Het beste van Hitchcock
De klassiekers en de minder bekende meesterwerken

De focus op vooral het minder bekende werk in Hitchcocks oeuvre deze themamaand, trekken we door naar de eindlijstjes waarmee we deze maand besluiten. Dat Vertigo, Rear Window en Psycho óók de favorieten zijn van Salon Indien laat zit raden, maar wat zijn buiten de canon de pareltjes die ook gezien mogen worden? Naast een top-10 van de beste films, daarom een alternatieve ranking met toelichting.

De ranking van Salon Indien:

1. Psycho (1960)
2. Vertigo (1958)
3. Rear Window (1954)
4. The Birds (1963)
5. North By Northwest (1959)
6. Notorious (1946)
7. Rope (1948)
8. Frenzy (1972)
9. Strangers on a Train (1951)
10. The 39 Steps (1935)

De Hitchcock-canon is hier, zoals te verwachten, ruim vertegenwoordigd. Hoe die canon begrensd is, is natuurlijk subjectief. De 12 vermeldingen in de Theyshootpictures-1.000-lijst lijkt ons een aardig beeld te geven (tussen haakjes de notering op die lijst):

Vertigo (2)
Psycho (30)
Rear Window (46)
North by Northwest (62)
Notorious (129)
The Birds (213)
Marnie (324)
Strangers on a Train (395)
Shadow of a Doubt (492)
Rebecca (505)
The 39 Steps (511)
The Lady Vanishes (573)

Dit dozijn klassiekers buiten mededinging latend, zijn dit onze favoriete, ietwat ondergewaardeerde Hitchcockfilms:

10. The Trouble With Harry (1955)

In het beroemde interviewboek Hitchcock/Truffaut vertelt Hitchcock meerdere malen aan Truffaut dat hij altijd wel probeerde wat humor in zijn films te stoppen. Heel af en toe ging Hitchcock aan de haal met die wens en maakte hij een volbloed komedie. Dat deed hij niet altijd met even groot succes, maar in dit geval wel. The Trouble With Harry is een absurde klucht met een premisse die zo uit een thriller van Hitchcock zou kunnen komen: iemand vindt buiten een dorp een lijk, denkt de moordenaar te zijn (maar is dat niet) en probeert het lijk te verbergen. Maar dan komt bijna iedereen uit dat dorp langs bij het lijk om er commentaar op te leveren, of de man te helpen met het verbergen. Met allerlei ongein als gevolg. Het is haast een parodie op Hitchcocks gebruikelijke werk te noemen, zonder spanning maar wel heel leuk.
Kaj van Zoelen

9. Spellbound (1945)

Freudiaanse motieven lopen als een rode draad door het werk van Hitchcock. Het geeft vaak een subversief randje dat zijn films zowel herkenbaar als, voor die tijd, gewaagder maakte dan de standaardthriller. Spellbound is als een ‘psychoanalyse voor dummies’ een stuk explicieter in het gewroet in het onderbewustzijn. Dit levert een originele variatie op het wrong-man-motief op, als Ingrid Bergman Gregory Peck op de sofa legt. Beroemd is de droomsequentie van Dalí, waar aanvankelijk wel 20 minuten voor geschoten waren. Echte ranzigheid (Bergman bedekt met mieren) haalde het uiteindelijk niet. Dat had juist wel gepast bij zowel het thema als de filmmaker Hitchcock. Nu blijft dat wat in deze film opborrelt uit de krochten van de psyche wel erg binnen de marges van het betamelijke. Problematisch is dat allerminst, wat blijft staan is een boeiende samenkomst van 2 mannen die in de 20e eeuw bepalend zijn geweest op hun gebied, in een vermakelijk thrillerjasje.
– Rik Niks

8. I Confess (1953)

I Confess stamt uit Hitchcocks gouden jaren en deze film had net zo goed The Wrong Man kunnen heten, de film die de regisseur drie jaar later zou maken. I Confess verhaalt over een jonge oorlogsveteraan (Montgomery Clift) die zich in het vak en levensstijl van priester bekwaamd heeft. We zien hoe hij op een avond de door hem in huis genomen klusjesman, een Duitse immigrant, in de biechtstoel krijgt. Hij bekent die avond een lokale advocaat te hebben vermoord. Door ongelukkige omstandigheden wordt de priester al snel als voornaamste verdachte gezien. Trouw aan zijn zwijgplicht houdt hij zijn mond over de bekentenis die hem makkelijk vrij zou kunnen pleiten. Het is Hitchcock wel toevertrouwd om ook in deze film de spanning sterk te doen oplopen en dankzij een stoïcijnse en integere Clift weet I Confess, zeker tegen het einde, te ontroeren. Dit en de bij vlagen oogstrelende en onheilspellende zwart-wit cinematografie maken deze productie tot een mooie aanvulling op het bijzonder rijke oeuvre van de master of suspense.
– Hendrik de Vries

7. Family Plot (1976)

Het was niet de bedoeling dat dit Hitchcocks laatste film zou worden. Hij werkte nog enkele jaren aan een nieuwe film, totdat de kanker waar hij uiteindelijk aan stierf roet in het eten gooide. Als zwanenzang is Family Plot desalniettemin een zeer geslaagde film, met aan het einde een knipoog naar het publiek die mooi zijn oeuvre afsluit. Het is niet bepaald een spannende film, op enkele momenten na. Zelfs de enige echte suspense/actiescène is eerder grappig dan eng. Niet onlogisch, want Hitchcock benaderde de film als volgt: “A melodrama treated with a bit of levity and sophistication. I want the feeling of the famous director Ernst Lubitsch making a mystery thriller.” Die intentie heeft de meester aardig waargemaakt, met een zeer aangename, grappige afsluiting van zijn oeuvre als resultaat.
– Kaj van Zoelen

6. Lifeboat (1944)

Alfred Hitchcock was niet vies van films die zich in zijn totaliteit op een locatie afspelen en Lifeboat is misschien wel de meest unieke van al die titels aangezien de gehele film zich afspeelt in een reddingsbootje. Hitchcock weet de locatie ruim anderhalf uur uitmuntend te gebruiken als plek waar onderlinge spanningen almaar toenemen, geplaatst tijdens de Tweede Wereldoorlog waardoor de aanwezigheid van een Nazi tot extra suspense leidt. De snedige dialogen en een krachtige rol van Tallulah Bankhead zorgen er eveneens voor dat Lifeboat op geen enkel moment ook maar enigszins gaat vervelen en het is intrigerend om te zien hoe de regisseur omgaat met de gaande oorlog zonder al teveel moralistisch met de vinger te wijzen. Lichtelijk vergeten, maar zonder twijfel een Hitchcockfilm die absoluut de moeite loont te kijken en ondanks de best wel zware thematiek uitermate onderhoudend.
– Erwan Ticheler

5. The Wrong Man (1956)

Zoals ik al in mijn artikel over Strangers on a Train (1951) schreef, was Alfred Hitchcock in de jaren 50 werkelijk niet te houden en reeg hij meerdere ontegenzeggelijke klassiekers aaneen. Mede hierdoor zijn een paar van zijn producties uit het decennium wat ondergesneeuwd geraakt en The Wrong Man is hier een voorbeeld van. Het is een tamelijk ongebruikelijke Hitchcock (iets wat hij ook aangeeft tijdens zijn introducerende praatje) aangezien het niet alleen een waargebeurd verhaal betreft, maar ook het dichtst bij de zo typische Britse kitchen sink drama’s komt – ondanks dat de film zich in New York afspeelt. Henry Fonda speelt de persoon die refereert naar de titel en via enkele magnifieke Hitchcockscènes ontvouwt zich niet alleen het klassieke ‘wrong man’-principe, maar ook een psychologisch familiedrama en kritische blik op de Amerikaanse gezondheidszorg waarbij gebrek aan goede zorg voor minder bedeelden aan de kaak wordt gesteld. The Wrong Man is in prachtig zwart-wit geschoten, kent naast Henry Fonda een glansrol voor Vera Miles en is qua serieuze en psychologische toon een veelzeggende voorganger van films als Vertigo en Psycho die kort hierop zouden volgen.
– Erwan Ticheler

4. The Man Who Knew To Much (1956)

The Man Who Knew To Much is de enige remake van Hitchcocks eigen werk door de meester zelf. Hij voorziet zijn Britse film van grote Amerikaanse sterren en kleur, maar de setting is voor een groot deel nog steeds Groot-Brittannië. De overgang van kleur naar technicolor stelt Hitchcock in staat een veredelde musical te maken, want The Man Who Knew To Much kent een grote focus op muziek. Sterker nog, vrijwel de gehele film worden de protagonisten en de vijanden ten opzichte van elkaar geplaatst door middel van liedjes. Wanneer het gezinnetje van James Stewart en Doris Day nog hecht is zingen ze in harmonie met elkaar het prachtige Que Sera, Sera. Wanneer James en Doris zich in het hol van de leeuw bevinden, een kerk waar de schurk voorganger is, zingen Day en Stewart beduidend uit toon. Wanneer de film toe bouwt naar de climactische scène loopt deze uiteraard gelijk met het crescendo van een klassiek muziekstuk. En uiteindelijk hervindt het gezin elkaar door te zingen en te fluiten. Muziek geeft in The Man Who Knew To Much de maat, en het ritme van de film geeft aan dat Hitchcock een even groot dirigent is als regisseur: hij speelt met dissonanten en harmonieën in personages en plot, en het publiek kan enkel gebiologeerd kijken en luisteren, vlak voor de staande ovatie.
– Theodoor Steen

3. Dial M For Murder (1954)

Dial M for Murder is één van de grootste voorbeelden in Hitchcocks carrière van zijn economische vertelwijze, waarbij elk onderdeel als klokwerk in elkaar klikt. De film bestaat pakweg uit drie delen, waarbij het eerste half uur alle puzzelstukken op poten zet voor een moord op de bevallige Grace Kelly. In het tweede gedeelte husselt Hitchcock de puzzelstukken weer door elkaar, wanneer de moordaanslag verijdeld word. De puzzelstukken klikken netjes in elkaar in het derde gedeelte, waarbij de dader gepakt moet worden, op basis van alle losse eindjes en overgebleven puzzelstukjes uit de vorige twee aktes. Hitchcock laat geen enkel element aan het toeval over en speelt een vernuftig spel met plotelementen. Hij vindt zijn gelijke in de rechercheur, die aan het einde de eindjes bij elkaar knoopt, en de val van de schurk netjes voorziet van regieaanwijzingen. Dial M for Murder is één van de grootste bewijzen van Hitchcock als speelse perfectionist.
– Theodoor Steen

2. Frenzy (1972)

De terugkeer naar Engeland leverde een thriller op die harder, explicieter en sleazier is dan wat in Hitchcocks Amerikaanse films gebruikelijk was. De kenmerkende glamour is ver te zoeken; geen grote sterren, wel moddervette Engelse straattaal en een milieu van kruimeldieven en mislukkelingen. Het Hitchcockiaanse thema van perversiteit is uit de schaduw van ironische grapjes en subtiele symboliek getrokken. In Frenzy doordesemt het werkelijk elke scène en elk personage, tot een punt dat het Blue Velvet (1986) in gedachten roept. Het wrong-man-motief is volop aanwezig, maar ook weer in een verrassende variatie. Geen goedzak à la Henry Fonda in The Wrong Man, maar een nietsnut die Hitchcock met genoegen zo onaangenaam en vrouwonvriendelijk mogelijk afschildert. Is dit de protagonist waar we mee moeten sympathiseren? Zo is er veel dat aan Hitchcock herinnert, en tegelijk radicaal verschilt van het verwachtingspatroon. Zichzelf tot het einde toe opnieuw uitvinden is maar weinig grote regisseurs gegeven. Hitchcock lukte het met o.a. Frenzy wél.
– Rik Niks

1. Rope (1948)

Gefilmd als zijnde één take, mogelijk bekender als gimmick dan vanwege de sterke inhoud. Rope is door menig cinefiel bestudeerd vanwege het experimentele karakter. Hitchcock toont ons uiteindelijk tien, voor de oplettende kijker, te onderscheiden takes die een vloeiend geheel vormen in één en dezelfde ruimte. Naast deze filmische innovatie (voor de liefhebbers zijn alle takes keurig geïdentificeerd) behoort Rope tot de eredivisie van Hitchcock zijn repertoire. Alle ingrediënten waarmee de regisseur zich onsterfelijk heeft gemaakt zijn aanwezig: een moord, waarvan we als kijker in de openingstake al getuige zijn, een scherpzinnige James Stewart, constant opbouwende spanning en scherpe dialogen. De gekozen vorm draagt in deze elementen sterk bij en blijft dichtbij de toneelvorm die hiermee verfilmd is. Bijna geen moment verliezen we de daders en het in de ruimte opgeborgen slachtoffer uit het oog en omdat je als kijker vanaf de eerste minuut betrokken bent geweest bij de handel en wandel van de daders voel je bij hun ook de spanning opbouwen. Dat de spanning ontaardt in een climax laat zich raden. Des te mooi is het ontladen en bevrijdende einde waarin de gesloten ruimte subtiel wordt geopend.
– Hendrik de Vries


Onderwerpen: , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel