Noah: Aronofsky’s Big Budget Midrasj-lezing.

2 mei 2014 · · Analyse

Noah 1

De film Noah (2014), van Darren Aronofsky, houdt in bepaalde kringen de gemoederen flink bezig. In een fantastisch segment in The Daily Show with John Stewart maakte de Amerikaanse komiek korte metten met criticasters in Amerika die de film afkraakten op basis van Bijbelse fundamenten. Rechts-religieuze Amerikanen bekritiseerden de verfilming van het Bijbelse verhaal van De Ark van Noach op elementen die volgens hen niet in de Bijbel voor zouden komen, zoals het idee dat Noach dronken wordt, en de aanwezigheid van gigantische reuzen. Beiden hebben echter wél een Bijbels fundament, en John Stewart wist met zijn satirische knipoog duidelijk te maken dat veel Amerikaanse christenen hun eigen bijbel niet lijken te kennen.

De juiste context

Toch kan ik me erg goed voorstellen dat Darren Aronofsky’s Noah problemen oplevert voor een groot deel van het publiek. De film bevat enkele oncomfortabele plot-elementen die een sterk licht schijnen op enkele van de moeilijke aspecten van het oorspronkelijke verhaal uit de Joodse Tenakh en het Oude Testament van de Christelijke bijbel (die vrijwel exact overeenkomen). Ook begrijp ik goed dat veel niet-religieuze mensen moeite hebben met de vaak theologische inborst van de film en de Judeo-Christelijke symboliek die constant opduikt, zeker wanneer je niet bekend bent met de Tenakh.

Kort terzijde, de Tenakh is de officiële Canon van Joodse boeken, die de Torah (de boeken van Mozes) combineert met de Nevi’im (de boeken over Profeten) en de Ketuvim (de overige boeken): TeNaKh, dus. Het Oude Testament, de eerste helft, van de Christelijke Bijbel bestaat in wezen uit de Tenakh. Darren Aronofsky’s Noah is erg sterk gebaseerd op enkele verhalen uit de Tenakh, maar ook non-canonieke, oftewel apocriefe, Joodse boeken.

Omdat veel Christenen en niet-religieuze mensen niet altijd bekend zullen zijn met de Joodse aspecten van Darren Aronofsky’s film, en omdat ik de controverse vanuit religieuze gronden rondom deze film niet volledig terecht vind, heb ik besloten dit essay te schrijven. Het beoogde doel van dit artikel is om Darren Aronofsky’s Noah te contextualiseren door de elementen waar zowel niet-christenen als christenen over vallen aan te pakken op Bijbel-Wetenschappelijke basis. Dat is tekst-interpretatie van religieuze teksten op niet-religieuze gronden, dus niet met een theologisch doeleinde. Ik probeer hier niemand te bekeren. Als non-religieus persoon (agnost) met uitgebreide Bijbelkennis (vanwege een Christelijke opvoeding en een Minor Religie-wetenschappen) zal ik proberen om Darren Aronofsky’s Noah toe te lichten voor degenen die onbekend zijn met het bronmateriaal én proberen handvatten te bieden voor mensen die moeite hebben met de film vanwege hun religieuze voorliefde voor het bronmateriaal.

The Last Temptation of Noah

Ik zie Darren Aronofsky’s Noah als een hedendaagse tegenhanger van The Last Temptation of Christ (1988). Beiden waren films van religieuze filmmakers (Scorsese is katholiek, Darren Aronofsky is Joods), die bekritiseerd werden vanuit seculiere bron als “té christelijk” en vanuit Christelijke bron als “ontrouw aan de Bijbel”. Maar beiden zijn ook films die júist durven de discussie aan te gaan met omstreden elementen van de Bijbel. In het geval van The Last Temptation of Christ was dat de dualiteit van Jezus: is Jezus een God of een mens, en hoe vond hij de balans tussen de twee? In het geval van Noah is het moeilijke aspect dat behandeld wordt de toorn van God: hoe kan een goede God de mensheid vernietigen? Beide films contextualiseerden het verhaal ook door historische en theologische interpretaties van het Bijbelverhaal mee te nemen in hun film, en beiden films zoeken ook hun heil in apocriefe (non-cannonieke) teksten.

Eveneens humaniseren allebei de films personages die normaliter als heilig of onschendbaar werden gezien. Zowel Noah als Jezus zijn in hun respectievelijke films mensen, met faalbare karakters, en rauwe rafelrandjes die niet passen in de Kinderbijbel-versies die ze soms verworden zijn in het collectief bewustzijn. Maar, en hier zit voor mij de kern van de film Noah, beiden films bevatten ook een gelijke thematische grond: hoe moet je het woord van God interpreteren wanneer deze tot jou spreekt in raadselen? In The Last Temptation of Christ worstelt Jezus met zijn visioenen, en dit is ook het geval voor Noach in Noah. En waar The Last Temptation of Christ uiteindelijk een laatste beproeving aan Jezus geeft die voortkomt uit deze interpretatiemoeilijkheden, daar maakt Noah van religieuze interpretatie het hoofdonderwerp van de film. Sterker nog, ik denk dat een groot deel van de controverse rondom Noah verminderd zou zijn als het publiek door zou hebben dat Noah een zeer specifieke vorm van (Bijbelse) tekstinterpretatie toepast op de film. Noah is, naar mijn mening, namelijk niets minder dan een filmische Midrasj-lezing.

Bladzijdes: 1 2 3 4 5 6


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


1 Reactie

  1. Rik Niks

    Ben gisteren eens gaan zitten voor de film én je analyse. Petje af voor de duiding, voegt absoluut toe aan de film, die ik verder een ambitieus maar mislukt experiment vond. De psychologisering van Noach kon me wel boeien; ik zag in eerste instantie vooral verwantschap met het verhaal van Abraham die opdracht krijgt zijn zoon te offeren en daarmee in een zelfde soort spanningsveld komt (zou je je voor kunnen stellen) als de Noach in deze film. De ‘verbeelding’ van God vond ik wel sterk gedaan, als een oorverdovende stilte die de twijfel over wat juist is en wat niet alleen maar verder aanwakkert. Ik vond enkele van die scènes, zoals jij er ook een beschrijft, de betere van de film.

    Je stelt dat Noach uiteindelijk kiest voor de liefde, maar hij van God geen pasklaar antwoord heeft gekregen. En dat Aronofsky ook geen pasklaar antwoord geeft, maar de film openlaat. Ik ervaarde dat toch anders. Is Noach’s keuze niet uiteindelijk dus ook Aronofsky’s keuze? Het is de keuze die de hedendaagse kijker ook zou maken en het meest begrijpelijk vindt. Een veilige keuze eigenlijk, waar ik toch vooral instemming van de makers in lees. De epiloog zo idyllisch als een Centre Parcs reclame, en daar is bij de serieuze Aronofsky geen spoor van ironie bij.

    Uiteindelijk is mijn grootste probleem met de film dat de kitscherige stijl elke mogelijkheid van eventuele intellectuele bevrediging in de kiem smoort. De finale zou bijvoorbeeld heel krachtig kunnen zijn, ook op intellectueel niveau, als de ontknoping van een persoonlijk (en veel meer nog dan dat) dilemma. Het is echter bijna lachwekkend kitscherig en op zijn Hollywoods aangezet, dat ik er een beetje beschaamd naar zat te kijken. Dat gebeurt continue, ook doordat de beelden van een te gelikte schoonheid zijn. Ik kwam alles bij elkaar op een onvoldoende uit.


Reageer op dit artikel