Anarchy in the UK: Lindsay Anderson (1/3)
This Sporting Life (1963)

Terwijl in Frankrijk Cahiers du Cinema-critici de overstap naar regie maakten en daarmee de Nouvelle Vague ontketenden, kwam in Groot Brittannië een gelijksoortige beweging op gang. Halverwege jaren 50 ontstond de Free Cinema, documentaires die goedkoop en daardoor met meer artistieke vrijheid gemaakt werden. De onderwerpkeuze lag vooral bij de working class men, die er in de cinema van die tijd maar bekaaid vanaf kwam. In samenhang met de stroom Angry Young Men-literatuur uit die tijd, volgde de fictieve pendant van de Free Cinema, nu British New Wave geheten.

Een van de leidende figuren binnen beide stromingen was Lindsay Anderson. Als voormalig filmcriticus was hij de belangrijkste theoreticus. Al vroeg oogstte hij succes met de nieuwe documentairestijl, waaronder een Oscar voor Thursday’s Children (1954). Gek genoeg kwam zijn overstap naar de speelfilm pas vrij laat. This Sporting Life uit 1963 kwam op een moment dat de grimmig realistische films al weer op hun retour waren, ingehaald door Beatles(films) en James Bond. Niettemin bleek het een opstap naar een bescheiden oeuvre aan karakteristieke films. In een co-productie bespreken we deze themamaand de drie belangrijkste titels. Volgende week volgen If… (1969) en O Lucky Man! (1973), vandaag de aftrap met debuutfilm This Sporting Life.

Net zoals de Nouvelle Vague-films stevig geworteld waren in jaren aan filmtheoretisch gefilosofeer, zijn ook de films van Lindsay Anderson niet helemaal los te zien van zijn achtergrond als filmcriticus. Hij schreef mee aan het manifest voor de Free Cinema-beweging. Daarin wordt o.a. gepropageerd dat een film nooit té persoonlijk kan zijn, dat beeld boven geluid staat en dat de stijl van een film de expressie van de persoonlijkheid van de regisseur is. In Andersons benadering van realisme is het persoonlijke aspect heel belangrijk, en verre te prefereren boven een objectieve kijk. Het verklaart zijn voorkeur voor poëtische regisseurs, zoals Jean Vigo en John Ford. Met laatstgenoemde had Anderson een goede verhouding, wat o.a. het veelgeprezen boek About John Ford opleverde.

In nakomende films als If… en O Lucky Man! is die hang naar een meer poëtische dan een objectieve behandeling, meer dan duidelijk. Elementen als absurdisme en fantasy doen hun intrede en ook in stijl wijkt hij af van gebaande paden. Het zijn films die weinig gelijken kennen, en daarmee zondermeer persoonlijk. Minder duidelijk is dat bij This Sporting Life, die de bagage van een hele filmbeweging meetorst:

Arbeiderswijk in Noord Engeland, check.
In zichzelf gekeerde misfit die zijn energie in agressiviteit omzet, check.
Een brute omgang met vrouwen wat hem onmogelijk maakt in de liefde, check.
Slecht betaald baantje, maar een glimp op ontsnapping uit de misère, check.
Sociale hiërarchie als voortdurend aanwezig element, check.
Prachtig zwart-wit met moderne soundtrack, check.

Frank Machin is de ‘angry young man’ die zijn brood in de mijnen verdient, en in het weekend aan een toekomst in het rugby werkt. Hij is het type sporter dat er niet voor terugschrikt een teamgenoot een beuk uit te delen als die op zijn pad komt. Niettemin wordt hij gescout en lacht een rijker leven hem toe. Thuis wacht de huisbazin, een jonge weduwe die ijzige afstandelijkheid bewaart tot Franks avances. De scènes tussen deze Mrs. Hammond en Frank knetteren van het onbegrip en de nauwelijks ingehouden agressiviteit, waarbij vooral Franks lompheid een goede verstandhouding in de weg zit.

De huiselijke strijd wordt gespiegeld in de strijd op het rugbyveld, waar Frank wél heer en meester is. Tegelijk is de roem die hem aanwaait maar betrekkelijk. Het publieke bezit dat een succesvol sportman wordt is een keerzijde waar Frank steeds meer van doordrongen raakt. Thematisch is deze sportfilm nogal verwant aan Raging Bull (1981), waarin Jake la Motta de egocentrische brok agressiviteit vol sociaal onvermogen is. This Sporting Life legt het allerminst af tegen deze Scorsese-klassieker. Met een scrimmage op het rugbyveld worden we direct in het ruwe vechtersbestaan van Frank gegooid. De beelden van het rugby zijn intens en meeslepend, maar eigenlijk is de hele film fantastisch geschoten. Het verhaal wordt opgediend in een soms wat verwarrende flashbackstructuur, waarbij een tandartsingreep onder narcose vertrekpunt is.

Een film als deze staat en valt bij rauwe rafelrandjes die het grimmige milieu en verhaal overtuigend tot leven wekken. Wat mij betreft zit dat vooral in de performance van Richard Harris (o.a. Il Desserto Rosso (1964) en de Harry Potterfilms). Met zijn indrukwekkende fysiek overtuigt hij volledig als rugbyspeler. In ruw uiterlijk en onbehouwen gedrag doet hij aan Marlon Brando (A Streetcar Named Desire (1951)) en Richard Burton (Look Back in Anger (1959)) denken. Er kan toch ook niet helemaal aan voorbij gegaan worden dat de homoseksuele Anderson een oogje op Harris had. Er lijkt af en toe een mild soort homo-erotische ondertoon aanwezig, zoals in de verder nogal overbodige kleedkamerscènes.

This Sporting Life is geenszins een ontregelende kijkervaring à la If… of O Lucky Man!. Wat dat betreft is het realisme van deze film, misschien teveel het realisme dat we al van andere Angry Young Men-films kennen. Er lijkt minder het persoonlijke element aanwezig dat Anderson zo belangrijk vond als het om realisme ging, en wat zijn latere films zo onderscheidend maakte. Tegelijkertijd is het drama en de esthetiek gemakkelijker te appreciëren, waardoor This Sporting Life voor velen de beste film in Andersons oeuvre is.


Onderwerpen: , , , , ,


Reageer op dit artikel