Masterclasses in minimalisme en een eindopmaak.
Het IFFR 2014 volgens Theo (slot)

2 februari 2014 · · Filmfestival + IFFR 2014

Cherry Pie
Als er een woord is wat ruim de helft van de films die ik op dit festival zag samenvat is dat minimalistisch. Spaarzame tempos, weinig opsmuk, subtiel acteerwerk, weinig explosieve verhaalontwikkelingen. Bij een groot aantal van de films levert dat problemen op, omdat de filmmakers te veel vertrouwen hebben in hun eigen verhaal, en niet doorhebben dat het trage tempo vaak de doodsteek is van een film wanneer deze niet werkt zoals bedoeld. Slecht acteerwerk en een matig verhaal worden ondraaglijk wanneer de filmmaker dit zo lang mogelijk uitrekt. Toch zijn er hier en daar een aantal minimalistische films die wel werken, en dan blijkt het trage tempo vaak extra schwung aan de film te geven. Als ode aan de rustige films die synoniem staan voor het Internationaal Film Festival Rotterdam, ter afsluiting twee films die een masterclass zijn in minimalistische vertellingen, Cherry Pie (2013) van Lorenz Merz en Night Moves (2013) van Kelly Reichardt, en een afsluitende top 10.

Cherry Pie

Cherry Pie is een gewaagde film. De opzet is dat we de gehele film slechts één hoofdpersonage volgen, Zoé genaamd, die voor een groot deel van de speelduur geen interactie heeft met andere personages. Ze zegt weinig, er zijn geen lange lappen interne monoloog, op enkele flarden na, en ze doet ook niet bijzonder veel. Aan het begin stelt ze zich hier en daar nog redelijk pro-actief op. Ze vlucht weg van een gewelddadige man, ze berispt een jong kind dat zijn zusje plaagt, ze smeekt de uitbater van een plaatselijke snackbar om haar korting te geven, maar voor de rest is ze eigenlijk enkel rusteloos en onderweg.

Ze vlucht vanaf de parkeerplaats in Frankrijk waar de film begint, via snelwegen en wegrestaurants naar allerlei bestemmingen. De rusteloosheid van Zoé, fantastisch vertolkt door een intense Lolita Chammah, zorgt ervoor dat we geboeid blijven ook als er niet zoveel gebeurt. Langzaam maar zeker wordt de reis steeds symbolischer. Magisch-realistische elementen doen hun intrede, evenals absurdistische symbolen. Het is duidelijk dat we steeds meer op één lijn komen met de ervaring zoals Zoé die beleeft, maar echt begrijpen doen we haar niet altijd.

Cherry Pie is mede fantastisch doordat niet alle elementen uitgespeld worden voor het publiek. Veel kunnen we wel raden, op basis van Zoé’s reacties, of doordat er dingen veranderd zijn in de gaten tussen de scènes in. Maar echt in de ziel van Zoe kijken we niet. Daarvoor is ze te ongrijpbaar, te impulsief, te explosief. Het blijkt dat je nauwelijks extra personages nodig hebt, nauwelijks andere stemmen in je film waarop je personage moet reageren, wanneer je zo’n fascinerend hoofdpersonage hebt, en een actrice zo goed als Lolita Chammah.

Je hebt voor een meesterlijke film ook geen heftige gebeurtenissen nodig, ondanks dat er wel een aantal zijn in de film. Verwacht geen grootschalige plotwendingen, geen plotmatig vuurwerk. Het vuurwerk komt vanuit Zoé, vanuit haar innerlijke angsten en wensen. Heftige momenten gebeuren op de achtergrond of zijn al gebeurd, we zien alleen de nasleep. Door clichématige plotelementen tot het minieme te beperken, en kleinschalige momenten uit te vergroten krijgt Cherry Pie een volledig unieke toon.

De sfeer van de film, en de kijkervaring, wordt dan ook grotendeels bepaald door stijl en acteerwerk, niet door plot. Het camerawerk is prachtig, de montage ritmisch en sterk. Maar wat Cherry Pie bovenal boven de middelmaat uit tilt is het geluidsontwerp en de geluidsmixage. Op ritmische wijze worden allerlei invloeden van buitenaf toegevoegd aan de geluidsband, vaak in een herhalend, bezwerend ritme.

Doffe drones worden afgewisseld met een vrouw die Russisch praat, het geluid van een modem, het aftellen van een raketlancering, een amper hoorbaar popliedje, de geluiden van een speelhal, het geluid van een veerboot. Zelfs tientallen scènes na dat Zoé bij een locatie is langs geweest met een unieke geluidsomgeving horen we de geluiden van deze plaats nog na-echoën. De volstrekt unieke manier waarop het geluid is vormgegeven in Cherry Pie is geen sinecure, zeker als je bedenkt dat veel lowbudgetproducties als deze bezuinigen op geluidsontwerp en mixage. Cherry Pie onderscheidt zich van het gros van de minimalistische lowbudget-films door een hypnotiserende geluidsband die ons een deel van de gevoelens van het personage doet begrijpen. De enige debuutfilm die ik me kan bedenken met een dergelijk unieke en revolutionaire kijk op geluid was David Lynchs Eraserhead (1977). Van Lorenz Merz mogen we waarschijnlijk ook nog veel meer verwachten.
★★★★½

Night Moves

Night Moves

Night Moves is de nieuwste film van festivallieveling Kelly Reichardt, en het is zonder meer haar meest commerciële film tot nu toe. Dat is al te zien in de casting van Jesse Eisenberg, Dakota Fanning en Peter Sarsgaard. Het is ook te merken in het basisgegeven, dat overduidelijk meer marketingswaarde heeft dan haar vorige films. Een film over ecoterroristen valt beter te verkopen dan een western over een vrouw in de woestijn, of een film over een vrouw die zoekt naar haar hond.

Wat Kelly Reichardt niet is kwijtgeraakt is haar perfecte gevoel voor timing, haar shots lang aanhoudend maar nooit te lang. Het trage tempo betaalt zich in Night Moves op enkele momenten erg goed uit, zeker in de planning en uitvoering van de aanslag op een stuwdam die Dena (Dakota Fanning), Josh (Jesse Eisenberg) en Harmon (Peter Sarsgaard) beramen. Op dit soort momenten blijkt de rustige cameravoering van Kelly Reichardt een perfect middel om spanning op te wekken.

Door in deze scènes niet weg te knippen, maar deze op rustige wijze uit te laten spelen, wordt voor de kijker onduidelijk wat precies de spanningsboog van de scène is. Die onvoorspelbaarheid, zeker in de scènes waarin men de aanslag probeert uit te voeren, werkt in het voordeel van de film. Er komt geen knip, dus kan er elk moment nog wat gebeuren, en dat maakt de scènes vaak ondraaglijk spannend. Een conventioneler tempo en een meer standaard montage had de scènes van hun kracht beroofd, want ze teren op de onvoorspelbaarheid van de situatie. Een onvoorspelbaar tempo is dus meer dan passend.

Ook de plek waar Reichardt haar camera neerzet is vaak veelzeggend. Op weg naar de stuwdam plaatst Reichardt haar camera vaak verwijderd van het drietal, midden tussen de vakantiegangers. Veelbetekenend is bijvoorbeeld een shot van een oud, gezet stel in hun camper, kijkend naar de televisie vlak boven de voorruit, terwijl in die ruit een groep ecoterroristen voorbij rijdt met een vol met mestbommen geladen speedboot. Het is een shot dat tegelijkertijd wat zegt over de belevingswereld van de ecoterroristen, die zichzelf buiten de samenleving plaatsen, als de “gewone mens”, die met dit soort consumptiegedrag bij de ecoterroristen een gevoel van onvrede oproepen en door ditzelfde consumptiegedrag blind zijn geworden voor de gevaren in hun omgeving. Night Moves zit vol met dit soort shots: perfect gekozen tableaus, die vaak een scala aan ideëen in zich bevatten, maar die tegelijkertijd moeiteloos, en niet gezocht aanvoelen.

Helaas zet Reichardt dit minimalisme tegen het einde aan de kant voor een meer standaard thrillerbenadering. Durft ze het aanvankelijk nog aan om de acties buiten beeld te houden, en de paranoia zo sterk mogelijk op te voeren, tegen het einde is ze meer expliciet in wat ze toont. De concessies tegen het einde voelen aan als scènes uit een compleet andere film, en door het minimalisme los te laten verliest Reichardt ook het gevoel van spanning en paranoia. Night Moves is aanvankelijk adembenemend, zowel op visueel als verhalend niveau. Het minimalisme werkt een zekere spanning in de hand, maar zodra Night Moves een beroep doet op conventies van de gemiddelde thriller is hij helaas niet spannend meer. Less is more, blijkt toch een vrij belangrijke stelregel, en een raad die Reichardt op twee derde van de film helaas in de wind slaat.
★★★½☆

Top 10

1. Hard to be a God (Aleksey German)
2. The Sacrament (Ti West)
3. Only Lovers Left Alive (Jim Jarmusch)
4. Metalhead (Ragnar Bragason)
5. Cherry Pie (Lorenz Merz)
6. Mary is Happy, Mary is Happy (Nawapol Thamrongrattanarit)
7. A Spell to Ward of the Darkness (Ben Rivers, Ben Russell)
8. R100 (Hitoshi Matsumoto)
9. L’Inconnu Du Lac (Alain Guiraudie)
10. Caníbal (Manuel Martín Cuenca)


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel