NFF (5): Van God los….

30 september 2014 · · Filmfestival + NFF 2014

Ondanks het einde van de verzuiling is het christendom nog steeds een groot onderwerp in Nederland en ook in de Nederlandse culturele wereld. De interesse gaat dan vooral uit naar de extremere uitwassen van Nederlands grootste religie, zoals opgetekend in boeken als Dorsvloer Vol Confetti (2014) en Knielen op een Bed Violen. Ook op het Nederlands Film Festival zijn er een aantal films die zich richten op de strengere christelijke gemeenschappen in Nederland, zoals Zwart Ijs, De Onzichtbare Vriend (2014), Hemel op Aarde, Levende Klederdracht en de verfilming van Dorsvloer Vol Confetti. De twee films die ik vandaag bespreek, De Onzichtbare Vriend en Dorsvloer Vol Confetti, zijn semi-autobiografische afrekeningen met de zware dogmatische leer, en de worstelingen die daarop volgen.

De Onzichtbare Vriend

De Onzichtbare Vriend is de debuutdocumentaire van Hans Busstra, en de film valt meteen in één van de valkuilen voor beginnende documentairemakers: het is een ego-document. In het geval van De Onzichtbare Vriend valt deze keuze te verdedigen, want de origine van de film ligt in de worsteling van domineeszoon Hans Busstra met zijn christelijke opvoeding. Hij wil zo graag een relatie met Jezus, maar hij gelooft er niet meer in. Zijn film is een missie om God te vinden, en die voert hem langs een scala aan christenen die hun geloof niet onder stoelen of banken steken. Als je genoeg gelooft om flyers uit te delen op straat, of om als kluizenaar te leven, denkt Hans Busstra, dan moet je ook wel het geheim weten.

De reis langs de verschillende soorten mensen brengt hem niet dichter bij zijn doel. Van de Oosters-Orthodoxe kluizenaar, tot de man die Jezus Redt op zijn dak heeft staan; van de atheïstische predikant tot de vader van Busstra zelf; geen van alleen kunnen ze hem een oplossing bieden, en allen benadrukken ze het persoonlijke gevoel en de persoonlijke ervaring. Ze kunnen alleen vertellen hoe het voor hun is, en hoe hun het geloof hebben gevonden, maar alle aangeboden oplossingen zitten vastgeroest in het individuele referentiekader van de desbetreffende persoon.

De kracht van De Onzichtbare Vriend zit hem in die persoonlijke aanpak. Busstra is er niet op uit om de strenge christenen op hun nummer te zetten. Hij is oprecht geïnteresseerd. En ondanks de soms gekromde tenen bij de uitspraken van enkele van de radicalere personen, wordt geen van hen gedemoniseerd of geridiculiseerd. Het gevaar van veel ego-docu’s, dat het allemaal volstrekt subjectief voelt, en als een wel heel specifieke blik op de wereld, werkt hier wat mij betreft sterk.

De thesis van de film, dat ieder persoon vast zit in zijn eigen persoonlijke referentiekader, en dat de zoektocht naar het hogere dus moeilijk over te brengen is op anderen, is echter ook voor de kijker toepasbaar. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen iets zal kunnen met de geïnterviewden, omdat deze hun bloed doen koken. Of dat ze niets met Busstra kunnen, die toornt aan het geloof dat zij met de interview-subjecten delen. Je brengt ook je eigen referentiekader, uiteraard, naar de film mee. Dat geld überhaupt voor elke film, maar bij een documentaire als deze nog wel meer, aangezien deze staat of valt bij het begrip voor de persoonlijke uitingen. Ikzelf, als ondergetekende, kon als ex-christen veel herkennen in de worsteling van Busstra, en de lezer dient er rekening mee te houden dat het oordeel van deze film gekleurd is door mijn referentiekader. De Onzichtbare Vriend speelt in op die persoonlijke connectie, en zal dus als koeterwaals overkomen voor een deel van het publiek. De film preekt voor eigen parochie: die van overtuigde christenen én die van ex-christenen. Degenen die niet “bekeerd” zijn tot één van deze twee gezindten, zullen aan deze film dan ook geen blijde boodschap hebben.

★★★★☆

Dorsvloer vol Confetti

Dorsvloer vol Confetti is gebaseerd op de semi-autobiografische debuutroman van Franca Treur. Ik heb het boek niet gelezen, maar ook de film voelt als een uiterst persoonlijke blik op het leven in een streng-gereformeerde gemeenschap in Zeeland. De stand-in van Franca is Katelijne, een jonge meid gespeeld door Hendrikje Nieuwerf, die een ijzersterk speelfilmdebuut heeft. Hendrikje Nieuwerf maakt indruk met haar losse, frivole spel, en zij is één van de redenen dat het relaas in de film niet topzwaar voelt.

Dorsvloer vol Confetti heeft namelijk een overschot aan drama, want Katelijne is indirect verantwoordelijk voor een ernstig ongeluk, groeit op onder het bevindelijke juk van haar ouders, en word streng aan de lijn gehouden als het werelds vermaak betreft. Werelds vermaak behelst hier alles van jongens, de kermis, televisie en zelfs sprookjes. In haar geïsoleerd wereld fantaseert Katelijne er echter op los, en haar droomwereld, waarbij paardebloemen in de gierput drijven, en de drosvloer vol confetti uit de titel, vormen een houvast in een wereld die verder claustrofobisch lijkt.

Door Katelijne het centrale middelpunt te laten blijft de film behapbaar. De potentie tot melodrama ligt op de loer, zeker in de wat nadrukkelijke muziek van Gast van het Jaar Fons Merkies, maar opvallend is hoe regisseur Tallulah Hazekamp-Schwab ook veel ongezegd laat. Dramatische gebeurtenissen als een ongewenste zwangerschap van één van de personages, worden buiten beeld gehouden, en zijn enkel aan tekenen in de periferie te ontwaren. Het past bij de blik van het hoofdpersonage, die opgroeit in een omgeving waar over vermeende zonde niet gepraat word, en die zelf de wereld zal moeten ontcijferen.

Ook de extremere takken van de gereformeerde gezindte blijven wat op de achtergrond. De druk op het uitsluitsel van Goddelijke redding na de dood weegt als een last op ieder’s schouders maar er word enkel over gefluisterd achter gesloten deuren. Doordat Tallulah Hazekamp-Schwab het onuitgesprokene amper uitspreekt voelt de film niet als een aanklacht tegen een gehele gemeenschap. Dorsvloer vol Confetti voelt niet als een boze afrekening met het verleden, maar als een milde en bitterzoete kijk op een jeugd in een ongewone omgeving. De lichte tred, dankzij het spel van Hendrikje Nieuwerf en de fantasierijke vormgeving maakt van Dorsvloer Vol Confetti een aangename film over een onaangename jeugd. De humor is even licht en subtiel geschetst: de leraar die vertelt over de satanische boodschap in de muziek van Michael Jackson is net iets te veel aan het genieten van zijn luchtgitaarspel. Dorsvloer vol Confetti benadrukt, als film, zowel de tale Kanaäns uit de titel (het archaïsche agrarische woord “dorsvloer”) als de frivole uitbundigheid die “confetti” te weeg kan brengen.

★★★★☆


Onderwerpen: , , , , ,


Reageer op dit artikel