L’armée des ombres (1969)
Kille zakelijkheid of romantiek in Melvilles verzetsfilm?

16 februari 2014 · · Beschouwing + De SI-xties

Rond beschouwingen van Jean-Pierre Melville’s films zou je haast een clichébingo op kunnen tuigen. Een analyse lijkt niet af zonder woorden als ‘bleak‘, ‘cold‘, ‘sober‘, ‘fedora‘, ‘existential‘ en een categorie aan termen waar een ontkennend voorvoegsel aan vooraf gaat: ‘unsentimental‘, ‘unromantic‘, ‘unspectaculair‘. Het zojuist beëindigde retrospectief in EYE rond Melville bood gelegenheid (opnieuw) kennis te maken met de mijlpalen uit mans oeuvre. Mijn gewaarwording hierbij was vreemd genoeg dat van de genoemde frames me vaak eerder het tegendeel bleek.


Het meeste geldt dat nog wel voor mijn herkijk van oorlogsfilm L’armée des ombres (1969). Indertijd werd de film weggejoeld door intellectueel Frankrijk, wat vooral met het politieke getij te maken had. Alles wat maar hinte op een positieve waardering van het oorlogsverleden was met de Algerijnse oorlog aan de gang en de impopulaire Charles de Gaulle aan de macht, even not done. In 2006 werd de film heruitgebracht, en kreeg het alsnog de status van meesterwerk. En inderdaad, de lof van critici betrof vooral de onopgesmukte, onromantische wijze waarop het verzet in WO II verbeeld werd.

Om twee redenen vind ik de lof op die gronden wat moeilijk te begrijpen. In de eerste plaats voelt L’armée des ombres me aan als het spannende jongensboek wat het absoluut niet zou zijn. Er zitten verschillende ontsnappingsscènes in, een overtocht naar Engeland, gevangenschap en nog veel meer. Melville beheerst de kunst van spanningsopbouw, dus veel van dergelijke scènes zijn ‘atracties’ die verder gaan dan een zakelijk verslag. Maar het is misschien nog wel meer het cement tussen dergelijke scènes die het mij moeilijk maakt L’armée des ombres als een ongeromantiseerde film te zien. Decoraties voor getoonde moed in Londen, als schuilplaats een landgoed van een baron, een picknick tegen de skyline van Parijs, tot aan zelfs een filmuitje (Gone With the Wind (1939)) toe. En dat is nog maar een greepje uit de ingrediënten waarvan ik me afvraag waarom ze er zo in zitten als het de bedoeling zou zijn een onopgesmukte versie van het verzetswerk te tonen.

Datzelfde geldt ook voor de waarden die terug te zien zijn in de film. Stoere waarden als onverschrokkenheid, moed, discipline en integriteit worden breed uitgemeten, en geplaatst tegenover een keerzijde van verraad, lafheid en sadistisch geweld. Een tamelijk overzichtelijk schema zoals we dat kennen van oorlogsfilms, maar naar mijn smaak nog wat meer naar de zwart/wit-zijde neigend dan naar grijstinten, zoals dat, zeker nadien, gebruikelijker is in de betere oorlogsfilm.

Daarmee kom ik op de tweede reden, die meer op het gebied van het genre zelf liggen. Laat L’armée des ombres inderdaad een onspectaculaire film zijn die een somber beeld van de oorlog schetst. Is zo’n perspectief voldoende opmerkelijk? Naar mijn mening is de oorlogsfilm bij uitstek het genre dat het duistere in mensen en hun gedragingen tot onderwerp heeft. Net zoals een horrorfilm niet zonder moord kan, kan de oorlogsfilm niet zonder de teleurstelling over de imperfecte mens; verraad, egoïsme, zinloosheid, de geringe waarde van een mensenleven, de gruwelijkheden waar de mens toe in staat is. Ook L’armée des ombres begeeft zich op dat terrein. Het maakt invoelbaar hoe het moet zijn om, onder druk, voor het eerst een moord te plegen. Of hoe het is om niemand te kunnen vertrouwen. Of om te moeten besluiten een gevangen kameraad wel of niet te gaan bevrijden.

Op zichzelf zijn dit interessante vraagstukken, en L’armée des ombres is vaardig genoeg gemaakt om ze in te kunnen leven. Toch overheerst het gevoel dat het geen voor het genre opmerkelijke aanpak is. Sterker nog, ik vind de film aan de veilige kant blijvend, met overzichtelijke dilemma’s. Misschien nog wel het meest prikkelend aan de hele film is het feit dat de verzetstrijders louter door zichzelf gepreoccupeerd zijn. Men is enkel bezig met het bevrijden van strijders, gevangenschap uitzitten en zo meer, maar op wat voor manier ze nu precies verzet tegen de Duitsers plegen komt in nagenoeg niet aan bod. Voor het overige blijft L´armée des ombres voor mij een te traditionele oorlogsfilm die niet overeenstemt met de door critici verschafte predicaten.


Onderwerpen: , , ,


4 Reacties

  1. Kaj van Zoelen

    Wat is je bron voor die reactie van intellectueel Frankrijk? De Algerijnse oorlog was zeven jaar voordat deze film uitkwam al klaar, en De Gaulle was al een aantal maanden opgestapt. En wat ik me kan herinneren van een boek over Franse oorlogsfilms was de reactie, misschien niet van links Frankrijk (die wel ongeveer zo is als je beschrijft), toch vooral dat men niet wilde accepteren dat de “helden” van het verzet zo negatief werden neergezet als in deze film – en daarmee de mythe van het geweldige Franse verzet doorprikkend die De Gaulle en de zijnen in de twee decennia daarvoor zorgvuldig hadden opgebouwd – hoewel die reactie natuurlijk veel feller was op de controversiëler documentaire van Ophuls datzelfde jaar.

    Wat je noemt als vaste waardes van de oorlogsfilm zijn volgens mij vooral de vaste waardes van de anti-oorlogsfilm, en die maakte ze in Frankrijk na WO II toch niet echt. Om het met het spionnengenre te vergelijken, de triestheid en desillusie van Le Carré (waar Melville’s films soms wel een beetje op lijken, in deze films omdat ze zoals je al aangeeft vooral met zichzelf bezig zijn) vind je niet terug in de James Bond reeks. Volgens mij zie je in veel oorlogsfilms toch juist niet de imperfectie van de mens, maar de perfectie van de soldaat, die zich opoffert voor zijn vaderlandsliefde en voor zijn kameraden, dus juist geen verraad of egoïsme, maar de romantische held die zijn leven voor anderen in de waagschaal zet. En zeker in het Frans nationalistische beeld werd dat niet als zinloos beschouwd.

  2. Rik Niks

    Dat van de Algerijnse oorlog meldde Wikipedia (ik heb me vergist bij het interpreteren, want de oorlog was inderdaad al afgelopen), dat van De Gaulle kwam eigenlijk in elk stuk dat ik las wel terug. Dat eerste zal wel niet de hoofdzaak (meer) zijn geweest inderdaad. Maar goed, het is voor mij, als niet ingewijde, speculeren waarom de film niet in zijn tijd gepast heeft. Dat de film een problematische ontvangst had, is wel een feit. En volgens mij is mede daarom de film in Amerika pas in 2006 uitgebracht.

    Je zou misschien een tweedeling moeten maken van het oorlogsgenre; de oorlogsfilm en de anti-oorlogsfilm, met de onderscheidende elementen die jij al noemt. Dat illustreert ook wel mijn probleem met L’armée des ombres. Die is op het oog (en vooral: gelet op de ontvangst van hedendaagse critici) een anti-oorlogsfilm, maar zit vol elementen die bij de oorlogsfilm horen. ” (…) de perfectie van de soldaat, die zich opoffert voor zijn vaderlandsliefde en voor zijn kameraden, dus juist geen verraad of egoïsme, maar de romantische held die zijn leven voor anderen in de waagschaal zet.” Dit gaat haast een-op-een op voor L’armée des ombres.

  3. Kaj van Zoelen

    Wacht even, nou wordt het verwarrend, eerst is je kritiek dat de film teveel die elementen volgt die we nu als anti-oorlog hebben bestempeld, en nu is je kritiek dat de film teveel de tegenovergestelde elementen bevat/volgt? Huh?

    Daarnaast ben ik dat laatste niet met je eens. Misschien denken ze zelf wel zich op te offeren voor het vaderland, wij zien daar in de film niks van terug, ze zijn alleen bezig met hun eigen kleine wereldje en niets lijkt wezenlijk effect te hebben op de oorlog of bezetting. Geen belangrijke informatie die een verschil maakt in de oorlog, geen hooggeplaatste Duitse officieren of verraders die omgelegd worden, maar een stel moordenaars die net zo goed gangsters hadden kunnen zijn, die hun kameraden om het minste omleggen. Twee of drie sleutelscènes draaien om het vermoorden van verzetsleden en hoe dat in zijn werk gaat, hoe kun je dan zeggen dat “geen verraad” een-op-een opgaat voor de film? En dan is er ook die alles overheersende triestheid, de tragedie waarin alles slecht afloopt en niemand levend het einde haalt, zonder dat hun moeite schijnbaar enig effect heeft gehad. Ja, er zit ergens een scène met een medaille in, maar de ironie druipt daarvan af.

  4. Rik Niks

    Volgens mij zijn we elkaar een beetje kwijt, want ik volg jou ook niet helemaal :)
    Mijn kritiek is niet dat de film teveel de elementen van de anti-oorlogsfilm volgt. Mijn punt is dat de critici er kritiekloos een anti-oorlogsfilm in zien (of preciezer gezegd: een onromantisch beeld van de oorlog), terwijl de film in mijn ogen juist veel elementen bevat die dat ontkrachten.

    Ik kan me niet vinden in jou lezing op een pessimistischer beeld van de film. Er zijn geen echte aanwijzingen dat het ontbreken van, laten we zeggen, nuttige verzetsactiviteiten opzettelijk is, met de bedoeling een gering nut van (dit) verzet te verbeelden. Hetzelfde geldt ook voor de medaillescène, waarvan ik twijfel of dat ironisch opgevat moet worden. Het belangrijkste wat een lezing als deze tegenspreekt vind ik dat het verhaal teveel met ‘oorlogsromantiek’ verteld wordt. Dat vind ik niet stroken met een beeld van desillusie over het verzet. Natuurlijk is verraad ook een onderdeel. Maar verraad is in elk oorlogs- en anti-oorlogsverhaal aan de orde van de dag. In L’armée des ombres zie je wel degelijk ook de betrouwbare, integere tegenhanger, met geen misverstand waar de sympathie ligt. Iets te zwart-wit schematisch naar mijn smaak, en niet pleitend voor een pessimistischer lezing van de film.


Reageer op dit artikel