Howard Hawks
Het beste van het westen (1)

Rio Bravo

Howard Hawks is het schoolvoorbeeld van de auteurstheorie van de Cahiers du Cinema, waarin Hawks al vanaf Scarface (1932) geliefd was terwijl hij in de VS nog decennialang als broodregisseur werd gezien. Dankzij de Franse erkenning en later ook de Amerikaanse werd Hawks juist één van de meest geprezen filmmakers van het oude Hollywood en het studiosysteem van toen. Ondanks dat hij vooral bekend staat om zijn gangsterfilms en screwball komedies of als iemand die van alle markten thuis is, wordt hij vandaag de dag ook gezien als één van de grootste western regisseurs. Een prima startpunt voor een nieuwe reeks over regisseurs van klassieke westerns dus. Want die reputatie is voornamelijk gestoeld op slechts twee films, Red River (1948) en Rio Bravo (1959). Daar zijn hele boeken over vol geschreven, en nog meer artikelen (zoals zelfs eerder hier op Salon Indien) zal ik derhalve ook niet veel . Maar welke westerns maakte hij nog meer? En kunnen die andere westerns zich enigszins meten met die grote twee titels?

Na Rio Bravo keerde Hawks in tien jaar tijd nog tweemaal terug naar dezelfde premisse. Deze variaties, El Dorado (1966) en Rio Lobo (1970), werden zijn laatste twee films. Naar eigen zeggen bleef Hawks dit gegeven verfilmen omdat hij niet kon uitvogelen waar Hollywood in de jaren zestig heenging, en met westerns zat hij dan goed want “westerns veranderen niet”. Daar had hij natuurlijk geen gelijk in. Van de jaren tien tot en met de jaren zeventig kun je heel makkelijk ontwikkelingen in het genre traceren, en ook daarna nog (hoewel de productie toen zienderogen afnam), en alleen al The Wild Bunch (1969), uit de periode die Hawks zo verwarde, bewijst dat.

Wat wel klopt is dat Hawks’ zijn westerns niet echt veranderden in die tijd, waarmee hij in de jaren zestig inderdaad aangeeft dat hij niet meer van deze tijd is. Rio Lobo is echter juist daarom interessant. Aan de ene kant is het in 1970 een ouderwetse, gedateerde film die vermoeid overkomt. Aan de andere kant past dat juist bij het verhaal over oude mannen die oude waarden verdedigen in een veranderende wereld die ze niet meer begrijpen, gemaakt door een zelfde soort oude man. Terwijl de jongere castleden met hun jaren zeventig look en uitstraling juist weer niet Rio Lobo heeft de reputatie veruit de minste van de drie variaties te zijn, maar valt mede dankzij die gelaagdheid en het vakmanschap van Hawks en co. ontzettend mee.

El Dorado
El Dorado is volgens sommigen eigenlijk beter dan Rio Bravo. Het is zeker een strakker uitgevoerde versie, met een kortere speelduur, een hoger tempo en over de gehele linie gezien betere acteurs. Dean Martin is prima in Rio Bravo als de alcoholicus, maar Robert Mitchum voegt daar net nog even wat levensmoeheid en hopeloosheid aan toe, met eigenlijk alleen zijn ogen al. En niemand zal Ricky Nelson boven James Caan verkiezen. Maar wat El Dorado net ietsje minder heeft is het gevoel van kameraadschap, het plezier van het vertoeven met de personages. Of hoogtepunten als de sublieme sequentie waarin de Mexicaanse Degüello de hele tijd in de achtergrond speelt, of het muzikale intermezzo van Martin en Nelson. Desalniettemin zijn beide een waardige aanvulling op elkaar.

Barbary Coast
Is Barbary Coast is een voorbeeld van Hawks’ eigen uitspraak dat “a good movie is three good scenes and no bad scenes”? Als geheel stelt dit melodrama met driehoeksverhouding, dat toevallig plaatsvindt in het westen, niet zoveel voor, maar hier en daar zitten er wel sterke scènes in. Op die momenten is de hand van Hawks soms enigszins te herkennen, verder is dat moeilijk. Samuel Goldwyn kwam de titel tegen en vond die zo geweldig dat hij er een film van liet maken, en het doorsnee opdrachtgehalte is dan ook hoog. Desalniettemin is de openingssequentie van een schip dat in de mist aankomt bij San Francisco in 1849 tijdens de gold rush erg mooi en steelt Walter Brennan in een bijrol als Old Atrocious de show in elke scène waarin hij mag optreden. Het zou goed kunnen dat Hawks zijn rol tijdens de productie vergrootte. Een ander hoogtepunt is de duistere, spannende scène waarin een groep vigilantes een schurk ‘arresteert’ en ophangt. Het zijn deze spaarzame momenten waar je het als kijker van moet hebben bij deze mindere Hawks western van voor de western renaissance van 1939. Slecht is het niet, maar bijzonder ook niet.

The Big Sky
Kan The Big Sky dan wel Hawks’ latere western reputatie bevestigen? Niet helemaal. De versie in omloop is een door de studio ietwat ingekorte versie van twee uur, die mogelijk niet conform Hawks’ intenties was. Het is hoe dan ook een film die een beetje op twee gedachten hinkt. Aan de ene kant keert er regelmatig een voice-over terug die netjes het verhaal uitlegt en vertelt, als ware het een soort groots opgezet epos over een pioniersreis door het Amerikaanse Noord-Westen. Maar de manier waarop Hawks ondertussen datzelfde verhaal vertelt, lijkt meer op zoals hij dat later ook met Rio Bravo zou doen: nadruk op personages en onderlinge relaties in plaats van het verloop van het verhaal.

Deze botsing van stijl, inhoud en intentie ondermijnt The Big Sky enigszins, en maakt dat het verhaal hoe langer hoe minder interessant wordt terwijl de personages daarin een beetje ondergesneeuwd raken. De film is op zijn best in de eerste helft, wanneer zij nog tijd hebben om elkaar te ontmoeten, Franse liedjes te zingen en te lachen om de amputatie van een vinger. Bij elkaar genomen creëren deze zes films niet een beeld van een absolute meester die naast Ford de belangrijkste beoefenaar van het genre zou zijn in het klassieke Hollywood. De kwaliteit varieert daarvoor toch net teveel, hoewel er dan ook weer geen echt slechte titel tussen zit. Red River, Rio Bravo en El Dorado verdienen wel hun klassiekerstatus. Maar zijn drie films genoeg om die status ook naar Hawks zelf over te hevelen?

‘Het beste van het westen’ is een nieuwe maandelijkse reeks artikelen over regisseurs van westerns uit het oude Hollywood, het Hollywood van voor mid jaren zestig. Ik bijt deze maand de spits af met Howard Hawks, en gaat volgende maand verder met een blik op Anthony Mann. Gaandeweg zal o.a. Erwan ook enige bijdrages leveren, en hij zal zich niet alleen beperken tot klassiek Hollywood.


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel