Sadomasochisten, hippies en een black metalband
Het IFFR 2014 volgens Theo (6)

30 januari 2014 · · Filmfestival + IFFR 2014

R100

Het fijne aan het Internationaal Film Festival Rotterdam is dat je soms blij verrast wordt door titels, maar dat je ook niet ver hoeft te zoeken om een film te vinden die al successen heeft geboekt op vorige festivals of van de hand is van een bij filmliefhebbers bekende regisseur. Vandaag een recensie van de nieuwe film van de bij cinefielen bekende naam Hatoshi Matsumoto, en de tweede film, maar eerste samenwerking van Ben Russell en Ben Rivers. Beiden blijken de verwachtingen te overtreffen.

R100

Hatoshi Matsumoto wordt al jaren gezien op het IFFR als een van de meest eigenzinnige regisseurs, op basis van idiosyncratische films als Kaiju-mockumentary Big Man Japan (2007), de volstrekt bizarre “man-wordt-wakker-in-een-kamer-maar-weet-niet-waar-hij-is”-film Symbol (2009), en het, in de ogen van ondergetekende redelijk tegenvallende komische slapstick samurai-epos Scabbard Samurai (2010). De niet na te vertellen en hilarische SM-thriller R100 (2013) mag gezien worden als een terugkeer naar vorm.

R100 begint aanvankelijk weifelend. Protagonist Takafumi schrijft zich in voor een SM-escort service, waarbij de afspraak is dat de sadistische dominatrices elk moment van de dag en waar dan ook hem publiekelijk mogen vernederen en afranselen, zolang zijn familie er niet bij betrokken word. Dit levert mild-komische scènes op waar Takafumi wordt vernederd in een sushi-bar en op allerlei ongepaste locaties. Wanneer ze echter ook op gebieden komen waar hij liever niet publiekelijk vernederd wordt wil hij de service op gaan zeggen. Dat gaat echter zomaar niet, en voor je het safe-word kunt zeggen loopt de situatie volledig uit de hand.

R100 is gelukkig niet een SM-remake van David Fincher’s The Game (1997), ondanks een vergelijkbaar uitgangspunt. Ten eerste is er het meta-element dat de film zijn titel verschaft. Een aantal keer zijn we getuige van de ratings-commissie die moet proberen kaas te maken van de bizarre elementen in de film, wat ze aanvankelijk niet lukt. Ten tweede ontspoort de film in de derde akte volledig, op fantastische wijze, met een aantal plotwendingen die de mild-komische humor veranderen in een spervuur van hilarische scènes met een gigantisch hoog originaliteitsgehalte.

Symbol kende ook al een aantal verhaalwendingen die de aandacht naar zichzelf toe trokken, en die gezien konden worden als een spel met verhaalstructuur en de verwachtingen van het publiek. Ook hier is dat zeker zo, als staat de metastructuur helaas grotendeels los van de gekte in het midden van de raamvertelling. De raamvertelling voegt op enkele goede grappen na dus weinig toe.

Het vormt echter wel een ingang voor het publiek om de logica los te kunnen laten, want een aantal van de groteskere en vergezochte plotwendingen wordt in de raamvertelling geridiculiseerd, waardoor deze makkelijker te verkroppen zullen zijn. De enige redenatie achter de raamvertelling zal dus zijn dat de regisseur zichzelf vrijbrief kan geven helemaal los te gaan. Gelukkig doet hij dat, en kunnen de laatste drie kwartier van R100 gezien worden als misschien wel de grappigste van het gehele IFFR.
★★★★☆

A Spell To Ward of the Darkness

A Spell to Ward of the Darkness

A Spell to Ward of the Darkness (2013) past typisch binnen het kader van het Internationaal Film Festival Rotterdam. Een experimentele structuur, een erg laag tempo, een internationale productie met mensen, locaties en regisseurs van over de gehele wereld, twee opkomende regisseurs en een kruising tussen documentaire en fictie. Het is binnen deze gebaande paden een klein meesterwerkje, waarbij de soms bijzonder regiekeuzes altijd goed uitpakken.

Het knapste is hoe de film schakelt tussen geïmproviseerde scènes en een uitgekiende structuur. Aan de ene kant voelt de film erg vrij aan, met scènes en dialogen die alleen spontaan geschoten hadden kunnen worden. Maar aan de andere kant is de structuur duidelijk berekend, ondanks dat hier ook spontane vondsten soms de overhand nemen.

De film is opgebouwd uit een proloog en drie segmenten. Het eerste shot is een beeld van het enige donkere moment in het Noorden van Europa, tegelijkertijd zonsopgang en zonsondergang, met een kort moment van totale duisternis daar tussen in. De tien minuten durende scène met een experimentele geluidsband bereid de kijker voor op het trage tempo, maar ook op enkele van de thema’s binnen de drie segmenten.

Het eerste segment speelt zich af in een commune, waarbij hoofdrolspeler Robert A.A. Lowe slechts een onderdeel is van het geheel. Het tweede gedeelte is hij als eenzame figuur in een desolaat landschap, waarin hij probeert te overleven terwijl hij volledig op zichzelf is aangewezen. Hij vist wat, hij loopt wat, en maakt uiteindelijk een keerpunt door binnen zijn isolement. Het derde segment is Robert A.A. Lowe gitarist en back-upzanger in een metal-band, waarbij hij uiteindelijk de concertzaal meteen na afloop verlaat, en zijn plaatst binnen de groep inruilt voor een grootstedelijke eenzaamheid. Drie manieren van leven, maar ook drie verschuivingen binnen die manieren van leven, van communaal naar solo en terug.

De drie segmenten zijn ook afzonderlijk qua stijl, waarbij de eerste is geschoten met een hand-held camera, de tweede slechts statische shots kent waarbij de camera op een vast punt verankerd zit, en de derde volledig is geschoten in longtakes met de steadicam. Ze kennen dus een verschillende opzet, maar in wezen vormen ze wel een geheel, aangezien het laatste shot van het eerste segment voorbereid op het tweede, en het laatste shot van het tweede segment evenzo op de derde. In wezen zou je de verschuiving die binnen elk segment plaatsvind kunnen zien als het uitgangspunt voor het volgende segment.

Maar er zijn ook overkoepelende thema’s, binnen de drie segmenten. Mystieke getallen en symbolen spelen een rol, terugkerend in de focus op het getal drie en de brandende driehoek die elk segment van elkaar scheidt. Sjamanisme en aanverwante paganistische religies spelen een rol, van de zweethut uit het eerste segment, tot het mysterieuze einde van het derde segment. Aanverwant is Black Metal een van de grote thema’s, want niet voor niets is er een rituele verbranding van een gebouw, een terugkeer naar oerinstincten en oergevoel, en een heus Black Metal-concert aan het eind. De typografie sluit aan op dit thema, net als de Noord-Europese locaties.

Het oergevoel is het grootste overkoepelende thema, waarbij de mens het moet zien te redden in de natuur en de gemeenschap, net als de vroege Europese paganistische clans. De verbintenis van mens met de natuur en met elkaar, en de problemen en bijzonderheden die dat met zich meebrengt is uiteindelijk de inzet van A Spell to Ward of the Darkness. De titel is een verwijzing naar de oerangsten van de mens, en de manieren die men kan hebben deze angst voor het donker, de natuur, de eenzaamheid ver weg te houden. Communaal, Solo, of door de duisternis te omarmen.
★★★★☆


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel