Politiek op het kwalitatieve spectrum
Het IFFR 2014 volgens Theo (3)

27 januari 2014 · · Filmfestival + IFFR 2014

Edsa XXX

Het fijne van een festival van het IFFR is dat je films toch gaat vergelijken, hoe verschillend ze ook van elkaar zijn. Waarom werkt deze éne film wel voor mij, en vind ik de ander verschrikkelijk? Het gebeurde voor mij met twee films die ik op dezelfde dag zag, en de ene slaagt op het punt waar de ander faalt. Zowel Qissa (2013) als EDSA XXX: Nothing Ever Changes in the Ever-Changing Republic of Ek-Ek-Ek (2012) kunnen gezien worden als politieke films, gericht op de eigen samenleving, maar bevinden zich zowel kwalitatief als stilistisch aan de uiterste kanten van het spectrum. Edsa XXX is een zeer experimentele no-budget film die niet te harden valt, terwijl het prestigieuze en ietwat te gelikte Bollywood-vehikel Qissa opvallend veel te zeggen heeft, en derhalve meevalt.

EDSA XXX: Nothing Ever Changes in the Ever-Changing Republic of Ek-Ek-Ek

Edsa XXX is de nieuwste film van Khavn, een filmmaker die al een aantal keer dit festival aandeed, en die de meningen verdeelt. Om even een verschrikkelijke term te gebruiken: “het moet je ding zijn”. Op basis van Edsa XXX kan ik zeggen dat de films van Khavn mijn ding niet zijn.

Nu ben ik normaal wel wakker te maken voor experimentele films, en probeer ik mijn grenzen op filmisch gebied constant te verleggen met avontuurlijke titels. Soms stuit je op goed werk, zoals dat van Aryan Kaganof, soms stuit je op een meesterlijke film als E. Elias Merhige’s Begotten (1990). Soms kom je terecht bij Khavn…

Het probleem met Khavn zijn film is niet de puberale humor of de low-budget special effects. Ik ben een groot fan van het oude werk van Troma. Het probleem is dat hier de humor niet grappig is, en de special effects niet in dienst worden gezet van een goede grap of leuke scène, maar de aandacht naar zichzelf toe roepen en daardoor jammerlijk falen.

Het probleem is ook niet de fish-eye lense die te pas en te onpas wordt ingezet. Ik houd van de vroege skate-films van Spike Jonze, die het effect veelvuldig gebruikt. Hier wordt het echter zonder aanwijsbare reden ingezet, en werkt het daardoor op de zenuwen.

Khavn probeert in wezen een politieke film te maken over de staat van de Fillipijnen na het regime van Imelda Marcos. Het probleem is dat hij het publiek buiten zijn land, dus de niet Fillipijnse rest van de wereld, weinig achtergrondinformatie of handvatten geeft om de kijker grip op de film te geven. Veel van de politieke context gaat verloren, en de kijker wordt daardoor op afstand gehouden.

Wanneer dit gepaard gaat met vervreemdende humor, die én niet grappig is én bij vlagen ronduit beledigend werkt dit de weerstand nog meer in de hand. Het gebruik van blackface en het racisme in de film is al stuitend en momenten waarop verstandelijke en lichamelijke gehandicapten worden ingezet doen erg exploitatief aan. Het lijkt Khavn erom te doen om het publiek van zich af te stoten en van zich te vervreemden. Hij slaagt daar veel te goed in, waardoor de tachtig minuten die de film duurt voelt als een martelgang.
☆☆☆☆☆

Qissa

Qissa

Qissa is veel traditioneler, sowieso uitverkoren om een kleine arthouse-hit te worden. Het camerawerk is gelikt, het verhaal weinig uitdagend voor een westers publiek, en de film heeft een prestigieuze, zelfs voor Europese filmliefhebbers bekende, naam in de hoofdrol met Irrfan Khan. In eigen land heeft de film nog geen distributie gevonden, en dat is begrijpelijk. Voor een Indiase productie met starpower is Qissa namelijk verrassend politiek, met enkele elementen die in eigen land als controversiëel gezien zullen kunnen worden.

Een Nederlands publiek zal niet wakker liggen van een paar blote borsten, of hints naar een lesbische relatie, of een hoofdpersonage dat op zijn minst omschreven kan worden als semi-transgender. Voor de patriarchale en conservatieve tak van de Indiase politiek, die nog steeds een grote vinger in de politieke pap hebben, zal dit wel de enige opschudding veroorzaken. Qissa richt dan ook zijn pijlen op die tak van de politiek, en laat geen spaander heel van de patriarchale tendensen in de Indiase samenleving.

De bottomline is dat deze patriarchale samenleving vrouwen kapot maakt, en deze vervolgens de schuld geeft wanneer vrouwen afwijken of protesteren tegen die norm. Irrfan Khan speelt Umber, die een dochter krijgt, maar deze vervolgens opvoed als zijn zoon Kanwar. De jongen is zich aanvankelijk niet bewust dat hij verschilt van andere mannen, en wanneer hij per abuis in een gedwongen huwelijk terechtkomt met de jonge zigeunerin Neeli, wordt hem pas duidelijk dat hij als vrouw geboren is.

Deze eerste akte is vaak grappig en vol suspense, omdat je als kijker je steeds meer afvraagt wanneer de situatie volledig uit de hand gaat lopen. Dat dit probleem zolang kan blijven dooretteren zonder dat Kanwar zich bewust is van de situatie komt door de patriarchale samenleving in India begin jaren 60, waar seksuele voorlichting nog niet aan de orde van de dag was, en de mannen het, meer dan nu, volledig voor het zeggen hadden.

De tweede akte speelt met de gevolgen van de leugens en de gevolgen voor Kanwar en Neeli, die zichzelf seksueel ontplooien in een samenleving die daar niet van gediend is. Het scherpste politiek commentaar bevind zich in deze scènes, en het is hier dat de film volledig tot zijn recht komt.

In deze scènes onstijgt de film het kader van een prestigeproject, en weet ook het Europese publiek te raken en te overtuigen. Ondanks de wat beproefde en klassieke stijl kruipt de film in deze scènes onder de huid, en is de woede van de makers over de misstanden in hun samenleving goed voelbaar.

De derde akte verspilt de good will. Het magisch-realistische tintje van de film ontpopt zich tot een puur bovennatuurlijke wending, en de film raakt de grip op zijn publiek kwijt. Motivaties worden moeilijker interpreteerbaar, wendingen moeilijker te slikken. Het is jammer dat de film zich ontpopt tot metaforisch sprookje, want de rauwe werkelijkheid maakte zoveel meer indruk.
★★★½☆


Onderwerpen: , , , , , , , ,


3 Reacties

  1. beavis

    De laatste keer dat ik iets van Khavn zag had ik precies zo’n ervaring, dus ik kan me helemaal inleven. Dat is ondertussen wel een tijdje geleden en deze regisseur is ondertussen nog regelmatig terug gekomen naar het IFFR met nieuw werk. Ik heb er nog nooit iets positiefs over gelezen, maar het festival zelf is blijkbaar toch wel gecharmeerd van “hun” enfant terrible… zal wel een Zuilhof dingetje zijn ;)

  2. Kaj van Zoelen

    Qissa een Bollywood vehikel noemen gaat wel erg ver, aangezien de film volledig buiten de industrie heen is gemaakt, en de productie pas na jaren op gang kwam nadat Singh geld kreeg van het Hubert Bals Fonds. Uiteindelijk duurde het meer dan tien jaar voordat de film af was. De film heeft inmiddels wel een releasedatum in India, in april, volgens Singh bij de Q & A vrijdag.

    Daarnaast volg ik je oordeel niet helemaal… aan de ene kant is de film weinig uitdagend voor een westers publiek, maar aan de andere zeg je dat hij moeilijk interpreteerbaar wordt?

    Het metaforische sprookje was vanaf het begin al aanwezig wat mij betreft, en van rauwe werkelijkheid was nooit echt sprake. Daarnaast helpt het toch wel het verhaal in de context van de deling van India in 1947 zien, en het daarbij horende geweld, de ontheemding en de vervreemding. Er is meer aan de hand dan alleen maar kritiek op de patriarchie, wat juist ook uit die laatste akte blijkt – die zit er niet voor niets in. Het verhaal met de dochter die wordt gedwongen als jongen op te groeien was altijd al vrij metaforisch, en dat wordt slechts letterlijker gemaakt in het laatste gedeelte – De eindscène is overigens ook de beginscène, dus het valt toch niet volledig uit de lucht.

  3. Theodoor Steen

    Met weinig uitdagend bedoel ik vooral het gedeelte voor de laatste tien minuten. Dat is toch wel redelijk traditioneel qua opbouw. Met moeilijker interpreteerbaar bedoel ik ook niet het verhaal, maar de motivaties van de personages: SPOILERS: Wat is precies de wens aan het eind van vader/dochter, waarom pleegt Neeli zelfmoord, waarom gooit hij haar lijk in de put. Allemaal dingen die verhaaltechnisch niet bijzonder zijn, maar die ik binnen de personages zoals ze opgezet zijn moeilijk te verkroppen/ interpreteerbaar vond. Weinig verhaaltechnische uitdaging op plotniveau betekent niet dat de redenaties altijd even logisch of evident kunnen zijn. Het zijn geen dingen die elkaar uitsluiten of opheffen, eerder twee losse kritiekpunten, die beiden gaan over de zwaktes van het basische plot.

    De context van de deling is inderdaad wel duidelijk in het begin, maar ik weet te weinig hiervan af om daar uitgebreid over uit te kunnen weiden. Ik ben wel benieuwd hoe jij die laatste akte ziet binnen de context van deze deling, en of dat eventueel voor mij nog onduidelijke elementen als het dumpen van Neeli in de put verklaart.


Reageer op dit artikel