Road House (1989)

29 juni 2014 · · Actie!

road house

Veel actiefilms zijn onbedoeld hilarisch in hun homo-erotiek. We hebben de schurk uit Commando van Mark L. Lester, die eruit ziet alsof hij net van een auditie voor The Village People vandaan komt. We hebben de westerns, waarin cowboys netjes elkaars pistool opmeten. We hebben Showdown In Little Tokyo eveneens van Mark L. Lester, waarin Brandon Lee een compliment geeft aan Dolph Lundgren dat wel zeer expliciet is: “You’ve got the biggest dick i’ve ever seen on a man”.

Daarnaast is er zeker in de jaren ’50 (in de peplum-films) en de jaren ’80 een grote focus op ontblote mannelijke bovenlichamen en spierballen, en zou Freud geen enkele moeite hebben om het wapenfetisjisme van de actiefilms te interpreteren: “zats symbolizm for ze penis, yesh?”. Er zijn weinig films die echter zo sterk flirten met homo-erotiek als Road House, een onbedoeld hilarische wraakthriller met Patrick Swayze in de hoofdrol.

De homo-erotiek komt vooral voort uit het feit dat de film geobsedeerd is door het idee van mannelijkheid, en constant het testosteron van Patrick Swayze probeert te bewijzen. Swayze was zijn status als ietwat feminien tiener-idool zat (waarschijnlijk net als alle opmerkingen over “Baby” en haar “corner”) en probeerde met Road House zijn carrière richting door Sylvester Stallone en Schwarzenegger bevaarde wateren te sturen. Hij wilde van de Hitkrant richting Bodybuilder Weekly, zeg maar.

Road House probeert Swayze en zijn omgeving te doordrenken met testosteron. Swayze speelt de zonderling Dalton. Hij werkt als uitsmijter in een club waar rednecks bij elkaar komen om bier te drinken, elkaar de hasses in te slaan en de serveersters lastig te vallen. Aan hem de taak om met zijn geoliede torso en vuisten de tent weer in het gareel te trekken, tot ergernis van schurk Brad Wesley (Ben Gazzara).

De obsessie van Brad met Dalton neemt groteske vormen aan, en doordat de film Swayze neer wil zetten als het mannelijk ideaal en Brad Wesley als ietwat flamboyant, krijgt hun rivaliteit al snel een onbedoelde homo-erotische lading. Dat is sowieso het probleem met Road House: door zo te zwelgen in symbolen van mannelijkheid, en elke suggestie van vrouwen en vrouwelijkheid naar de achtergrond te verdringen, schiet de film zijn doel voorbij. Road House is niet alleen een ode aan mannelijkheid meer, maar letterlijk geobsedeerd door mannen, en hun ontblote bovenlichamen. Kort gezegd: Road House is voor Swayze wat Top Gun is voor Tom Cruise.

Het helpt ook niet mee dat alle symbolen voor mannelijkheid voldoen aan de archetypes van “plassertjes opmeten”. Oeh, Brad Wasley heeft een groter geweer dan Dalton. Oeh, hij heeft zelfs een grotere auto als Dalton. “Kijk eens hoe groot de mijne is, Dalton”. Dat Brad Wesley een autohandel sloopt met een gigantische monstertruck is niet toevallig, gezien zijn compensatiedrang gedurende de rest van de film. Net als dat het niet toevallig is dat Dalton afrekent met de handlangers van Wesley in zijn jachtkamer (pikkenshowerij bij uitstek), en dat Brad Wesley door meerdere mannen tegelijkertijd word neergeschoten als Dalton weigert te handelen. Het zijn “mannen onder elkaar” die afrekenen met Wesley en het is een “publiek geheim” wie Brad Wesley vermoord heeft. Don’t ask, don’t tell, guys.

Sowieso komt de film nogal dubieus over in zijn moraal. Road House is symbolisch voor het presidentschap van Reagan, waarbij “good ol’ fashioned American Values” het hoogtij vieren, mannen onder elkaar hun spierballen laten rollen, vrouwen “hun plaats kennen”, de held een Christus-complex heeft, en de film eindigt met de doorgeschoten Libertijnse boodschap dat ondernemers het recht in eigen handen mogen nemen (en de autoriteit mogen vermoorden) zolang dat goed is voor de (individuele) economie van hun dorp. De film leest als een parodie op een bepaald slag Republikeinen, de “Tea Party” avant-la-lettre. En als een film zo dicht in de buurt komt van een onbedoelde satire, dan is het vrijwel onmogelijk er geen camp-subtekst in te lezen.

Sterker nog, de film maakt de camp-lezing soms wel érg makkelijk. Zo verandert de baas van de Double Deuce, de club waar Dalton werkt, met stift neergekrabbelde graffiti van betekenis: “For a good Fuck, Call….” wordt “For a good Buick, Call”, daarmee weer de link tussen auto’s en seks bevestigend. Sterker nog is de dynamiek tussen Brad Wesley’s vriendin, en Brad Wesley’s handlanger, en hoe Dalton op beiden reageert. In het hilarische hoogtepunt van de film geeft Brad Wesley’s vriendin aan het gehele publiek van de Deuble Deuce een striptease. Dalton sleept haar van het podium af; negeert haar ontklede staat en haar overduidelijke geflirt volkomen, en daagt vervolgens de latino-macho handlanger van Wesley uit. Deze kerel, oorbel in zijn rechteroor (toentertijd een welbekend symbool voor homoseksualiteit), reageert weinig verhullend met “You’re ass is mine” en even later met “I used to fuck guys like you in prison”. De spierballerij tussen Dalton en de handlanger neemt zelfs zulke vormen aan, dat Dalton zijn bovenlichaam ontkleed om daarna de man met blote handen zijn strottenhoofd uit zijn lichaam te trekken; uiteraard na een robbertje worstelen in het water. Dalton gooit het lijk, terwijl Wesley toekijkt, in het meer voor Wesley’s huis, en hij reageert alsof de liefde van zijn leven in stukjes op zijn stoep wordt afgeleverd.

De verwisseling van geliefden en handlangers gaat nog verder, wanneer Wesley wraak neemt op Dalton. Hij stelt Dalton op de hoogte dat hij iemand gaat vermoorden die Dalton dierbaar is. Een keuze die hij maakt door een muntje op te werpen: Munt, het wordt love-interest Doc (Kelly Lynch), regelmatig genegeerd door Dalton; Kop, het wordt Wade (Sam Elliott), de beste vriend van Dalton, met wie hij een “zeer hechte vriendschap” heeft. Uiteraard gaat Wade eraan, in zijn hart gestoken met een briefje aan een mes. Dit is voor Dalton de druppel, en hij neemt wraak op Wesley door al zijn handlangers met blote handen, een exploderende auto, en een geweer, één voor één af te maken. Wesley laat hij echter over aan de rest van het dorp, die stuk voor stuk met hun eigen pistolen Wade in de borst schieten, terwijl de bloedklodders als money shots in slow motion door de lucht vliegen. Road House probeert het hetero-normatieve ideaal van Reagan neer te zetten: “guns, Christ and an open economy”. Maar zoals bij zoveel hyper-Republikeinse senatoren die een bepaald ideaal van mannelijkheid propageren, die gepaard gaat met homofobie en machismo, is het wel duidelijk: stiekem gaat het niet om de liefde voor mannelijkheid, maar om de mannenliefde. En dat is het leuke aan camp: als je te veel protesteert, wordt het erg makkelijk om je protest ironisch te lezen.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel