Lol met Lau Kar-Leung
Helden van Hong Kong (9)

Lau Kar-leung

Wong Fei-Hung was een Chinese martial arts expert, dokter, rebel en de grootste volksheld van China. Er zijn meer dan honderd films over hem gemaakt. Eén van zijn leerlingen was Lam Sai-wing, die ook in veel van die films voorkomt en het onderwerp is van onder andere The Magnificent Butcher (1979), van en met Sammo Hung. Lam gaf zelf ook weer les, onder meer aan Lau Sam. De vorig jaar overleden Lau Kar-leung (1935-2013) was zijn zoon. Als het kind van twee martial arts experts die in de filmindustrie werkten was het logisch dat Lau in hun voetstappen volgde, beginnende als extra in zwart-wit films over zijn “martial arts overgrootvader” Wong Fei-Hung.

In de jaren zestig begon hij voor de Shaw Brothers te werken, en werd al snel een van de beste actiechoreografen in de industrie. Hij deed onder andere de choreografie voor de films van Chang Cheh (zij werkten bijvoorbeeld samen aan One-Armed Swordsman (1967), Golden Swallow (1968) en The Boxer From Shantung (1972). In 1975 had hij zich eindelijk opgewerkt tot regisseur en al snel ontpopte hij zich tot misschien wel de beste martial arts filmmaker van zijn tijd, totdat tien jaar na zijn debuut de ‘heroic bloodshed’ films van John Woo en co. de markt overnamen en ongeveer tegelijk de Shaw Brothers de filmproductie stopzetten om zich volledig op televisie te concentreren.

Eind jaren tachtig maakte hij één zo’n ‘heroic bloodshed’ film, Tiger on the Beat (1988), waarna hij in de jaren negentig nog slechts sporadisch films maakte. Meest opmerkelijke is nog wel dat hij van de set verwijderd tijdens het filmen van Drunken Master II nadat hij ruzie kreeg met Jackie Chan – omdat Lau vond dat Chan de dronken kung-fu stijl niet accuraat genoeg uitvoerde. In zijn glorietijd bij de Shaw Brothers maakte hij echter wel een paar van de gerenommeerdste martial arts film aller tijden, waaronder The 36th Chamber of Shaolin (1978) en The Eight Diagram Pole Fighter (1984).

The Eight Diagram Pole Fighter

Als je nog geen film van Lau hebt gezien, zijn dat de twee om mee te beginnen. Beiden hebben Lau’s geadopteerde broer (en tevens leerling van papa Lau) Gordon Liu in de hoofdrol. In Lau’s films speelt Liu vaak niet zozeer een personage maar de belichaming van kung-fu discipline. Of beter gezegd, disciplines, want in de bovenstaande films en in klassiekers als Heroes of the East (1978) en Executioners of Shaolin (1977) staat vooral de vechtkunst zelf centraal. Lau is er een meester in om specifieke vechtstijlen uit te lichten en filmisch te maken. Volgens martial arts experts zijn Lau’s gevechten de authentiekste op film. Zijn bekendste werken zijn aan de zwaardere, serieuze kant, maar humor behoorde ook tot het arsenaal van Lau. Voor dit artikel zag ik twee van zijn grappigere films en ééntje waarin hij zelf een rol speelt als schurk tegenover Gordon Liu:

De komische kant van Lau en een jonge Wong Fei-Hung

Dirty Ho
Dirty Ho (1979) is niet wat de titel misschien doet vermoeden. Ho is een dief met een bijnaam die in het Engels een opmerkelijke combinatie oplevert. De ster van de film is echter prins Wang (wie anders dan Gordon Liu), die zich tegenover Ho voordoet als iemand die geen kungfu doet, wat een aantal zowel hilarische als spectaculaire gevechtscènes oplevert waarin Wang zijn kunsten voor Ho maar niet voor de kijker verbergt. Het hoogtepunt daarvan is een scène waarin Liu de bewegingen van Kara Hui zo stuurt dat het net is alsof zij met Ho vecht, maar de scène waarin Liu en een antiekhandelaar alleen met hun benen vechten om hun gevecht te verbergen doet er nauwelijks voor onder. Ho krijgt overigens ook zijn eigen showcase, in een scène waarin hij vier kreupelen bevecht die één voor één hun handicap blijken te veinzen. In dit soort scènes laat Lau zien waarom men het martial arts noemt.

Challenge of the Masters
Challenge of the Masters (1976) is niet zo komisch, hoewel er binnen deze wat serieuzere benadering van Wong Fei-Hungs jonge jaren ook wel ruimte is voor wat grappen hier en daar. Het moest er natuurlijk wel eens van komen, dat Lau een film over Wong zou maken, gezien zijn achtergrond (het zal niet de laatste keer zijn). Natuurlijk speelt Gordon Liu de volksheld, die hier aan het begin echter nog nauwelijks kung-fu beheerst. Net als in The 36th Chamber of Shaolin (1978) bestaat het middengedeelte grotendeels uit een uitgebreide training op een afgezonderde plek. Het is nog niet zo indrukwekkend als wat Lau twee jaar later zou maken maar desalniettemin verdomd vermakelijk. Het hoogtepunt is echter het daaropvolgende gevecht tussen de inmiddels zeer vaardige Wong en de schurk, gespeeld door Lau zelf. Een fascinerend duel tussen regisseur en acteur, meester en protegé, en bovendien broer tegen broer. Wederom zijn verschillende stijlen goed zichtbaar, en niet alleen doordat de vechters elkaars vechtkunst benoemen tijdens de gevechten.

My Young Auntie

My Young Auntie (1981) is misschien wel de grappigste film van Lau’s filmografie. Soms lijkt het bijna meer een romantische komedie met martial arts, hoewel het verwarrende plot vol intrige en ingewikkelde familierelaties daar eigenlijk weinig mee doet. Lau speelt zelf ook weer een flinke rol, als een oude man met een jonge tante. Maar het is de jonge dame die zijn oudere/meerdere moet voorstellen, die op ouderwetse manieren en gedrag staat. Het contrast levert een aantal zeer leuke scènes op, met als hoogtepunt een gemaskerd bal dat uitmondt in een gevecht tussen twee groepen uit verschillende takken van de familie. Soms is de humor wel erg flauw – Hong Kong komedie is niet voor iedereen – inclusief Benny Hill-achtige muziek. Passend bij de lichte toon gaat er niemand dood, ook niet in het massale gevecht aan het einde. Net zoals in de bovenstaande twee films geven de schurken zich uiteindelijk gewonnen, met respect voor de overwinnaar. Hoe meer ik van Lau zie, hoe meer dat de norm blijkt te zijn voor zijn films. Hij laat graag de kunst van martial arts zien, maar is niet zo happig op de melodramatische of gewelddadige verhalen die daar in andere films vaak bij komen kijken (iets waar ik bij Chang Cheh nog op terug zal komen). In die zin zijn The 36th Chamber of Shaolin en The Eight Diagram Pole Fighter eigenlijk helemaal geen goede startpunten voor Lau’s oeuvre – of in ieder geval zijn ze niet representatief. Daarvoor kun je het beste met één van de drie hier besproken films beginnen.

Zoals vaste lezers ongetwijfeld hebben gemerkt is de Helden van Hong Kong een tijdje weggeweest, doordat Hitchcock en Linklater mijn tijd en aandacht opeisten. De reeks zal zich voorlopig ook niet meer wekelijks terugkeren zoals afgelopen zomer, maar in plaats daarvan maandelijks.


Onderwerpen: , , , , , , ,


1 Reactie

  1. Beavis

    Als ze maar blijven komen ;)
    Weer een paar tips hier!


Reageer op dit artikel