Religieuze waanzin
Het IFFR 2014 volgens Theo (7)

1 februari 2014 · · Filmfestival + IFFR 2014

Hard to be a god

De eerste twee films die van mij de volle score krijgen dit festival zijn thematisch aan elkaar verwant. Zowel Aleksei Germans Hard to Be a God (2013) als Ti Wests The Sacrament (2013) zijn politiek geëngageerde films die waarschuwen tegen een totalitaire politieke visie, en vooral waarschuwen tegen religieus fundamentalisme. Beiden zijn ook films met een apocalyptische urgentie; films over een symbolisch afdeling in de hel, wanneer situaties ontsporen op basis van religieuze gronden. Beiden zijn meesterwerkjes van gerenommeerde regisseurs, de een van een inmiddels overleden meester, en de ander van een opklimmende naam.

Hard to Be a God

Hard to Be a God is de zwanenzang van Russische regisseur Aleksei German, die vijftien jaar bezig was met de productie. Voor het filmen zelf, dat ook over enkele jaren werd uitgesponnen, bouwde hij een gehele stad van de grond toe op, en ook script en montage duurden in totaal enkele jaren. Aleksei German overleed echter voordat hij de laatste hand aan de film kon leggen en de post-productie werd overgenomen door zijn vrouw en zoon, op basis van gedetailleerde aantekeningen die hij achterliet.

De historie achter Hard to Be a God is dus al bijzonder. De film is gebaseerd op een boek van Arkadi en Boris Strugatski, op wiens werk onder andere ook Andrej Tarkovski’s Stalker (1979) gebaseerd is. Toen Hard To Be A God verfilmd ging worden zagen de gebroeders Strugatski dit het liefst gebeurden door Aleksei German, maar de film werd destijds (1989) voor het eerst verfilmd door Peter Fleischmann. Tot onvrede van de gebroeders Strugatski. De tweede verfilming, degene die nu op het festival draait en voltooid werd in 2013, werd wel gedaan door Aleksei German, al schijnt hij zichzelf vrijheden te veroorloven ten opzichte van het origineel.

De link met Andrej Tarkovski’s Stalker is niet ongepast, want de film doet bij vlagen qua stijl denken aan het werk van de Russische grootmeester en de film kent een vergelijkbare thematiek. Ook hier botsen religieuze en wetenschappelijke visies met elkaar. De inzet van Hard to Be a God is het falen van zowel intellectualisme als geloof in het licht van de slechtheid van de mens.

In Hard to Be a God wordt een aardse wetenschapper geplaatst op een planeet waar de Middeleeuwen nog welig hoogtij vieren en de geschiedenis pakweg 800 jaar achterloopt op onze wereld. De wetenschapper mag als onderzoeker niet ingrijpen in de wereld, omdat anders de loop van de geschiedenis zal veranderen. Dit wordt moeilijk wanneer een religieuze sekte intellectuelen in deze samenleving begint af te slachten bij bosjes, en een grotere kwade macht probeert zijn greep te krijgen op de verschillende politieke fracties en machten.

In wezen gaat Hard to Be a God dus over politiek, religieus en intellectueel kwaad: het politieke kwaad vertegenwoordigd door een dictatoriaal regime wat binnenvalt, het religieuze kwaad door een corrupte priester, en het intellectuele kwaad door de wetenschappers die langs de zijlijn staan en niet ingrijpen. Het kwaad in de mens wordt in Hard to Be a God getoond door het verval en de smerigheid van de middeleeuwen, waar geplunderd en verkracht wordt ten midden van stront en modder.

Hard to Be a God zoekt schoonheid in verval. De lengte van drie uur wordt gevuld met pis, kots, pus, bloed en ingewanden. Het is een viscerale ervaring, waarbij de smerigheid gevangen wordt in virtuoos gefotografeerde camerabewegingen en prachtig opgebouwde en gedetailleerde sets. De scatologische humor, gecombineerd met de virtuoze stijl en het trage tempo doen nog het meest denken aan een kruising tussen Andrej Tarkovski’s Stalker, Ken Russells The Devils(1971) en Terry Gilliams Jabberwocky (1977). Er zit een dunne scheidslijn tussen hysterie en virtuositeit en Aleksei German bewandelt hem met verve.

De plot blijkt uiteindelijk van ondergeschikt belang, en is ook niet altijd even duidelijk. Een scala aan personages met vergelijkbare namen komen en gaan, en al snel is het einde een beetje zoek. Dit blijkt echter niet storend, aangezien het basisgegeven staat als een huis. De afbeelding van een intellectuele antiheld in een helse, Hieronymus Bosch-achtige omgeving die zowel kan staan voor de middeleeuwen als de menselijke ziel; knap als je dat weet te verpesten. De sfeer en stijl in Hard to Be a God stellen niet teleur, en de film maakt een onuitwisbare indruk. De film overdondert en is uitputtend. Maar alle negatieve kanten van de film, waaronder de gaten in de logica, de onduidelijke verhaallijn en de moeilijk te verhapstukken lengte, dragen bij aan het gevoel van ontreddering en wanhoop dat de film probeert te bewerkstelligen. Dat lukt, chaos heerst. Hard to Be a God is een meesterlijke film, een ervaring die men moet ondergaan, en tot nu toe mijn favoriete film van het festival.

★★★★★

The Sacrament

The Sacrament

The Sacrament is de nieuwe film van Ti West, die eerder imponeerde met The House of the Devil (2009) en gerekend mag worden tot een van de drijvende krachten van de mumblegore-beweging. Mumblegore combineert de esthetiek en sfeer van de mumblecore-beweging, – een tak van onafhankelijke filmmakers die prat gaan op naturelle dialoog en acteerwerk, weinig opsmuk, een deels geïmproviseerd en snel draaiproces en experimenten met verhaalstructuur – met heftige horror. De combinatie werkt zeker in het geval van Ti Wests films erg goed, want hij gebruikt de beste kanten van beide bewegingen.

In zijn geval betekent dit een trage opbouw, waarbij het dagelijks leven van de personages voordat de horror zijn intrede doet vrijwel even belangrijk is als de heftige conclusie. In The House of the Devil betekende dat een uur waarin het personage haar babysitter-taken verveeld uitvoert. Doordat wij als kijker geconditioneerd zijn volgens de wetten van de horrorfilm, en babysitters het vaak moeten bekopen in die film, krijgt elk dood moment een elektrische spanning mee. Waarvan we elk moment een ontlading verwachten, die op effectieve wijze constant wordt uitgesteld.

Ten tweede richt Ti West zich in zijn films op de sociologische en politieke achtergrond van zijn personages. Ze hebben overtuigingen en motivaties waar vanuit ze dingen doen, en die motivaties zorgen ervoor dat de keuzes die ze maken altijd onderbouwd zijn. In The House of the Devil neemt hoofdpersoon Samantha eigenlijk alleen de babysitter-baan vanwege de economische malaise waar ze zich in bevind.

Ten derde houdt Ti West van een losse aanpak, waarbij realisme voorop staat, en waarbij scènes vol dialoog zich voltrekken voordat de horror plaatsvind, en waarbij personages, wanneer de horror losbarst, nog steeds gefilmd worden in dezelfde losse cameravoering. Zijn films ademen realisme, zelfs wanneer geesten, demonen of vampiervleermuizen hun intrede doen.
Het is redelijk logisch dat Ti West en andere mumblegore-filmers zich uiteindelijk stortten op de het found footage-genre met omnibusfilms V/H/S(2012) en V/H/S 2 (2013), waar ook mumblecore en mumblegore-filmmakers als Joe Swanberg, Adam Wingard en Simon Barrett aan mee werkten.

The Sacrement voelt aanvankelijk als een geestverwant van V/H/S, omdat deze film zich ook honkvast bevind in het found footage-genre. Het is ook een onvervalste mumblegore-film, met een hoofdrol voor mumblecore-filmmaker Joe Swanberg, en favoriete mumblecore-acteurs als A.J. Bowen en Amy Seimetz. The Sacrament kan gezien worden als de beste exponent van de Ti West-formule: ook hier een sluimerende opbouw, een politieke en sociologische achtergrond en een losse aanpak, allemaal aanwezig in de nepdocumentaire The Sacrament.

The Sacrament is namelijk opgezet als een reisdocumentaire van het gerenommeerde media-bedrijf VICE, waarin twee journalisten van VICE en een modefotograaf op bezoek gaan bij de zus van de laatste binnen een sekte ergens op een eiland in de Caribbean. De opzet is er achter te komen wat de sekteleden drijft: waarom sluit iemand zich aan bij een radicale, religieus-fundamentalistische groepering? Het eerste uur, waarin er kleine momenten zijn waarin weg wordt gegeven dat niet alles in Eden Parish is wat het lijkt, werkt niet alleen als horrorfilm, maar ook als uitstekende documentaire.

Er wordt uitgebreid ingegaan op de sociologische en politieke achtergrond van sekteleden, en de documentaire-stijl is zeker in dit gedeelte overtuigend, en een perfecte pastiche van echte VICE-pamfletten. De suggesties aan het begin dat de situatie uit de hand zal lopen geven deze gesprekken een urgentie mee, en zeker dit eerste uur is bij vlagen erg spannend.

De spanning is niet alleen op horrorniveau aanwezig, maar ook op emotioneel en psychologisch niveau. De combinatie van de verschillende vormen spanning komt het best naar voren in een interview tussen de hoofdjournalist en de sekteleider, voor een grote groep toehoorders bestaande uit sekteleden. Het is een gesprek tussen twee mensen vanuit twee totaal verschillende politieke overtuigingen en sociologische omgevingen. De spanning in deze scène zit zeker in de prikkelende dialoog, waarbij er een discussie wordt gevoerd op het scherpst van de snede. Al snel doet de emotionele en psychologische spanning zijn intrede, als de sekteleider op slimme wijze het gesprek één kant op manipuleert, door op subtiele wijze persoonlijke details bij het gesprek te betrekken. De spanning verandert dan ook in horrorspanning: wat zijn de beweegredenen van de sekteleider en de sekteleden? Hoe zal de situatie zich ontwikkelen? Wat is er precies mis in Eden Parish?

Het antwoord op die vraag, die ik uiteraard niet uit de doeken zal doen, vindt plaatst in een zeer intens laatste half uur, waarbij de opgebouwde spanning zeker een cathartische ontlading krijgt. Dit half uur is één van de meest intense stukken horror die ik dit jaar zag, en Ti West overtreedt enkele ongeschreven regels van de horrorfilm voor totaal effectbejag.

De film dreigt op deze momenten uit de bocht te vliegen, maar het documentaire aspect houdt de film met beide benen op de grond. De urgentie van de documentairevorm geeft nog een extra lading spanning mee, waarbij de kijker zichzelf regelmatig zal moeten herinneren dat het maar een film is. Als je als filmmaker enerzijds de kijker weet te overtuigen van het realisme van het uitgangspunt, en aan de andere kant dezelfde kijker vol afschuw en ongeloof naar het scherm kunt laten kijken dan ben je een goede filmmaker. Meer nog dan in The House of the Devil toont Ti West een uitstekende balans te kunnen vinden tussen het relatieve realisme van de mumblecore-beweging en de ontspoorde bloedbacchanalen van de horrorfilm. The Sacrament weet op emotioneel, psychologisch en politiek niveau meer te bieden dan de gemiddelde horrorfilm, zonder daarbij de spanning en sensatie van het horrorgenre op te offeren. Een onvervalste cultklassieker in de dop.
★★★★★


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


1 Reactie

  1. Rik Niks

    Klinkt erg goed, Hard to be a God. Al herken ik in je laatste alinea precies waarom ik zijn My Friend Yvan Lapshin recentelijk zo’n zware en onbevredigende zit vond. En die was haast maar de helft zo lang als Hard to be a God… Maar goed, als hij ergens vertoond gaat worden (is daar kans op?) zal ik hem zeker proberen.


Reageer op dit artikel