The Bed Sitting Room (1969)
BFI Flipside (1)

8 februari 2014 · · De SI-xties

Bed Sitting Room

Na in december uitgebreid aandacht besteed te hebben aan moderne cinema met een themamaand rondom de oogst van 2013, en in januari de themamaand over te hebben geslagen ten faveure van een reeks verslagen van het Internationaal Film Festival Rotterdam, zijn de themamaanden terug van weggeweest met een klassiekere inslag. De komende maand besteden we aandacht aan de cinema van de jaren zestig, met aandacht voor zowel genrefilms, als klassiekers, als filmhuisfilms. Om toch een gemene deler te vinden binnen zo’n breed en inspiratievol decennium zullen we de maand besluiten met een gezamenlijke toplijst van favoriete titels uit de sixties.

Ikzelf zal binnen deze themamaand aandacht besteden aan een viertal titels uit de BFI Flipside Collection. De BFI Flipside Collection is een dvd-label van het prestigieuze British Film Institute gericht op de ondergeschoven kindjes van de Britse cinema. De reeks richt zich op afwijkende en alternatieve films, genre- of cultfilms; met als enige overeenkomst dat ze van Britse bodem komen en nog niet eerder op VHS of Dvd verschenen zijn. Drie uitzonderingen daargelaten, waarvan twee films eerder in beperkte oplage op VHS verschenen zijn, en één film op DVD in Amerika, maar wederom in beperkte oplage. De vier films die ik bespreek zijn allen verschenen in de jaren zestig, en zijn dan wel genegeerde films van bekende regisseurs, of films die op een interessante manier representatief zijn voor de jaren zestig. De eerste titel die ik bespreek is The Bed Sitting Room (1969), van regisseur Richard Lester, die in de jaren zestig zichzelf op de kaart zette met de bekende Beatles-films A Hard Day’s Night (1964) en Help! (1965), en die daarmee voor een groot deel de stijlkenmerken van Britse films in de jaren zestig bepaalde.

The Bed Sitting Room was ook invloedrijk, hoewel de film dus pas een paar jaar geleden voor het eerst op dvd verscheen. De film kent een kruisbestuiving van brits talent, sommigen op de piek van hun populariteit, sommigen opkomende namen. Zo zien we Peter Cook en Dudley Moore in bijrolllen, en is er een rol voor Marty Feldman, voor zijn beroemde rollen in Mel Brooks-films. Ook kan de film gezien worden als een voorloper van de humor van Monthy Python. Dit is grotendeels te danken aan het script van Spike Milligan, die deze baseerde op zijn gelijknamige toneelstuk. Spike Milligan werd vooral bekend als bedenker van The Goon Show (1968), een satirische televisieshow die een grote inspiratiebron vormde voor de Pythons. De duisterder en afwijkender humor in The Bed Sitting Room ligt misschien nog wel meer in lijn van Monthy Python’s Flying Circus (1969-1974), dat hetzelfde jaar startte als de film uitkwam. Het toneelstuk bestond toen echter al langer.

De opzet van The Bed Sitting Room is een reeks van redelijk los opgezette verhaallijntjes en sketches rondom een post-apocalyptische Londen. Londen is gebombardeerd door een atoombom na een oorlog die, inclusief het tekenen van het vredesverdrag, twee minuten en 28 seconden duurde. De Britten gaan door met hun leven, en vervullen hun functies nog steeds hetzelfde, zij het dat de apocalyptische omgeving hun dagelijkse bezigheden absurd heeft gemaakt. De metro rijd nog steeds, aangedreven door een eenzame fietser; de brandweer is nog steeds actief, terwijl er niks meer is dat af kan branden; een man kijkt naar films, zonder projector, waarbij hij het celluloid door zijn hand laat glijden; een man is bang dat hij veranderd in een slaapkamer met aansluitende woonkamer (de Bed Sitting Room uit de titel); een zwangere moeder maakt zich op voor haar aankomende baby, wetend dat het kind nooit en te nimmer gezond kan zijn.

Zoals de synopsis aangeeft worden de absurde gegevens steeds naargeestiger, terwijl de toon van de film en de muziek vrolijk en ludiek blijft. De grimmiger wordende inhoud die botst met de uiterlijke knipoog zorgt voor een bevreemde sfeer. Het vervreemdingseffect dat ontstaat geeft The Bed Sitting Room zijn scherpte, wat de film een van de beste films maakt over de nucleaire angsten van de Koude Oorlog.

In wezen is The Bed Sitting Room namelijk een “ban de bom”-film, een pleidooi voor een vreedzame oplossing van de atoomoorlog. De film bevat elementen van andere post-apocalyptische films die inspelen op de angst voor de bom, maar is daarvan ook een redelijk vroeg voorbeeld. De humoristische verdraaiingen van apocalyptisch angsten werden later in Mad Max (1979) op serieuze wijze uitgevoerd, maar The Bed Sitting Room is vreemd genoeg verontrustender. Ook hier is er sprake van een nieuwe functie voor auto’s, die op huis-tuin-en-keuken manier in elkaar geknutseld zijn tot nieuwe vehikels, maar de combinatie auto-luchtballon uit The Bed Sitting Room maakt meer indruk dan de punk-vehikels uit Mad Max. Ook hier is de wereld verander in een vuilnisbelt, maar de gestileerde stapel laarzen uit The Bed Sitting Room is, dankzij de connotatie met de Holocaust, verontrustender dan de schroothopen uit Mad Max en de zijnen. En de kannibalistische connotatie uit veel apocalyptische films krijgt in The Bed Sitting Room een twist doordat het slachtoffer voor zijn dood, dankzij atoomstraling, is veranderd in een papegaai. Het wordt makkelijker je vader op te eten als je hem eerst kaal hebt moeten plukken.

De toekomstvisie van The Bed Sitting Room zegt, zoals elke toekomstvisie, veel over de tijd waarin hij gemaakt is. Aan de ene kant hebben we de angsten uit de jaren 60 rondom het vallen van de bom, maar aan de andere kant zegt de bereidheid van de Britten in The Bed Sitting Room om het leven gewoon door te laten gaan veel over hoe Spike Milligan en Richard Lester de Britse samenleving zien.

De bom kan vallen, maar de Britten blijven angstwekkend beleefd. Het klassenverschil zal blijven bestaan, zelfs wanneer er van elke klasse slechts een handvol mensen over is. Het koningshuis valt niet te vernietigen, net als het Britse chauvinisme, bureaucratische rompslomp, de harde hand van de Bobby’s (de politie) en de journalistieke alleenheerschappij van de BBC. De koppigheid van de Britse beleefdheidscultuur, waarbij de problemen genegeerd worden ten faveure van pais en vree, wordt in een apocalyptische omgeving alleen maar versterkt. Dat is de angst van Richard Lester en Spike Milligan; dat tegen beter weten in de mensheid nooit zal leren en enkel schone schijn op blijft houden.

Absurdistische elementen die aanvankelijk geen satirische functie lijken te hebben gaan ook in op angsten van die in de sixties speelden. De man die in de slaap-zitkamer uit de titel verandert, en de vader die langzaam transformeert in een papegaai, zijn in wezen voortzettingen van de angsten voor genetische mutaties in een nasleep van een atoomaanval. Dat de atoomstraling ook naargeestiger uitwerkingen heeft blijk uit de zwangere vrouw in de film, wiens angsten rondom de mutatie van haar kind volledig weggewerkt worden door een bureaucratische samenleving. De enkele dokters die er nog zijn, de overheid en de familie van de vrouw negeren haar volledig. De humor in The Bed Sitting Room komt vaak voor uit de discrepantie tussen werkelijkheid en hoe de instituten in de (apocalyptische) samenleving omgaan met de rauwe werkelijkheid.

De humor in The Bed Sitting Room is pijnlijk, bijtend en schurend, maar vaak ook opvallend luchtig. De film was toen actueel, en is dat nu nog. Er is misschien geen angst voor een totale vernietiging van onze samenleving meer; de inhumane tendensen van instanties en politici zijn helaas niet uit te roeien. En dat is uiteindelijk de boodschap van The Bed Sitting Room: alles mag dan wel lijken te veranderen, zoals een buurman die verandert in een slaap-zitkamer en een vader die verandert in een papegaai, toch blijft alles hetzelfde.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel