Het brein in beeld.
HAFF 2014: Dag 1.

20 maart 2014 · · HAFF 2014 + Was Getekend

The congress ari folman

Animatie stelt filmmakers in staat om elke gedachte en fantasie met redelijke trefzekerheid tot leven te brengen, zonder de beperkingen van realiteit en met een lager budget dan gigantische blockbusters. In de twee eerste films waar ik verslag van doe op het Holland Animation Film Festival wordt de potentie van animatie volledig benut, en worden onrealistische, fantasierijke beelden gebruikt om op urgente wijze filofofische problemen van onze realiteit tot leven te brengen op een manier die in live-action niet mogelijk was geweest. Door de beeldende rijkdom van animatie ten volste te gebruiken gaan zowel The Congress (2013) als Is The Man Who Is Tall Happy?: An Animated Conversation With Noam Chomsky (2013) op sterke wijze in op filosofische vraagstukken rondom perceptie, identiteit en het menselijke brein.

The Congress

Het hoofdpersonage van The Congress is Robin Wright, gespeeld door niemand minder dan… Robin Wright. De ouder wordende actrice probeert nog een laatste grote deal binnen te halen, door zich te laten scannen door een supercomputer, waarna een digitale computerversie van haar alle rollen zal overnemen, en zij gedwongen zal stoppen met acteren. Zo kan ze zorgen voor haar kinderen, onder welke een zoon die langzaam zijn zicht en gehoor aan het verliezen is. Dit is pakweg de eerste twintig minuten van de film, en het uur wat volgt zal een scala aan andere ideeën geïntroduceerd worden, onder welke een alternatieve realiteit bestaande uit animatiefiguren, de mogelijkheid de essentie van andere mensen te kunnen proeven, eten en beleven, en een wereld waarin corporaties mensen de mogelijkheid verschaffen hun identiteit te veranderen, terwijl dezelfde identiteiten ingeperkt worden door kapitalistische regels en wetten.

Het is bijna een teveel aan ideeën, want om de vijf minuten verandert onze perceptie op de wereld in The Congress, door nieuw geïntroduceerd plotlijnen en wendingen. Het past bij een film over verandering binnen identiteit, en over perceptie en kijken als onderdeel van identiteitsprocessen. Blijven wij gelijke mensen door de perceptie van anderen, of verandert onze identiteit constant op basis van hoe andere ons beschouwen. En welke rol speelt ons brein in de perceptie van de realiteit. Is het mogelijk om de werkelijkheid te veranderen als we de processen binnen onze hersens kunnen beheren?

The Congress vat deze thema’s perfect samen door gebruik te maken van animatie. Animatie is de methode bij uitstek om perceptie en werkelijkheid op te rekken en te veranderen. Het scala aan animatiestijlen en transformerende figuren past erg goed bij de ideeënrijkdom van de film, en de constante transformaties in beeld doen recht aan de gefragmenteerde psyche van Robin Wright en onze perceptie van haar belevingswereld.

De stijl gaat van digitale en gladjes aandoende animatie naar tekenfilmfiguren die doen denken aan creaties uit de jaren 20, als Betty Boop, Oswald The Lucky Rabbit en de vroege shorts van Mickey Mouse. Ook een scala aan andere kunstzinnige invloeden komen langs, onder welke Pablo Picasso, Frida Kahlo, Elvis Presley, Dr. Strangelove en christelijke iconografie.

De gemenedeler van al deze animatie-”avatars” is dat ze invloeden lijken te zijn voor regisseur Ari Folman, maar ook dat ze wijzen op kunst als een spiegel van de identiteit van de kunstenaar en als een katalysator van perceptie en hoe wij denken over beeld en beeldvorming. Thema’s als herinnering, perceptie, politiek, de grens tussen werkelijkheid en film en de werking van ons brein speelden ook al een rol in Folman’s eerdere animatie-documentaire Waltz With Bashir, maar waar die film naar mijn smaak te dicht bij de realiteit bleef en animatie als vorm te weinig benutten, is The Congress een animatiefilm pur sang. Een film over de filmindustrie; een film over identiteit als product binnen Hollywood; maar bovenal een film over de link tussen kunst, het denken, en identiteit. Een klein meesterwerkje.

★★★★½

Is the man who is tall happy gondry chomsky

Is the Man Who Is Tall Happy

Michel Gondry veroverde de muziekwereld met zijn inventieve, aan elkaar geknutselde videoclips, en maakte daarna twee uitstekende films over de werking van het menselijke brein gecombineerd met romantische komedie-elementen. Na deze twee, Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004)en The Science of Sleep(2006), belande Gondry echter in een creatief dal, met teleurstellingen als The Green Hornet (2011) en Be Kind Rewind (2008). Hij probeerde het op kleine schaal met de film The We and the I (2012)en de documentaire The Thorn in The Heart (2009). Is the Man Who is Tall Happy? is een spiritueel vervolg op The Thorn in the Heart, en vormt qua stijl een terugkeer naar zijn vroege videoclips voor zijn band Oui Oui. Ook hier beschouwt Michel Gondry in docuvorm het leven en de herinneringen van een ouder iemand, in Thorn zijn tante, en hier filosoof en wetenschapper Noam Chomsky, binnen de context van diegene in de relatie met Gondry en zijn/haar verdiensten.

Chomsky is een belangrijk onderwerp, een man die interessante ideeën heeft geopperd over de menselijke ervaring, en het gebruik van taal, en welke rol onze hersens spelen bij de ontwikkeling van taal. De gemenedeler in de gesprekken met Gondry is hoe wij begrijpen wat een ander bedoelt, en hoe die overlap of tegenoverstelling zich uit via taal. Waarom begrijpt ieder hetzelfde bij bepaalde woorden. Waar komen misverstanden vandaan?

Gondry benadrukt de vastomlijnde ideeën van Chomsky door animaties met een mathematische precisie en een constante herhaling van patronen. De vorm van de animatie krijgt daarmee iets van een zinsopbouw, met herkenbare lettergrepen, die door Gondry telkens in een ander vorm in elkaar worden geplakt. Het gebruik van Lego in de animatie geeft aan dat Gondry zijn kunst inderdaad ziet als een vorm van bouwen, en dat het creatieve aspect in het bouwen ook iets is wat hem interesseert in taal, en Chomsky’s visie daarop.

Nog interessanter is dat hij Chomsky’s theorieën over misverstanden en verschillen in visie illustreert door zijn eigen taalfouten en foutieve interpretaties naar de voorgrond te schuiven. De taalbarrière tussen de slecht Engels sprekende Gondry, en Amerikaan Chomsky, vormt hier en daar een perfecte illustratie van hetgene wat getheoretiseerd word. Ook de keren dat Chomsky en Gondry het hardgrondig met elkaar oneens zijn worden benadrukt, wat eveneens gebeurt op momenten dat het de theorie ten goede komt. Foutjes in de animatie en luie oplossingen daarin worden ook door Gondry kracht bijgezet en ook hier is dit nuttig voor ons begrip van Chomsky’s verhalen. Door zo duidelijk de breuklijnen in zijn eigen werk op te zoeken, en ons zo duidelijk het maakproces van Is The Man Who Is Tall Happy? te laten zien, krijgen we als kijker een betere grip op hoe taal werkt. De blauwdruk voor de animatie die we te zien krijgen, vormt een ideale blauwdruk om Chomsky’s theorieën op toe te passen. Gondry is weer helemaal terug!

★★★★☆


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel