Exclusief excessief!
Imagine 2014 volgens Theo (3)

14 april 2014 · · Imagine 2014

Cheap Thrills

Imagine is geen festival voor fijngevoelige zielen. Niet alleen is de gore extreem goed vertegenwoordigd, maar ook de humor scheert soms gevaarlijk dicht langs beledigend. Het zorgt er voor dat tussen de fijnbesnaarde en rustiger films die Imagine ook programmeert sinds de naamsverandering vanuit het Amsterdam Fantastic Film Festival, er nog een aantal vertrouwde “foute” titels zitten. Dit jaar zijn er kanshebbers voor “politiek incorrecte titel van het jaar” in films als Cheap Thrills, Killers, Filth, Dead Snow 2, Savaged en Moebius. De twee Engelstalige titels binnen dit rijtje tonen de gevaren en voordelen van schoppen tegen heilige huisjes. De moraal van vandaag: als je echt een goede “politiek incorrecte titel” wil maken is moralisme je grootste vijand.

Cheap Thrills (2013)

Cheap Thrills bewandelt een moeilijke lijn. De film is een satire, een kritiek op excessief gedrag en kapitalisme, maar vraagt het publiek dat de film kijkt om geld neer te leggen voor het zien van datzelfde excessieve gedrag. Het is een problematisch uitgangspunt waar de film nooit helemaal uitkomt, maar wie voorbij de hypocriete trekjes van de film kijkt en bereid is zijn eigen morele oordelen volledig uit te schakelen biedt Cheap Thrills een uitstekende anderhalf uur excessief geweld.

Het uitgangspunt van Cheap Thrills is simpel, en de film wijkt nooit af van de onvermijdelijke rampkoers dat het plot in zich behelst. Hoofdpersoon Craig zit in een moeilijk parket, financieel gezien, en dreigt op straat gezet te worden, net op het moment dat hij ontslagen word. In een bar ontmoet hij Vince, een oude jeugdvriend, die hem voorstelt aan een koppel dat hij net heeft ontmoet. Dit koppel, Violet en Colin, heeft een gigantische berg geld te spenderen en bieden Vince en Craig geld om verschillende uitdagingen aan te gaan. Deze beginnen onschuldig genoeg, van het kaliber “sla die stripper op haar reet”, maar al snel worden de weddenschappen steeds grimmiger en excessiever.

Cheap Thrills bied fijn naargeestige, diep zwartkomische uitspattingen die het publiek zonder meer vermaken. Hoewel de film uiteindelijk bedoelt is als een aanklacht tegen het kapitalisme, en de manier waarop geld het slechtste in de mens naar boven haalt, is de morele boodschap vooral een excuus om zoveel mogelijk zieke scènes op het doek te toveren. Voor de horrorliefhebbers is het genieten van het geweld, ware het niet dat de hypocriete moraalridderij tegen ditzelfde geweld een ietwat nare nasmaak geeft. De Engelsen hebben hier een uitdrukking voor uitgevonden: “Having your cake and eating it too”.

Een ander probleem is dat de film angstvallig lineair is. Hoewel de spanningsopbouw goed werkt, en de druk steeds iets verder wordt opgevoerd, is het niet moeilijk te zien waar de film naar toe bouwt. Vergelijk het met een kikker in een snelkookpan. De gemiddelde filmmaker die de temperatuur steeds iets hoger draait, zal hopen dat zijn kikker, de kijker, pas op het moment dat de situatie escaleert door zal hebben dat het water kookt. In Cheap Thrills wordt het de kikker/kijker van meet af aan duidelijk gemaakt dat het water zal gaan koken, en er is weinig spanning te verwachten. Hoe goed de laatste scène ook is, de film voelt als een hele lange opmaat naar die grimmige punchline.

★★★☆☆

Filth

Filth

Na het succes van Trainspotting is meerdere malen geprobeerd om de boeken van Irvine Welsh te vertalen naar het grote doek, met artistiek en commercieel onsuccesvolle films als The Acid House en Ecstacy. Filth is de eerste poging na Trainspotting die in de buurt weet te komen van de zwartkomische en excessieve toon van de boeken van Irvine Welsh, al speelt de film soms wel erg opzichtig leentjebuur bij andere Britse succesvolle regisseurs als Danny Boyle, Edgar Wright en Martin en John Michael McDonaugh.

De meeste van de invloeden zijn te zien in de hyperactieve en hyperkinetische filmstijl, waarbij de vierde wand constant doorbroken word, grafiekjes en teksten het beeld vullen, droomscènes een grote plaats innemen, er om de halve seconde naar een nieuw beeld wordt geknipt en de camera geen moment stilstaat in de kleurrijke decors. Ook het feit dat de film onmiskenbaar een versie van de realiteit schildert vanuit het oogpunt van een onbetrouwbare verteller sluit aan bij de persoonlijke fantasiewerelden van de protagonisten in de Britse films van Danny Boyle en de films van Edgar Wright.

Wat Filth zijn eigen smoel geeft is dat deze persoonlijke visie van de protagonist er een is van een volstrekt abjecte klootzak, die aansluit op de personages van The Guard en In Bruges, die ook geen excuses maakten voor de duistere kanten van hun hoofdpersonen. De hoofdpersoon in Filth, Bruce Roberston, fantastisch vertolkt door James McAvoy, is een misogyne, homofobe, racistische, gewelddadige, alcoholistische junk én een agent die zijn machtspositie misbruikt om zijn omgeving te terroriseren. Hij naait iedereen die hij tegenkomt, psychologisch of seksueel, afhankelijk van hun sekse.

De film weigert excuses aan te bieden voor de daden van zijn hoofdpersoon. In een ietwat problematische wending tegen het einde wordt de hoofdpersoon zelf het mikpunt van discriminatie, maar dat levert geen inzichten op. De kansen op redding en vriendschap verspilt Bruce keer op keer, en het is fascinerend om te zien dat een Hollywood-aanpak, waarbij de hoofdpersoon zich aanpast of “gered” wordt grotendeels uitblijft. Filth is net als Cheap Thrills ongelooflijk zwart en behoorlijk excessief in gedrag, maar waar Cheap Thrills zichzelf in de vingers snijdt door deze vingers moreel te heffen, is de volhardendheid van Filth in de weigering zich te verontschuldigen voor de hoofdpersoon bewonderenswaardig. Het zou makkelijk zijn de film te betichten van seksisme, racisme en homofobie, op basis van de daden van zijn hoofdpersoon, maar het uitblijven van politiek-correcte goedmakertjes is verfrissend. Het zou niet in de toon van de film passen, die met deze koppigheid er voor zorgt zich toch te onderscheiden van zijn stilistische en thematische voorgangers.

★★★★☆


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , ,


2 Reacties

  1. Thiver

    Sorry, maar The Guard en In Bruges zijn veel te braaf om te worden vergeleken met Filth. De enige zielsverwant van James McAvoy in Filth is Nicolas Cage in The Bad Lieutenant: Port of Call – New Orleans. Tijd voor een crossover!

  2. Theodoor Steen

    Misschien inderdaad een betere vergelijking. Hoe dan ook een fijn excessief filmpje.


Reageer op dit artikel