Dodenliederen (slot): Night is Coming: A Threnody for the Victims of Marikana

27 oktober 2014 · · Salon Mort

Marikana

thren·o·dy: a song or poem that expresses sorrow for someone who is dead.
Merriam-Webster.

De afgelopen weken heb ik, in een reeks van artikelen, gekeken naar de vraag hoe je dood in beeld kunt brengen, en welke problemen dit automatisch met zich mee brengt. Voor het afsluitende deel in Dodenliederen bespreek ik Night is Coming: A Threnody for the Victims of Marikana (2014), de nieuwe film van Aryan Kaganof. Night is Coming worstelt met dezelfde vragen, en gaat specifiek over een groot recent nationaal trauma in Zuid-Afrika, waarbij een politie-eenheid zonder duidelijke reden een groot aantal stakende mijnwerkers doden en verwonden. De mijnwerkers staakten vanwege erbarmelijke omstandigheden voor de armste delen van de bevolking in Zuid-Afrika, een van de landen waar het verschil tussen arm en rijk het grootst is. De mijnwerkers werden, van hogerhand systematisch tegengewerkt wanneer het om salarisverhoging ging, en de staking was bedoeld om betere leefomstandigheden en salarissen te bewerkstelligen. Op een gegeven moment begon de politie met rubberen kogels op de menigte in te schieten, en na protest stapte de politie over op echte kogels. 34 mijnwerkers werden vermoord, en minstens 80 werden ernstig verwond. Veel van de slachtoffers bleken in de rug geschoten, of gedood tijdens een vluchtpoging.De politie en de overheden probeerden achteraf de zaak in de doofpot te stoppen, en legden de schuld zelfs bij de slachtoffers neer. De politie arresteerden 275 mijnwerkers en beschuldigden deze van moord.

Ondertussen werd aan de harteloze slachting weinig aandacht besteed. Toen Aryan Kaganof gevraagd werd een academische conferentie van de Universiteit Stellenbosch rondom het thema “landschap en geluid” te filmen, verbaasde het hem dat er geen aandacht werd besteed aan de gebeurtenissen in Marikana, ondanks dat de gebeurtenissen sociaal-economische en geografische relevantie hadden. De plek des onheils, de plek van de staking, was op een heuvel, wat in Zuid-Afrikaanse traditie een plek is van overgangsrites, en wat op de betreffende dag betekende dat er geen beschutting was van de politiekogels. Daarnaast is het beroep van de slachtoffers uiteraard verbonden met interactie met het landschap. Ook sociaal-economisch gezien staat Marikana niet in een vacuüm, want de arme bevolking is vaak jarenlang tegengewerkt; en zijn er connotaties met de slachtingen in Soweto en Sharpeville, onder het apartheid-regime. De omissie van de slachting in een conferentie over “landschap en geluid” was opmerkzaam, en Kaganof besloot de gebeurtenissen in Marikana tot hoofdonderwerp van zijn film te maken. Geluid en landschap blijven niet achterwege, en Night is Coming: A Threnody for the Victims of Marikana, neemt dan ook de vorm aan van een dodenlied over Marikana.

De film onderzoekt de relatie tussen beeld, hier gepresenteerd door de film zelf: de mediabeelden rondom Marikana en de besproken kunstwerken van de conferentie; geluid: in de vorm van muzikale intermezzo’s die fungeren als dodenliederen, en een vertelstructuur die is geleend van een Fuga; en het landschap, waarbij het verschil tussen Marikana, de plek van de Acedemische conferentie in Stellenbosch, en een sloppenwijk 3 km ten noorden van de conferentie benadrukt worden.

Centraal staat echter ook de vraag die mij bezig houd: kun je traumatische gebeurtenissen, zoals deze in Marikana, een plek geven in cinema, zonder dat daarbij de realiteit onrecht aan gedaan wordt? Kaganof erkent de moeilijkheid van filmische beelden al vrij aan het begin. Hij toont youtube-beelden van de schietpartijen in Marikana extreem vertraagd. De filmische technieken benadrukken dat wat we in beeld zien, maar benadrukken vooral de kunstmatigheid van het zien. Door een gebeurtenis als deze, met alle haken en ogen, in beeld te brengen, reduceer je realiteit altijd. Je versmalt een trauma tot een filmische exploratie van het trauma.

Kaganof erkent de moeilijkheid in kunst met één treffend en pijnlijk detail bij de beelden van Marikana: de rand van het scherm is een vergulde schilderijlijst, zoals je deze aantreft in musea’s en antiquariaten. Het beeld ontwortelt de realiteit, en Kaganof benadrukt telkens op filmische wijze dat wat wij zien, wat hij ons laat zien, niets anders is dan een filmisch simulacrum van een verschrikkelijke gebeurtenis. Hij is een filmische deejay, die constant de beelden van Marikana remixt: de beelden worden in extreme slow-motion afgespeeld, met tientallen verschillende contexten en geluidsbanden, met muzikale begeleiding in allerlei stijlen, met een monoloog over ideologie eronder, achterstevoren, in splitscreen, in hyperkinetische editing. Beelden van een sloppenwijk worden in drievoud naast elkaar afgespeeld, alsof het dagelijks leed verworden is tot een religieuze triptiek. Door constant beelden te herhalen, maar met de tekstuele context van een andere spreker, of door de beelden te laten volgen na een contrasterend beeld, benadrukt Kaganof het referentiekader van de kijker. Door de context te veranderen, en dus het referentiekader van de kijker, verandert de betekenis van het beeld. Telkens hetzelfde beeld, maar de kijker verandert. De quote van Jose Saramago die tot twee keer toe terugkeert benadrukt dat: Images see with the eyes of those who see them.

De moeilijkheid van kijken ligt ten grondslag aan Night is Coming. De tweede protagonist, als we Marikana als eerste protagonist zien, is een musicologe op de conferentie: een blinde vrouw genaamd Carina Venter. Constant zien we ook beelden van haar herhaalt, waarin ze vertelt over haar blindheid, en hoe ze als kind zich bedrogen voelde door een verhaal in de Bijbel waarin Jezus een blinde genas. Deze anekdote verandert ook constant van context, want Kaganof bied de kijker telkens handvaten om na te denken over zicht, over het visuele. De eerste keer dat we de anekdote horen overstemt Kaganof deze met muziek van fluitiste Marietjie Pauw, waardoor we de monoloog van Carina Venter niet meer kunnen horen. Hij maakt ons doof, maar hij verblind ons daardoor ook. Zonder volledig begrip van de monoloog kunnen we de beelden aanvankelijk niet duiden.

De vele quotes over blindheid en het verliezen van zicht dienen ook een dergelijk doel: “making pictures as a way of closing ones eyes”. Een vrouw op de conference quote Kafka. “One takes an image of something in order to forget it”. Het beeld corrumpeert, en je kunt een trauma geen gestalte geven zonder deze ineffectief te maken. Dus Kaganof sluit zijn ogen, en probeert het leed auditief te duiden: door het gesproken woord en muziek. Maar ook hier stuit hij op dezelfde problemen.

Marikana3

Kaganof gebruikt geluid om de beelden te ondermijnen. Geluid is sterker dan beeld, en verdiept het beeld. De geluiden brengen contexten aan het beeld, waardoor diepere onderliggende gedachten kenbaar worden gemaakt. We zien de beelden van de Marikana-slachting begeleid met muziek, waardoor de realiteit kunst wordt, en onrealistisch. Maar later gebruikt Kaganof dezelfde beelden voor een les over ideologie, waardoor hij de kunstwereld en de academische wereld van de eerste beeld-geluid-combinatie ondermijnt, omdat deze les juist deze werelden bekritiseert als een onderdeel van het falen van de ideologie. Geluid maakt de film intellectueel glibberig op een manier die niet mogelijk was geweest met enkel beeld.

Kaganof gebruikt het geluid ook als aanval. Het geluid van de kogels van Marikana word gebruikt in verschillende contexten: bij de namen van de slachtoffers. Bam bam bam. Bij de namen van de sponsors op de openingscredits. Bam bam bam. Het zijn dreigende geluiden, maar Kaganof gebruikt ze ook om intellectuele punten te illustreren. Wanneer we een man van de werkende klassen een weg open zien hameren horen we het weer: BAM BAM BAM. De combinatie van de kogelschoten met het beeld van de hamerende man, maakt duidelijk wat Kaganof wil zeggen: deze man, en andere mensen als deze man, die amper rond kunnen komen en die de moeilijke, oneerbare en laagbetaalde banen uitvoeren, die zijn het mikpunt van de politiestaat Zuid-Afrika.

En ook de herhaalde speech van de blinde Carina, over de valse beloften van de Bijbel, waardoor zij als elfjarige ontdekte dat zij blind zou blijven en niet genezen zou worden door een wonder, krijgen in een andere context een andere betekenis. Wanneer we het verhaal voor de derde keer horen, net na een gesprek met een jutter op een vuilnisbelt in een sloppenwijk over de valse beloften van het ANC, het African National Congress, de leidende partij, is het duidelijk dat het verhaal van Carina nu gaat over de teleurstelling van veel Zuid-Afrikanen. Dat de mooie beloften van het ANC, die beloofden voor de rechten van de zwarte Zuid-Afrikaan te zijn, leugens waren. Dat hun aandeel in de schietpartijen in Marikana, die zij niet hebben kunnen en willen voorkomen, en het leed in de sloppenwijken, dat is blijven bestaan, laten zien dat de partij niets meer van hun grondsbeginselen eert. Woorden zijn leugens, en daarin schuilt ook de moeilijkheid van het geluid in Night is Coming. Want ook hier blijken woorden te glibberig, te multi-interpretabel, te zichtbaar… om geen afbreuk te doen aan de werkelijkheid.

En daar komen we tot de grootste thematische moeilijkheid in Night is Coming. Die van idelogie. Night is Coming levert auditief en visueel kritiek op het falen van ideologie. In een kernscène, horen we de zwarte activist, kunstenaar, schrijver en dichter Lefifi Tladi, over de beelden van de Marikana-shooting heen, praten over ideologie. Ik laat de man voor hemzelf spreken:

“Ideology crystallizes itself like a map in memory. It legitimizes itself by propagating the false idea that the world in which we live is the best possible world. Or the system is the best system regardless of its shortcomings. For this reason it is common to hear that democracy is better than fascism, military dictatorship beter than communism, etc. However many of these arguments are launched, they all are ultimately absurd because they tend to justify repression at the altar of a supossed necessary order. Ideology demonizes its oposition as partisans of a supposed and constructed chaos, praising moderation and fostering resignation. Ideology skirts logic and cajoles the population into accepting evil as inevitable.

In this vein, it is not uncommon to hear it said that change is impossible, or that there are no longer ideals worth fighting for nor hope to embrace. Ideology programs collective desperation. It alienates. It defeats. Because its ultimate goal is self-perpetuation. It uses every means available toward this end: genocide, ecocide, elections, or simply fear- fear that paralyzes the imagination, or erases it.

Ideology crystalizzes itself like a map. This map, however, is false- it portrays the world as a mental creation, a stage. Ideology justifies itself with the false idea that this is a happy and viable world, and that, despite its shortcomings, it is better to close your eyes to accostum yourself to survival and to avoid any disruption of the dream. The image that our interiority projects on the world maintains its aesthetic character. The image that has been reflected reinforces the process of reification.

In and of themselves, all images that separate us, alienate us. This mediation replaces reality. Modern industrial alienation works by denying the present, and forcing the subject to live in a kind of virtual reality that goes by the name of “future”. The notion of the future is therefore an image that reflects ideology. The structure of power perpetuates authority and irremediably neutralizes, controls, tames and corrupts. Because of this, resistance against power using the same mechanisms as power can be disastrous for liberation movements. This has been the truthful and sad history of our national democracy. There is a fierce irony here: of a liberation movement internalizing terror and turning on its own population.”

Marikana2

Lefifi Tladi levert hiermee commentaar op het ANC, dat begon als een partij die opkwam voor de rechten van de onderdrukten, bedoeld om zwarten een stem te geven tijdens de apartheid. De werkelijkheid is nu helaas anders, en Zuid-Afrika is als land steeds meer politiek en economisch verdeeld. Tekenend is dat ANC-spreker en dichter Mongane Wally Serote in Night is Coming in beeld komt, en min of meer de akties van de politiemannen goedpraat. In de sloppenwijken die Kaganof bezoekt is de teleurstelling in het ANC tastbaar. Lefifi Tladi legt eerder in de film – en later in de film, want Kaganof herhaalt (terecht) graag- uit waar het mis ging: “We were laying a foundation that gives of a broader scope of how we percieve our future. And unfortunately it didn’t filter down. Because we got independence, and independence simply means….(…)[that what] the imperialists do, is when they see that you are about to get freedom, they give you independence. And independence simply means that they give you the machinery that they are opressing you with so you opress yourself with it.”

De mens die zichzelf ondermijnt. Night is Coming is in wezen een uitvoering daarvan: wat begon als een film over een academische conferentie word een kritiek op de academische conferentie. Wat begon als een academische exploratie van Marikana, word een kritiek op academische exploratie. Educatie is immers, zo poogt Night is Coming te bewijzen, een leerschool voor het ideologisch dominante systeem. Discours geleerd in een ideologie zal altijd een weerspiegeling zijn van het dominante discours.

De problemen in de academische wereld buit Kaganof ook uit door teksten van de sprekers te contrasteren met de beelden van Marikana. De omissie van het nationale trauma in de conferentie word zo door Kaganof teniet gedaan. Ook sterk ironisch is de contrastering tussen de spreker, en zelfverklaard druïde Willem Boshoff- die vertelt hoe hij als kunstenaar ooit, voor een project, leefde in een kleine ruimte, en hoe hij als druïde graag in de modder zoekt- met beelden van mensen in de sloppenwijken. Zij moeten in de modder zoeken voor levensonderhoud, en leven hun hele leven in een kleine ruimte. Het verschil tussen echt trauma, en trauma als kunst, als fetisjering.

Toch zit er een ironische kant aan Night is Coming. Een film die kritiek levert op academische ideologie en het tot kunst maken van een nationaal trauma; maar ook een academische film, een kunstwerk over een nationaal trauma. Kaganof beseft echter zelf ook de paradoxale houding waarin hij zich begeeft. Hij maakt zichzelf tot onderdeel van zijn werk. Zo horen we een aantal keer bewust regie-aanwijzingen van Kaganof, zien we beelden van zijn blog, etc. Hij probeert zichzelf niet onzichtbaar te maken. Alleen al in zijn cameravoering geeft hij bewust aan onderdeel van zijn werk te zijn. Wanneer een spreker vertelt over zijn interesse aan de geluiden en beelden die zich aan de rand bevinden, filmt Kaganof dingen die op de achtergrond gebeuren, waarmee hij zijn eigen interesse daarin ook onderstreept. Sterker nog, Kaganof erkent zijn plaats als onderdeel van het discours en zijn eigen kunstwerk. En spreker praat over Chinese landschapskunst, en vertelt hoe het focale punt van perspectief niet ligt buiten het kunstwerk maar binnen in het kunstwerk, zodat de kijker, net als de kunstenaar zich moet vereenzelvigen met het landschap. Zich binnen in het kunstwerk moet plaatsen. Kaganof draait zijn camera op dat moment van de speker af, naar zichzelf. De kunstenaar als onderdeel van zijn kunstwerk.

Kaganof eindigt zijn film met de quote: “I watched the film until the film itself became a kind of blindness”. Deze quote spreekt boekdelen wanneer het gaat over Night is Coming. Kaganof probeert sense te maken van de onmogelijkheid om een trauma in beeld te vatten zonder deze teniet te doen, door deze te verwerken tot film. Er ontstaat een feedback-loop als bij elektrische muziek, een constant schallende echo, een droste-effect. Een tweede feedback-loop bestaat ook: Kaganof begint met het landschap, Marikana. Ideologie reageert op het landschap, en zorgen voor een trauma. Woorden en geluid reageren op ideologie. Kaganof reageert met beeld op woorden en geluid. Het beeld vormt een film. De film is een landschap. Cirkelbewegingen.

En ikzelf word ook onderdeel van de feedback-loop. Ik bespreek de film. Ik analyseer op academische wijze Kaganof’s academische analyse van een conferentie vol academische analyses. In de eindeloze spiegelingen raakt betekenis verloren. In een film over het verlies van betekenis. “I watched the film until the film itself became a kind of blindness”. Een andere quote, ééntje over landschap, in deze film over landschap biedt evenveel, en even weinig inzicht: “The ex-centric construction of that landscape, in which every point is equally close to the center, reveals itself to the wanderer walking round it with no actual progress: all development is completely obliterated, the first step is as close to death as the last, and the scattered features of the landscape are scanned in rotation by the wanderer, who cannot let go of them”. Het is een quote die over Night is Coming zelf gaat, en over film in het algemeen: we komen niet dichter bij (een begrip) van de dood…maar we kunnen hem ook niet los laten. En misschien is dat genoeg.


Onderwerpen: , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel