Seks met Van Gogh (1): Loos (1989)

2 november 2014 · · Kritiek + Salon Erotica

Loos

Vandaag is het precies tien jaar geleden dat cineast Theo van Gogh werd vermoord door een religieuze extremist. Wat volgde op de moord waren tien jaren van discussie over vrijheid van meningsuiting en extremisme, waardoor het werk van Van Gogh als cineast lichtelijk ondergesneeuwd raakte. Terwijl juist in zijn werk ook de vrijheid om grenzen op te kunnen zoeken gevierd werd. Deze maand bespreek ik vier films van Theo van Gogh die draaien rond seks en seksuele taboes, ter ere van de filmmaker, maar ook omdat dit het overkoepelende thema van de maand is: Seks in de cinema. Verwacht dus deze maand, naast de besproken Theo van Gogh-films, ook artikelen over andere sexy uitspattingen en erotische hoogtepuntjes uit de filmindustrie.

Theo van Gogh speelde in zijn publieke optredens graag met de beperkende grenzen van benepen moraalridders, waarbij hij geen blad voor de mond nam. Voor sommigen gingen zijn uitspraken over de schreef, en niet zelden was Theo van Gogh ook bewust uit op provocatie, maar dat neemt niet weg dat hij altijd een beoogd doel had met hetgene wat hij zij, en zijn uitspraken gelaagder waren dan soms in de media geïnterpreteerd werd. Ook aan zijn films zit vaak een provocatief randje, maar ook hier zit vaak juist de kracht in een treffende nuance of een bewust opgezochte paradox.

De grens tussen een provocatief spel en iemands echte ziel staat centraal in Loos, een film die gaat over een man die verstrikt raakt in zijn eigen publieke provocatieve spel. Willem Loos is een advocaat die gespecialiseerd is in zedenzaken, en die verschillende verkrachters, stalkers en lustmoordenaar uit de cel heeft weten te houden. Nu moet hij een rijke verdachte van lustmoord vrijpleiten. Deze man heeft een seksclub, waar de rijke elite van Rotterdam zich kan laven aan allerlei transgresieve seksuele lusten, op de grenzen van het legale. Daar raakt Loos in de ban van Anna, een masochistische dominatrix, die een machtsspelletje met hem begint. Voor Willem Loos is niet meteen meer duidelijk wie de touwtjes in handen heeft, en wie zijn handen op de rug heeft.

Een man die verstrikt raakt in zijn eigen werk, zijn eigen woorden en zijn eigen daden. Het kan slaan op Van Gogh, die regelmatig aan werd gekeken op zijn grote mond, maar wiens maniakele energie ook zijn charisma gaf. Ook Loos is een film met provocaties, waarin een aantal effectieve maar duistere sadomasochistische scènes opgenomen zijn. De verhaallijn, is in de overdaad van Van Gogh niet altijd goed te volgen, en de film is wispelturig en wisselvallig. Maar juist uit de losheid van Loos en de neiging om de grenzen van het gemak op te zoeken, haalt de film de typische rauwe energie van Van Gogh.

Het sterke is ook dat de film Loos juist volledig draait om het opzoeken van de seksuele grenzen. De protagonist begeeft zich letterlijk in de onderwereld van Rotterdam, en aan de randen van de samenleving. De fascinatie voor de mensen die hun eigen grenzen opzoeken is tastbaar. De situering aan de rand van de samenleving opent voor Van Gogh ook de mogelijkheid om de film te laten draaien om de situaties aan de rand. Het hoofdplot is van ondergeschikt belang, maar het zijn de bizarre intermezzos en de surrealistische randfiguren die centraal worden geplaatst.

Dit levert een aantal briljante vondsten op, die in hun puberale groteskheid grote indruk maken. Tekenend is bijvoorbeeld een scène in de rechtszaal. De rechtszaak is gebonden aan droomlogica, waarbij de rechter praat met opvallend veel consumptie en de officie van justitie spastische baby-bewegingen met de armen maakt. De mannen van het hof zijn in de visie van Van Gogh grote kleuters, en ze gedragen zich letterlijk zo. Of in een andere scène, op de begrafenis van een belangrijk bijpersonage, laat Van Gogh de doodgravers met zijn zessen springend de grond aanstampen tijdens de preek van de dominee. Het zijn vreemde vondsten, die vooral grappig zijn omdat Van Gogh nergens de absurditeit laat erkennen door de personages. Door alle groteske gebeurtenissen en provocaties volkomen serieus te laten nemen door zijn protagonisten maakt Loos indruk.

Ook de seksscènes zelf zijn droomachtig en absurd. De sado-masochistische spelletjes spelen zich altijd af in kamer 77. De seksclubs zien eruit als een door Fellini gergisseerd tafereel, vol dikke vrouwen, vreetpartijen en in bizarre kostuums gehezen prostituees, dwergen en kinderen. In een museum hangen erotische kunstwerken van Erwin Olaf met dezelfde soort groteske kostuums en mensen. Een sadomasochistisch spelletje maakt gebruik van een vreemd object als een witte beautycase. Erwin Olaf duikt zelf nog op in een cafèscene waarin hij en een andere flamboyante jongens Gonnie Baars’ “Alle Leuke Jongens Willen Vrijen” ten gehore brengt, terwijl ze op de bar dansen. Ook dit word volkomen genegeerd door de andere personages. Alle absurde details en alle sadomasochistische uitspattingen zijn volkomen natuurlijk in het universum van Loos.

Wat in wezen een vroege voorloper is van de erotische thrillers uit de jaren 90 (Basic Instinct, Jade, etc), wordt in de handen van Van Gogh een film vol groteske personages en provocatieve humor, die toch ook een beetje serieus genomen dienen te worden. Net als de uitspraken van Van Gogh zelf: misschien ietwat aan de ruwe kant, zeker bedoeld om wat olie op het vuur te gooien, vol galgenhumor, maar zeker met een doordachte en gelaagde kern waar over na gedacht kon worden.


Onderwerpen: , , , , , ,


Reageer op dit artikel