Symbomaniac
Von Triers verslaving aan goedkope symboliek

20 januari 2014 · · Beschouwing

Even leek de geest van Ingmar Bergman rond te waren. Nymphomaniac heeft wat weg van een sessie op de sofa; getuigenissen over de aard van seksualiteit, zoals ook ooit ‘patient’ Bibi Andersson in Persona (1966) leeg liep over een seksuele ervaring. Raadselachtigheid is wat Bergman moeilijk, zwaar, maar tegelijk boeiend maakt. Ergens had ik de hoop dat Von Trier zijn kijker ook op zo’n worsteling met de materie zou trakteren. Zo’n ondoordringbare film die prikkelt in subtiele hints. Die hoop wordt al snel de grond ingeboord als Seligmans (Stellan Skarsgård) aandeel in de dialoog het eerste half uur vrijwel uitsluitend lijkt te bestaan uit een tot het achter de komma uitventen van een vergelijking tussen de seksuele jacht en het vliegvissen.

Misschien was het me niet eens zo dwars gaan zitten als ik niet een dag daarvoor, eindelijk, Melancholia (2011) zag. Al vanaf het moment dat in de openingsscène de limousine met het bruidspaar op weg naar de receptie vast komt te zitten in een onmogelijke bocht, is het duidelijk: Lars von Trier houdt van symboliek. Die mag best vet aangezet zijn, en veel langer dan nodig is uitgemolken worden. Wat heet, met een allesvernietigende komeet in aantocht, draait zelfs de hele film om een (letterlijk) gigantische metafoor!

Terug naar Nymphomaniac, waarin ondertussen allerlei anekdotes en analogieën de revue passeren. Over de es, over taartbestek, over de cijferreeks van Fibonacci. En altijd weer over het vissen. Niet zomaar zijdelingse momentjes die vaart moeten brengen in de anders mogelijk wat statische raamvertelling. Nee, aan de mate waarin ze herhaald en uitgespeld worden, blijkt wel een allesbepalende urgentie. Tegen de tijd dat er zo’n kwartier gewijd wordt aan een flauwe vergelijking tussen de polyfonie van Bach en Joe’s partnerkeuze, kon ik het haast wel uitschreeuwen of het niet wat minder, en vooral subtieler kon, alstublieft.

Deze hernieuwde kennismaking met Von Trier (Antichrist in 2009 was het laatste wat ik zag), riep de vraag op of dit altijd al mijn gevoel bij de man was? Zeker, subtiliteit is wel het laatste waar Von Trier op uit is. Maar dat zag ik toch vooral in morele zin. Hij tartte mij als kijker met de keuzes die personages in films als Breaking the Waves (1996), Idioterne (1998) en Dogville (2003) maakten. Daarmee op provocerende wijze heilige (morele) huisjes omver trappend. In het beste geval slaagde hij erin vaststaande noties over bijvoorbeeld vergeving (Dogville) los te wrikken, opdat je ze als kijker opnieuw overdenkt.

In die zin neemt Von Trier in Nymphomaniac best weer wat interessante standpunten in. Ook hier is duidelijk een overtreffende trap (verslaving) gekozen om iets alomtegenwoordigs als seks te behandelen. Dat opzoeken van extremen is zijn handelsmerk en hij is er om te roemen. Dat is echter nog geen reden dat ook de vorm, in casu de overdaad aan slecht gebrachte symboliek, excessief moet zijn. Met terugwerkende kracht begin ik te geloven dat Dogville mede zijn beste film is, omdat de vorm soberheid opzoekt. Beperkt tot een speelvloer met krijtlijnen is er weinig ruimte voor (visuele) symboliek. En vooral ook: een klein verhaal dat in geconcentreerde vorm als het ware vernauwd wordt. Dit in tegenstelling tot zijn laatste films, waarin het ‘kleine’ juist grootser gemaakt wordt, door het in een allesomvattend (Nymphomaniac: encyclopedisch, Melancholia: kosmisch) kader te passen. Óók interessant, als Von Trier maar wat meer te raden overliet…


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel