Kanonnenvoer!
De actiefilm (en andere genres van Cannon) in de jaren 80

25 juni 2014 · · Actie! + Lijst

Voor velen onder ons kende de actiefilm zoals we hem nu gewend zijn diens oorsprong in de jaren 80. De macho actiehelden, een man tegen de rest van de wereld, de luide explosies en onvergetelijke one-liners. Het decennium ook waar geijkte namen als Arnold Schwarzenegger, Sylvester Stallone, Jean-Claude van Damme en Bruce Willis doorbraken in met testosteron gevulde actiefilms. Een productiebedrijf dat in de jaren 80 veel van dit soort actiefilms maakte was The Cannon Group, een organisatie die al in de jaren 60 werd opgericht maar pas in de jaren 80 dankzij het duo Menahem Golan en Yoram Globus een echte cult-naam verkreeg met allerhande – soms erg goedkope – actiefilms. Maar Cannon richtte zich niet enkel en alleen op actie, ook andere genres werden bewandeld. Dit artikel wijd ik aan Cannon, met 10 films in chronologische volgorde van de productiemaatschappij. Uiteraard veel actie, maar ook andere genres komen aan bod met hier en daar een guilty pleasure en zelfs zeer positieve uitschieters die je niet zou verwachten van een pulpy en veelal verguisde groep als Cannon.

The Apple (Menahem Golan, 1980)

Genadeloos neergesabeld door critici en een gigantische commerciële flop, je kan ook nauwelijks anders zeggen dat The Apple een ontzettend slechte film is. Maar daar ligt nou juist de charme van deze ontzettend kierewiete musical. Ja, Cannon dat zijn bekendheid dankt aan jaren 80 b-actiefilms is ook verantwoordelijk voor deze disco-musical die overduidelijk wil inhaken op het succes van films als Grease (1978). Twee jonge plattelandse muzikanten krijgen in de nabije toekomst wat hilarisch genoeg 1994 is een platencontract aangeboden bij BIM, een zeer louche bedrijf dat Mr. Boogalow (de duivel) als baas kent, gespeeld door de acteur die in From Russia With Love (1963) opdook als de gluiperige schaakkampioen. Wat volgt is een serie aan vreemde liedjes, nog vreemdere kostuums en sets en een nog vreemder einde waarbij god in een cadillac vanuit de horizon aan komt zweven om redding te bieden. The Apple is zo slecht en er wordt zo abominabel geacteerd dat het leuk wordt. Het typische voorbeeld van wansmakelijke pret voor tien.

The Last American Virgin (Boaz Davidson, 1982)

Een genre dat zeer typisch was voor de jaren 80 was de sekskomedie. Zeker, ze worden tegenwoordig ook nog wel gemaakt maar zijn zo ontzettend veel braver dan destijds. Het meest bekende voorbeeld is hoogstwaarschijnlijk Porky’s (1982), maar in hetzelfde jaar kwam ook Cannon met een dergelijke schunnige komedie. The Last American Virgin is misschien niet zo curieus als The Apple, maar binnen het genre van de sekskomedie zonder meer uiterst uniek te noemen. Van de 92 minuten die de film lang is voltrekt 88 minuten zich als een relatief typische variant met drie tieners die van bil willen en van het ene in het andere seksavontuur belanden. Het is allemaal erg geinig en charmant met hier en daar wat rare subplots, maar niets bereid je voor wat er de laatste minuten zich afspeelt. Ik zal niks verklappen, maar het komt zo ontzettend uit de lucht vallen en gaat zo tegen de genreconventies in dat je je afvraagt of regisseur en schrijver Davidson het bedoelde als serieuze verassing of middelvinger richting het publiek. Let verder vooral op de fantastische soundtrack met nummers van Devo tot The Simple Minds.

10 to Midnight (J. Lee Thompson, 1983)

Een van de huisacteurs van Cannon in de jaren 80 was de inmiddels op respectabele leeftijd geraakte Charles Bronson, zo zijn de Death Wish vervolgen allemaal geproduceerd door Cannon. 10 to Midnight mengt de actiefilm met de politiefilm en wil ook nog eens een thriller zijn met een slasher-thema. Bronson jaagt in de film als politie-inspecteur op een seriemoordenaar van jonge vrouwen die – let wel – helemaal naakt de daad voltrekt. Het idee is natuurlijk bespottelijk, maar ze moesten waarschijnlijk iets origineels verzinnen want een andere verklaring is er nauwelijks te geven. Uiteraard is de moordenaar een door vrouwen gefrustreerde seksmaniak, iets wat na een recente noodlottige schietpartij in Californië ineens akelig actueel wordt. Als politie-thriller met een hoop actie werkt de film wonderwel en gezien enkele andere erbarmelijke Bronson titels uit die tijd is de film best de moeite. Daarnaast mag Bronson een paar keer op lachwekkende wijze zich uitleven op de moordenaar met enkele fantastische one-liners tot gevolg.

Lifeforce (Tobe Hooper, 1985)

Niet alleen Italiaanse regisseurs wisten in de jaren 80 wel raad met Alien rip-offs, ook Cannon liet van zich spreken met Lifeforce van Tobe Hooper wiens naam voor eeuwig verbonden zal zijn aan The Texas Chain Saw Massacre (1974), waarover later overigens nog meer. Een ruimte-expeditie vindt op een verre komeet een ruimteschip waar drie humanoids worden ontdekt en mee teruggenomen worden naar Aarde. In Londen worden de wezens onderzocht en al gauw blijkt het te gaan om ruimtevampiers die in plaats van mensen in de nek bijten, hen via inademing de levenskracht ontnemen. De films geproduceerd door Golan en Globus blinken over het algemeen niet uit qua script en ook hier vraag je je in vredesnaam af wie het verzonnen heeft. Gelukkig zijn de special effects behoorlijk sterk en is het hier en daar behoorlijk ranzig waardoor je het naast een science-fiction film ook zeker kan bestempelen als horror. Het is ook alleraardigst om te zien dat ondanks het ridicule idee er voldoende aandacht wordt geschonken aan de wetenschap rondom het gevaar en hoe dit op te lossen. De operateske climax is de moeite vanwege de setting in een kathedraal.

Invasion U.S.A. (Joseph Zito, 1985)

Nog meer dan Charles Bronson was dé actiester van Cannon de bebaarde Chuck Norris. Zijn specialiteit was de zogenaamde missie-film waarin Norris kwam opdraven om de Verenigde Staten en diens belangen te behoeden voor buitenlands gevaar. Er zijn de Missing in Action-films waarin de Vietnam-oorlog netjes werd overgedaan met als overwinnaar Chuck of The Delta Force (1986) wat je bijna als propaganda kan zien. Het zijn gedateerde films die tijdens het conservatieve Reagan-tijdperk er bij Amerikanen ingingen als koek. Invasion U.S.A. is een ander voorbeeld waarin Chuck Norris als eenmansleger optreedt tegen onduidelijke terroristen met een onduidelijk plan de Verenigde Staten te bestormen. Het is allemaal zo ludiek en ongeloofwaardig dat het bijna een komedie betreft ware het niet dat Norris altijd dezelfde strakke gelaatsuitdrukking vasthoudt. Gelukkig schmiert aartsslechterik Richard Lynch er flink op los en mag ook Billy Drago in een korte cameo helemaal los gaan met zijn bekende acteerstijl. En wat je ook mag vinden van de lachwekkende politiek van de film en diens makers, Invasion U.S.A. is een fantastische filmtitel en tevens een van de meest bizarre kerstfilms aller tijden.

Runaway Train (Andrey Konchalovskiy, 1985)

Een van de betere, zo niet beste actie-thrillers van Cannon is Runaway Train. Het verhaal is oersimpel: twee gevangenen ontsnappen uit een zwaar bewaakte gevangenis in Alaska en komen in een trein terecht die vlak na het opstarten de machinist verliest aan een hartaanval. Steeds sneller raast de trein voort en de twee ontsnapten die zich in een andere wagon bevinden beginnen stukje bij beetje door te krijgen dat er iets mis is. Wat Runaway Train zo sterk maakt is de constante adrenaline van de film, de twee (rollen van een vrij jonge Eric Roberts en een gigantisch over-acterende Jon Voight) moeten obstakel na obstakel zien te overwinnen in de stijl van Le Salaire de la Peur (1953). De spanning zit er ook constant op omdat we te maken hebben met twee best wel zware misdadigers voor wie je maar moeilijk sympathie kan krijgen. Al met al is Runaway Train een zeer vakkundige film, geregisseerd met flair en van begin tot eind topvermaak.

The Texas Chainsaw Massacre 2 (Tobe Hooper, 1986)

Of mensen een exact vervolg hadden verwacht of gewoon een probleem hebben met sequels, The Texas Chainsaw Massacre 2 heeft nooit op al teveel waardering kunnen rekenen in de loop der jaren. De film, dat moet toegegeven, is ook behoorlijk anders ten opzichte van het originele meesterwerk dat nog steeds te boek staat als een van de beste en meest effectieve horrorfilms ooit gemaakt. Maar daar waar het origineel uit 1974 zijn kracht haalde uit pure angst en terreur (er vloeit nauwelijks bloed), is het tweede deel meer in de stijl van grand guignol en zwarte komedie met diens groteske beelden al moet gezegd dat ook in deel twee er niet erg veel slachtoffers te tellen zijn. Zoals in zoveel Cannon films werd er een acteur op retour ingehuurd om flink te schmieren en het is hier de beurt aan Dennis Hopper om zich van zijn meest uitzinnige kant te laten zien. Hetzelfde jaar zou de acteur overigens de onvergetelijke rol van Frank Booth neerzetten in Blue Velvet (1986). The Texas Chainsaw Massacre 2 is lang niet zo sterk en effectief als het origineel en de humor werkt ook niet altijd even goed, maar een miskleun is het allerminst.

Barfly (Barbet Shroeder, 1987)

Dat Cannon ook wel degelijk in staat is op de serieuze toer te gaan blijkt wel met Barfly, een drama dat zich ruim anderhalf uur in constante staat van dronkenschap afspeelt. Mickey Rourke is briljant als een alcoholist die van bar naar bar kruipt en zodra die eenmaal dicht zijn naar huis gaat om daar verder de whisky in te duiken. Hij ontmoet op toevallige wijze de evenzo sterke en aan de fles hangende Faye Dunaway met wie hij een hier en daar ontroerende maar vooral herkenbare band opbouwt: de twee begrijpen elkaar met hun alcoholprobleem en maken er samen het beste van. Barfly is een hoogst ongebruikelijke productie voor de heren Golan en Globus en lijkt meer de handtekening te dragen van mede-producent Zoetrope, maar ere wie ere toekomt en dit is zonder enige twijfel een Cannon film. Niet alleen dat, het is een evenzo confronterend als ook bij tijden grappig en uitermate fragmentarisch kijkje in het bestaan van een beroeps-dronkaard. Niet voor niets is het script van Charles Bukowski die als geen ander zijn kroegen kende. Het is zeer wel mogelijk Cannons beste film.

Masters of the Universe (Gary Goddard, 1987)

Een van de weinige keren dat Cannon zich volledig richtte op een bijna pure marketing-film. Het speelgoed van He-Man and the Masters of the Universe was reuze populair en een extra boost in verkoop moest deze film met Dolph Lundgren in de rol van He-Man geven. Helaas valt de film tegenwoordig niet echt meer in goede aarde en wellicht is het ook wel te gedateerd voor het huidige publiek. Het matje van Lundgren, de ietwat knullige effecten en synthesizer soundtrack maken het wel erg jaren 80. Maar van alle films in deze lijst is dit de film waarmee ik opgroeide. He-Man was helemaal het mannetje en Skeletor (een prima rol van Frank Langella ondanks het wat goedkope masker) en zijn manschappen waren eng zat. Je zou ook kunnen stellen dat de film veel te laat probeert te profiteren van het succes van de Star Wars saga en fantasy-actie als Conan the Barbarian (1982). Maar wie kind is van de vroege jaren 80 zal warme herinneringen dragen aan Masters of the Universe. En voor de wat jongere kijkers: zie in deze film een van de eerste rollen van Courteney Cox.

Bloodsport (Newt Arnold, 1988)

De jaren 80 zijn ten slotte nog het domein van specifieke martial arts films en ook hier deed Cannon uiteraard een flinke duit in het zakje. Zo bracht Cannon meerdere ninja-films uit met vaak een sterk Amerikaanse insteek. Kijk voor de gein eens Revenge of the Ninja (1983) om te zien hoe ze hiermee uit de voeten gingen. Maar de beste pure vechtfilm die Cannon uitbracht is naar mijn idee Bloodsport, de film die van Jean-Claude Van Damme een bekendheid maakte ondanks dat zijn ster nooit zo hoog zou rijzen als enkele van zijn actiehelden-collega’s. Bloodsport is een echte toernooi-film, dus van een echt verhaal is nauwelijks sprake, alles moet wijken voor de gevechten waarbij in het bijzonder The Muscles from Brussels als held en cultfiguur Bolo Yeung als sadistische slechterik zich onderscheiden. En het moet gezegd, de choreografie is uitstekend met enkele zeer opwindende gevechten. Het is natuurlijk allemaal ontzettend voorspelbaar, maar dat neemt niet weg dat Bloodsport binnen het genre van de Amerikaanse martial arts films een van de beste titels is.


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


3 Reacties

  1. beavis

    Golan en Globus zijn ook wel echt helden van mijn jeugd. Geen goede videotheek kon buiten hun films. Ze hadden de beste ninja films (buiten Japan dan natuurlijk, hoewel de betere/serieuze klassiekers op dat vlak daar vooral in de jaren 60 gemaakt werden en in het Westen in die tijd nog nauwelijks zichtbaar). Enter the Ninja is nog steeds mijn favoriet. Andere favorieten als Bloodsport en Masters of the Universe noem je zelf ook. Had the Barabrians er nog aan toegevoegd en het was perfect.

    The Last American Virgin staat al jaar en dag hoog op mijn wensenlijstje. Een van de vele variaties op de “Eskimo Limon” serie van Golan-Globus volgens mij. Een andere Cannon productie op dat vlak is het minder bekende Hot Chili; volledig fout en hilarisch! vroeger zette ik dit soort werk wel regelmatig op, nu kost het wat meer moeite… maar Cannon maakt het altijd wel speciaal.

    Ik zag heel recent Superman IV waar de Cannon-vibe ook weer ongekend sterk was met veel coole neon-effecten en John Cryer leek hier rechtstreeks weggelopen uit Pretty in Pink (wat waarschijnlijk ook wel zo was :))

    Ook nog relatief recent zag ik twee films waar artistieke intenties tot een volledige symbiose komen met de kaas-factor om tot een volledig uniek soort nieuwe cinema te komen :) Godard’s King Lear en Mailer’s Tough Guys Don’t Dance. Dat is produceren met ballen :) Cannon blijft daardoor gelukkig ook echt wel meer als zo’n bedrijf dat zich alleen maar stort op goedkope rip-offs van succesvolle films.

    Kwam er niet binnenkort een docu/film aan over the Cannon Group?!?

  2. Dirk

    TCM 2 is de meest ondergewaardeerde horror film die er is. De film is fantastisch, ijzingwekkend en intens. Ik vind vooral de nihilistische humor als versterker van de surrealistische terror perfect gedaan.

    Voor de rest ben ik in de jaren 80/90 opgegroeid en zag ik al deze films. Ik vond de meeste Cannon films vermakelijk, maar mijn leven hebben ze niet echt veranderd.

  3. Erwan

    The Last American Virgin kan ik zeker aanraden, al helemaal als je Diane Franklin fraai vindt om naar te kijken. Hot Chili heb ik nog gezien, dus die zal ik zeker eens opzoeken. Ik vond Superman IV: Quest for Peace echt afgrijselijk, maar ik moet daaraan toevoegen dat ik sowieso Superman altijd al niks aan heb gevonden.

    Die documentaire moet nog altijd komen, ja. Ontzettend benieuwd en met een titel als Electric Boogaloo: The Wild, Untold Story of Cannon Films kan het al bijna niet stuk.

    TCM 2 viel me bij herkijk ook reuze mee, vond het de eerste keer dat ik hem op TV zag niet zo veel aan maar onlangs bij Cinema Egzotik in EYE was het echt een hele fijne ervaring.


Reageer op dit artikel