The Grand Budapest Hotel (2014)
Herkenbaar Anderson

13 maart 2014 · · Kritiek + Première

The Grand Budapest Hotel (2014)

Een prachtig en rijk kleurenpalet, symmetrie, een horde aan steracteurs en de knusse sfeer van een kinderboek. Deze kenschets kan wederom op de nieuwste prent van Wes Anderson worden geplakt. Twee jaar geleden was de regisseur herkenbaarder dan ooit met het uitstekende Moonrise Kingdom, een film die bijzonder lichtvoetig en verfrissend uit de hoek kwam en een duidelijke ontwikkeling in de stijl van de filmmaker tentoon spreidde. The Grand Budapest Hotel gaat eigenlijk op deze voet verder en vertoont een flink aantal overeenkomsten met diens voorganger. Maar is deze net zo goed te noemen?

Centraal Europa zoals het eruit zou zien in een poppenhuis of kijkdoos, zo presenteert Anderson deze omgeving en het hotel waar onze protagonisten zich veelal bevinden. Wederom wordt er een kind centraal gesteld ondanks een waslijst aan bekende acteurs. Zero is een lobby boy die onder de vleugels van de nogal typische Gustave (Ralph Fiennes), die leeft voor het hotel, het vak wil leren. Gustave maakt een aantal vaste gasten, dames van bovengemiddelde leeftijd zoals Madame D (waar Tilda Swinton in valt te herkennen), het hof in met name fysieke zin. Wanneer de Madame onder verdachte omstandigheden het loodje legt blijkt Gustave erfgenaam van een peperduur schilderij, Boy with Apple. Haar zoon (Adrien Brody) kan dit niet verdragen en zet een als Hells Angel verklede Willem Dafoe in om het schilderij, door Gustave en Zero naar hun hotel gebracht, in handen te krijgen.

Een screwball comedy in heel erg veel kleur, zo zou je deze film kunnen typeren. Stijlvoller dan ooit, hanteert Anderson zijn timmermansoog om elk shot, vierkant en soms smetteloos symmetrisch in beeld te brengen. De kijkdoos-ervaring wordt hiermee kracht bijgezet en zorgt voor de eerder beschreven knusse sfeer. De karrenvracht aan A-acteurs fungeren vaak als decor en hun acteertalent wordt zeker niet optimaal gebruikt, een minpuntje voor Anderson. Zijn status maakt dat hij sterren als Harvey Keitel, Willem Dafoe, Bill Murray of Owen Wilson moeiteloos aan zijn film kan verbinden zonder hun talent volop te benutten. Een man als Ralph Fiennes, om wie de film grotendeels draait, gebruikt de geboden ruimte om te laten zien dat hij hilarisch is.

In Moonrise Kingdom onderzoekt de filmmaker de ontluikende liefde tussen twee tieners, een verdiepende dimensie die in The Grand Budapest Hotel lijkt te ontbreken. Er is weliswaar terloops sprake van een tienerliefde maar deze krijgt weinig aandacht. In plaats van deze diepgang kiest Anderson nu voor een hoger tempo en meer grappen, grollen in komische bijrollen en een opeenstapeling van achtervolgingen en ontsnappingen. Toch zit de film zo in elkaar, mede dankzij een aantal flashbacks, of forwards eigenlijk, dat er niet alleen maar gelachen wordt maar er zeker tegen het einde ook ruimte voor nostalgie en melancholie is. Vervlogen tijden worden, ondanks de fascistische dreiging, die in deze film zo onschuldig verweven zit, gememoreerd en geprezen.

Concluderend is The Grand Budapest Hotel ietsje minder goed dan Moonrise Kingdom of het eerdere Rushmore (1998), maar weet Anderson wederom een vernuftige film in elkaar te draaien, die qua stijl, slimme (plot)details en een aantal goed uitgewerkte karakters tot zijn betere gerekend mag worden. Toch beklijft deze minder dan eerdergenoemde Anderson-klassiekers. Desalniettemin uniek, komisch en een garantie voor ruim anderhalf uur filmplezier.

★★★★☆


Onderwerpen: , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel