Theo’s Terugblik 2010-2014 (2): Blockbusters en filmhuisfilms

Al sedert het begin van Hollywood wordt er geklaagd over de knieval naar de commercie, en de teloorgang van film als een artistiek medium. Ook nu zal het klagen over een culturele apocalyps overdreven zijn, maar dat er een steeds grotere kloof komt tussen de grote Hollywood-producties en onafhankelijke artistieke producties moge duidelijk zijn. Hoe goed de blockbusters hier en daar ook zijn, de afgelopen vijf jaar vallen er enkele angstig makende trends te bespeuren.

Superhelden op sokken

Meest tekenend voor de hedendaagse focus op blockbusters is de superheldenhype. De superhelden van Marvel Comics zijn ondergebracht bij drie studio’s, waarbij Sony de Spider-man franchise de grond in trapt om geld te verdienen (de recente lekken bij Sony tonen een studio die niet weet wat ze met deze franchise aan moet), Fox zijn pijlen heeft gezet op de X-men franchise en spin-offs (Deadpool, Fantastic Four) en, meest succesvol, Marvel Studios een aandeel heeft in alle andere reeksen (o.a The Avengers, Guardians of the Galaxy, en op tv, Agents of S.H.I.E.L.D). Dat de hang naar bovennatuurlijk heroïsche protagonisten zeker in de derde aktes eenheidsworst oplevert valt te betreuren, maar het vat lijkt voorlopig nog niet leeg te zijn, en het levert hier en daar uitstekende blockbusters op. Studios, waaronder superheldenconcurrent D.C (Batman, Superman), trekken helaas wel de verkeerde les uit het succes van Marvel, getuige punt 2.

“Alles is met elkaar verbonden”

Het succes van Marvel zit hem namelijk in de focus op de unieke personages, en niet zoals de andere studio’s denken in het gedeelde universum. Maar de vele cross-overs en spin-offs in het zogenaamde Marvel Cinematic Universe, worden nu door andere studios nageaapt. Warner Bros probeert het met het belabberd getitelde Batman V. Superman: Dawn of Justice, gevolgd door de Justice League, Wonder Woman en andere spin-offs. Disney probeert het, naast Marvel, ook met Star Wars, met naast een trilogie door J.J Abrams en Rian Johnson, standalone films geregisseerd door namen als Gareth Edwards en Josh Trank. Sony probeert het met Spider-Man (ondanks het magere artistieke en financiele succes van The Amazing Spider-Man 2) en, nog vreemder, Robin Hood. En Universal probeert zijn klassieke filmmonsters te veranderen in superhelden, waarvan het abominabele Dracula Untold de eerste in de rij is. Het getuigt van een gebrek aan inspiratie, en een poging om alle op elkaar gelijkende films te verbinden in een aantal grote franchises.

Reboots, remakes, sequels, prequels, spin-offs en gespleten vervolgen

Hollywood maakt, al sinds het begin van de filmindustrie, vervolgfilms, remakes en spin-offs, maar elk jaar lijken het er meer te worden. Elke maand komen er wel een aantal vervolgfilms uit, en deze zijn regelmatig van een niet al te hoog niveau. De grote focus op sequels valt ook te zien in het aantal reboots: wanneer een film niet succesvol is, of een belangrijk crewlid opstapt (Christopher Nolan na The Dark Knight Rises), dan is men bereid snel van de grond af aan te beginnen. Het sterkste is dit te zien in de wanhopige reboot van Spider-Man ; een wanhoop die we enkel konden vermoeden tot de Sony-hacks van voorgaande week (het moge duidelijk zijn wat ik van de huidige koers van Spider-Man denk). Maar we kennen ook de soft reboot als in Trans4mers: voor een deel dezelfde crew, maar de cast is grotendeels veranderd. De mogelijkheden om een franchise, voor een reboot nodig is, zo lang mogelijk te rekken, zien we in de sequel-split, zoals bij Harry Potter and the Deathly Hallows: part 1 & 2 en The Hunger Games: Mockingjay part 1 & 2. En dan is er het idee van de spin-off, dat nog met enige regelmaat wordt toegepast: een film die zich afspeelt in hetzelfde universum, maar met geheel andere personages of bij-personages (Planes, Puss in Boots, The Bourne Legacy, Paranormal Activity: The Marked Ones, The Penguins of Madagascar, The Wolverine).

Het verdwijnen van het midden

Een van de problemen die de focus op beproefde concepten met zich meebrengt is dat studio’s geneigd zijn geld te investeren in gigantische producties met een zekere naam en piepkleine films zonder naam, maar amper iets er tussenin. Het probleem wordt nauwgezet uit de doeken gedaan in dit uitstekende artikel van Indiewire, en ik raad iedereen aan te lezen waarom het verdwijnen van mid-budget-films zo’n groot probleem vormt. Één voetnoot die ik bij het artikel zou willen plaatsen is de naam van Megan Ellison, een miljonairsdochter die haar uitstekende filmsmaak, inzicht en erfenis gebruikt om middelgrote producties te produceren van de crème de la crème van de filmindustrie: zij distribueerde en/of produceerde onder andere Spring Breakers, Zero Dark Thirty, The Master, The Grandmaster, Lawless, Foxcatcher en Her. Ergens is het tekenend dat zij, als producent, nu naam maakt, doordat haar werkgebied kennelijk uitgestorven is geraakt. Vroeger was een producent van middelgrote films nooit zo’n grote naam geworden. En ondertussen steekt Sony geld in Spider-man.

Big in Japan

Toch kunnen de grote films het niet volledig op eigen kracht doen. Hollywood is de afgelopen vijf jaar steeds afhankelijker geworden van de box office in het buitenland, mede door dalende cijfers onder de Amerikaanse bioscoopbezoekers. Dus wijken steeds meer films en filmmakers uit naar het buitenland. Rian Johnson maakte extra scènes in Looper voor de Chinese markt, evenals Marvel voor Iron Man 3 (regisseur Shane Black had hier niets mee te maken). Trans4mers speelde er zich voor een deel af, en Godzilla en Pacific Rim speelden zich voor een deel af in Japan om ook deze markt aan te boren (met succes). The Interview, mikpunt van de Sony-hack, is de andere zijde van een medaille: een film die niet uitgebracht word in Azië, vanwege té grote controverse. Ook de remake van Red Dawn moest concessies doen voor de Aziatische markt. Daarnaast vertoont zich ook in kleinere films een vergelijkbare trend: Paranormal Activity kwam bijvoorbeeld met films voor de Japanse (Paranormal Activity: Tokyo Night) en Mexicaanse markt (Paranormal Activity: The Marked Ones). The Amazing Spider-Man 3 speelt zich naar alle waarschijnlijkheid af in Hong Kong.

Epossen in de arthouse

De schaalvergroting is ook zichtbaar in de arthouse-markt. De trend momenteel is voor lange, epische films, die ondanks het gebrek aan explosies, wel gaan voor een thematisch groot gebaar. Een deel daarvan heeft te maken met de populariteit van Slow Cinema: films die hun tijd nemen met het vertellen van hun verhaal, en met een contemplatieve toon, dus derhalve automatisch vaak langer qua speelduur. Schoolvoorbeeld is Lav Diaz, wiens Norte, The End of History, zelfs nog behoort tot de bescheidener van zijn werken met vier uur. Sommige Diaz films duren ongeveer acht uren. Ook andere favorieten waren niet gering in lengte: Nuri Bilge Ceylan maakte onder andere het lange Winter Sleep (196 min), en Once Upon A Time in Anatolia (157 min), Lars von Trier ging groots en groter in Nymphomaniac (240 minuten in totaal), Edgar Reitz bezocht Die Andere Heimat in 225 minuten en meer uitschieters duurde langer dan twee uur. Zelfs nieuwe, frisse jonge namen als Xavier Dolan probeerde epische meesterwerken te maken, die het eindwoord rondom hun thematiek moesten zijn: het oedipale adhd-drama Mommy (een redelijk bescheiden 139 minuten), en transgender liefdesdrama Laurence Anyways (168 min). De trend voor lang en hyperbolisch valt mede te verklaren in de poging zich te onderscheiden in een steeds meer overvloeiende markt van films met een steeds marginaler budget, maar er valt ook enige invloed te zien van de uitgebreide vertellingen op televisie. Toch voelen de films al met al een stuk korter dan The Amazing Spider-man 2.

Televisie van de Sundance school

Televisie neemt namelijk steeds meer de rol over van de middelgrote dramafilm, en belangrijke namen in de Amerikaanse Indie-scene verkassen langzaam maar zeker naar HBO, Netflix, Amazon, FX of Showtime. Steven Soderbergh kondigde zijn pensioen aan voor bioscoopfilms, doordat studios niet meer investeerden in zijn films maar in dingen als The Amazing Spider-man 2, maar verkaste volgens naar tv. Steven Soderbergh maakte The Knick voor Cinemax, maar hij was niet de enige. Cary Fukunaga maakte True Detective, Guillermo Del Toro The Strain, Rian Johnson enkele afleveringen van Breaking Bad, David Fincher enkele van House of Cards, Lisa Cholodenko maakte Olive Kitteridge, Frank Darabont maakte The Walking Dead en Jane Campion Top of the Lake. De crème de la crème van de onafhankelijke cinema vind het geld dus inmiddels op andere plekken dan het filmhuis, en een groot deel van de series zijn ook voor cable of aanbieders van VOD, waarmee de artistieke vrijheid enigszins gewaarborgd wordt. Op network televisie, de grote commerciëlen, vindt namelijk een geheel andere trend plaats.

Televisie volgens beproefd recept

Ook op network televisie is namelijk, net als bij de grotere studio’s in Hollywood, een steeds grotere afhankelijkheid van bestaande concepten. Veel van de network series leunen op comics, films en televisieseries die al enig succes kenden. Agents of S.H.I.E.L.D en Agent Carter komen uit de stal van Marvel; Constantine, The Flash Gotham en Arrow zijn gebaseerd op comics van DC. Verdere namen zijn About a Boy, Bad Teacher, Parenthood en Hannibal. De laatste is een bewijs dat dit niet perse een artistieke doodsteek hoeft te zijn. Ook is deze trend niet enkel beperkt tot network televisie, maar zijn er ook Fargo en From Dusk Till Dawn op cable. Toch is de vraag of aangekondigde series als 12 Monkeys, Sin City, Minority Report, Uncle Buck, Big, Rush Hour, Real Genius en The Illusionist in de buurt kunnen komen van uitschieters als Fargo en Hannibal. Het wachten is op een live-action televisieserie gebaseerd op Spider-Man.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel