Elegy

20 oktober 2014 · · Salon Mort

Fighting Elegy

In dodenliederen is reflectie, het terugkijken naar het verleden, inherent. Het beschouwen van de dood in kunst behelst altijd een vorm van nostalgie, of in ieder geval reflectie, op dat wat verloren is. Seijun Suzuki’s Fighting Elegy (1966) lijkt aanvankelijk niet te gaan over een reflectie op de dood, want deze is slechts in de kantlijnen aanwezig. Sterker nog, de film lijkt aanvankelijk niet te gaan over terugkijken, maar over vooruitwerken naar een barre en boze toekomst.

Fighting Elegy werkt namelijk toe naar de gebeurtenissen op 26 Februari 1936, het zogenaamde Ni-Niroku Jiken-incident. In een staatsgreep door het Japans Keizerlijk Leger werden een groot aantal opponenten van het nationaal-socialistische gedachtegoed van de rebellen dodelijk de mond gesnoerd. Hoewel de coup niet volledig geslaagd was, was het een weerspiegeling van een fascistoïde gedachtegoed dat de komende kleine 20 jaar een grote rol zou spelen in Japan. De desbetreffende datum hangt als een zwaard van Damokles boven het hoofd van protagnoist Kiroku Nanbu, een katholieke jongen die zijn masturbatiedrift vanuit schuldgevoel omzet in hersenloos geweld, en dit hersenloze geweld uiteindelijk inzet voor de fascistische ideeën van radicale politieke activist Ikki Kita, die een grote rol speelt in het Ni-niroku Jiken-incident.

Er is een onvermijdelijke afloop, in de film overigens abrupter dan in het gelijknamige boek, waarbij de slotgebeurtenissen van de film zich op de helft van de vertelling bevinden. De afloop eindigt niet in de dood van de personages, die gepland waren voor een nooit gemaakte sequel, waardoor de Elegy in de titel misschien misplaatst kan lijken.

Toch is de reflectie van een dodenlied nog steeds een toepasselijke nomenclatuur, aangezien het gevoel van verlies constant door de film heenwaart. Het verlies van een bepaalde onschuld, dat plaats maakt voor het militante conservatisme dat Seijun Suzuki overduidelijk hekelt. De gebeurtenissen in Fighting Elegy zijn onvermijdelijk, en ondanks dat Suzuki met sardonische humor zijn personages ontleed, voel je zijn pijn wanneer de honderden mannen als hersenloze zombies door de maagdelijke wit besneeuwde straten marcheren.

In de heftige zwart-wit-constrasten van de film lijkt Suzuki de wisselwerking tussen goed en kwaad te willen benadrukken, net als het immer aanwezige verlies van onschuld. Dit verlies traceert hij naar een Katholiek schuldgevoel, waarbij het te onderdukken testosteron van masturbatiedrang zo hoog opgekropt word, dat deze uitbarst in een vulkaan van geweld. Dat geweld word handig ingezet voor politieke doeleinden, en Seijun Suziki bekritiseert de leidinggevenden meer dan de jeugd. De jeugd is, ondanks het nauwelijks te onderdrukken libido en de air van machismo, minder schuldig dan de leidende figuren. De priesters die onmogelijke wetten voorhouden, de schoolmeesters die het geweld laten voortduren, de militairen die de testosteronbommen misbruiken voor politiek doeleinden.

In een fantastische scène benadrukt Suzuki de invloed van de autoriteit op de leerlingen door middel van een visuele drill: de leraar, links geframed, met de rest van het beeld zwart afgeplakt, scandeert een leus. Het volgende beeld is van de klas, rechts geframed, met de plek van de leraar zwart afgeplakt, die de leus klakkeloos herhalen. De leraar vult de leegte met gepapagaai van de leerlingen, een gevolg waarbij de autoriteit vervolgens afwezig blijft. De moeilijke verhouding van jeugd met betrekking tot de autoriteit speelt een grote rol, waarbij sinistere autoritaire figuren het anti-autoriteitsgevoel van de jeugd bespelen door deze in te zetten om de politieke tegenstanders om te laten brengen. De constant verschuivende balans tussen autoriteit en jeugd brengt Suzuki met een goed geplaatst splitscreen in beeld.

De splitscreen, en de prominente focus op zwarte plekken in het beeld staan hoe dan ook symbool voor een politieke leegte die Suzuki voelt. De nadruk op sneeuw en het wit, dat een steeds sinisterder functie krijgt, speelt in op de bezoedelde reputatie van Japan. De maagden met hun masturbatiedrang, geperverteerd door de politiek, en uiteindelijk dood achtergelaten op het slagveld. Dat laatste krijgen we niet te zien, maar de afloop lijkt onvermijdelijk. Fighting Elegy mag dan wel afstevenen op een onvermijdelijke toekomst, de film kijkt net zo goed terug naar dat wat verloren is: de onschuld van een land, en talloze militaire machos, die religieus schuldgevoel inwisselden voor een duister ideaal.


Onderwerpen: , , ,


Reageer op dit artikel