Op vreemde grond
Walkabout (1971)

Nicolas Roeg; van een LSD-trip tot een paranormale thriller, en van science fiction tot een kinderboekenverfilming van Roald Dahl. Controverse kwam meer dan eens om de hoek kijken, commercieel succes was er (daardoor) zelden bij. Nieuwe wapenfeiten zullen we van de man, 86 inmiddels, niet meer vernemen, maar goedbeschouwd was de koek halverwege de jaren 80 al op. Zijn bloeiperiode, na een start als director of photography, loopt van Performance (1970) tot Bad Timing (1980), gevolgd door enkele matige, maar opmerkelijke titels als Eureka (1983) en Castaway (1986). Vooral bekend om zijn grensverleggende montages, waag ik me de komende weken aan een thematische uitdieping van deze veelkleurige cineast.

**Deze artikelen kunnen spoilers bevatten**

Hoe uiteenlopend de films van Roeg op zichzelf ook zijn, vrijwel elke film kent een zelfde uitgangspunt. De hoofdpersonage raakt, meestal al in het begin van de film, verzeild in een vreemde omgeving die heftig contrasteert met wat hij of zij gewend is. Enerzijds is dit bedreigend en roept het verzet op, anderzijds opent het nieuwe mogelijkheden, dit laatste vooral in psychologische zin. In beschouwingen wordt graag benadrukt dat Roeg een Brit is, in wiens aanvankelijk oerconservatieve personages men de aard van het land terugziet. Typisch is dat veel van Roegs films niet in Engeland spelen, zodat ook de regisseur een buitenstaander in vreemd gebied wordt.

In de beste gevallen opent dat ook bij hem nieuwe deuren, zoals dat zeker het geval is in Walkabout. In een klinische montage met muziek van Stockhausen zien we het leven in een grote Australische stad; mechanisch, doods. Na een blik achter een muur doemt letterlijk een doodse vlakte op. Dit blijkt het terrein waar een vader na een autotochtje met zijn 2 kinderen zichzelf doodschiet. Het meisje en het jongetje, beiden in keurig schooluniform, rest een tocht terug naar de bewoonde wereld. Dit wordt een rite de passage, waarin ze leren overleven en in aanraking komen met een jonge Aboriginal.

Aanvankelijk doet de volharding waarmee het meisje vasthoudt aan de mores van Westerse beschaving surrealistisch aan. De schooluniformen die ze graag schoonhoudt, de radio die, als laatste link met de bekende wereld, gekoesterd wordt. Maar steeds meer tekent zich het verschil met haar broertje af. Waar hij speels is en, nieuwsgierig naar de wereld om hem heen, steeds vragen stelt, komt zij niet verder dan plichtmatig bevelen te commanderen. Bij kennismaking met de Aboriginal volhardt zij in verbale communicatie; “We’re English… can’t you understand? Anyone can understand that”. Het is het jongetje dat, op intuïtieve wijze, met gebaren slaagt contact te maken met de ‘vreemdeling’.

Het meisje hebben we in de beginmontage al kort gezien in een schoolklas waar een ademhalingsoefening gedaan werd. Dat valt nu op zijn plaats; anders dan haar broertje is zij reeds teveel geconditioneerd met beschaving om nog intuïtief te kunnen reageren in de buitengewone omstandigheden. Toch put de film zich niet uit in goed/fout-contrasten, want de Aboriginal blijkt al net zo beperkt door geconditioneerd sociaal gedrag. Walkabout is in zekere zin een liefdesdrama, ware het niet dat het door een beiderzijds onvermogen tot communicatie nooit zo ver komt.

Put that down. This is all private property, don’t touch anything”, zijn de eerste woorden die de kinderen horen als ze de ‘beschaving’ teruggevonden hebben. Na de exploratie van de woeste Australische binnenlanden, lijkt dit nu de vreemde omgeving. Die omkering gebruikt Roeg ook in The Man Who Fell to Earth (1976). In deze film landt een alien (Newton, gespeeld door David Bowie) op aarde, op zoek naar water om het leven op zijn eigen planeet te redden. We bekijken de aarde door vreemde ogen, en zien een even dor en troosteloos landschap als de geciviliseerde maatschappij in Walkabout. Newton wordt er door opgezogen, en verandert in een verzadigd, lethargisch persoon.

In Castaway ontvluchten de hoofdpersonages het Tatcheriaanse Engeland voor een verblijf op een onbewoond eiland. In Performance duikt Chas onder in meer Boheemse sferen als uitvlucht van de problemen die hij in het Londens gangstermilieu heeft veroorzaakt. En ook in Don’t Look Now (1973) en Bad Timing zien we respectievelijk een Britse restaurateur in Venetië en een Amerikaanse wetenschapper in Wenen. De clash van culturen is hierbij haast altijd een belangrijk thema. Maar bovenal is het Nicolas Roeg te doen om de psychologische impact van het vreemde territorium. Hierover volgende week meer.


Onderwerpen: , , , , , , ,


Reageer op dit artikel