Ten Monologues from the Lives of the Serial Killers (1994)

4 januari 2014 · · Beschouwing

Ten Monologues

Ten Monologues from the Lives of the Serial Killers (1994), pas in een beperkte oplage op dvd van Film Bizarro Releasing verschenen, is een redelijk obscure film van Nederlandse bodem, met moord als centrale thema. Het is geen nederhorror, maar flirt wel met gore en seksueel geweld, al valt de film beter in te kaderen in het hoekje transgressieve cinema. Transgressieve cinema zoekt de grenzen op, zowel in vorm als inhoud, en houdt zich dan ook bezig met taboe-onderwerpen als moord, marteling, geweld en allerlei extreme vormen van seks , en bedient zich qua vorm vaak van avant-gardistische en vervreemdende technieken. Belangrijke exponenten binnen dit genre zijn Nick Zedd en Richard Kern en ook de Zuid-Afrikaanse filmmaker Aryan Kaganof werkte binnen dit genre. Ten Monologues from the Lives of the Serial Killers maakte Kaganof in zijn Nederlandse periode, en is een uniek meesterwerkje dat een groter publiek verdient, ondanks dat de film qua vorm en inhoud altijd wel voor een nichépubliek zal blijven.

De opzet van Ten Monologues is simpel. Tien korte fragmenten, waarin een monoloog (in sommige gevallen een dialoog) gehouden wordt die op een of andere manier verband houdt met het thema moord. Wat Ten Monologues echter zo goed maakt, is dat elk van de fragmenten voortbouwt op de vorige qua thematiek, waardoor we een rijk scala aan invalshoeken krijgen, die de dialoog met elkaar aangaan. Naast moord komen daardoor andere thema’s bovendrijven, zoals de relatie tussen ouder en kind, de relatie tussen seks en geweld, en het concept van “performance” als onderdeel van onze samenleving.

Mono1

Monologue 1: Mother’s Day

Monologue 1: Mother’s Day vat al deze thema’s al samen. We horen een opname van Edmund Emil Kemper, de “co-ed killer” praten over zijn moorden, terwijl een rokende man op een stoel in een gevagenis zit. De disconnectie tussen beeld en geluid zorgt ervoor dat zowel de rokende man als de confessie van Edmund Kemper iets wegkrijgen van een performance in een theater. In de dialoog zelf geeft Edmund Emil Kemper ook aan dat hij normaal de schijn ophoud, aan het acteren is, en dingen geheim houd: “Why am i telling you this?”. Moord is vertrouwen winnen, doen alsof, en verdwijnen in de performance: “flaunting that invisibility”. Die performance verbloemt de gewelddadige seksuele uitingen van Kemper, en de Norman Bates-achtige relatie met zijn moeder, die uiteindelijk eindigde in necrofilie met haar lichaam.

Mono2

Monologue 2: Murder Avenue

Monologoog nummer 2 “Murder Avenue” zet het idee van moord als performance door. Het segment bestaat uit een nummer van de Geto Boys, over een moord op een vrouw onder de douche, volgens de tekst geïnspireerd door Psycho (1960) en Jeffrey Dahmer. Kunst die voortkomt uit moord, peformance die voortkomt uit moord. De Geto Boys wijzen er (terecht op) dat kunst geen verantwoording hoeft af te leggen voor de depictie van geweld: “If you have an argument with me you should’ve better judged him before you judged me”. Het mooie is dat Ten Monologues ook de moordenaars niet zozeer veroordeeld, maar een poging doet om de discussie aan te gaan rondom het raakvlak van geweld, seks, kunst, privèlevens, etc, zonder meteen in een veroordelende houding te schieten.

In dit tweede segment wordt visueel verwezen naar Derek Jarman’s Blue (1993), in dit geval door een bloedrood scherm dat (net als het blauwe scherm in Blue) constant van betekenis veranderd door de uitgesproken tekst. Het rood kan hier staan voor bloed, de naam van het slachtoffer (Rosey), lust, woede, etc. De versmelting tussen vermeende hoge kunst (Jarman) en vermeende “lage kunst” (Geto Boys) illustreert het ruime scala aan invloeden van Kaganof.

Mono3

Monologue 3: The Generations of America

In de derde monoloog “The Generations of America”, gebaseerd op een stuk tekst van J.G Ballard uit The Atrocity Exhibition vind ook een verschuiving plaats binnen betekenis. Kain, een performer, leest de tekst aanvankelijk op als een spoken word tekst, maar al gauw vervormt zijn intonatie de monoloog tot een bleusy lied. De tekst van de monoloog/lied, is een aaneenschakeling van moorden, waarbij slachtoffer, of familie van het slachtoffer, zelf weer verantwoordelijk blijken voor de dood van het volgende slachtoffer. Een domino-reeks, waarbij moord als een virus zich van dader naar dader verspreid.

Mono 4

Monologue 4: Childhood

Dit is ook de inzet van monoloog 4 “Childhood”, gebaseerd op het korte verhaal Goodbye Dark Love van Roberta Lannes, waarin een misbruikt kind afrekent met de misbruiker, zijn of haar vader. De ene misdaad, misbruik, ligt ten grondslag aan de andere misdaad, moord, en ook hier blijkt oorzaak-gevolg in familiare kringen te liggen, net als in het eerste fragment.

Visueel wordt dit segment ondersteund door homevideos van een gelukkig gezinnetje, maar de 8mm stock is aangetast door de tijd. De krassen in het celluloid, vergelijkbaar met de found footage experimenten van Bill Morrison en de direct film experimenten van Stan Brakhage, zijn perfecte illustraties van de littekens van de hoofdpersoon. Het concept van film als representatie van littekens, en als maker van littekens en wonden, keert ook nog in andere segmenten van Ten Monologues terug.

Bladzijdes: 1 2


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel