Babes in Toyland (1934)
Laurel & Hardy in een andere wereld

Ik groeide op in de jaren 80 en ondanks dat dit een decennium was dat voor een deel werd gekenmerkt met komische films van onder meer de Saturday Night Live-komieken, werd mijn vroege jeugd grotendeels bepaald door zwart-wit komedie uit de jaren 20 en 30. Van Charlie Chaplin en zeker Laurel & Hardy zag ik eindeloos veel (korte) slapstick-films met meesterwerken als The Music Box (1932), Modern Times (1936) en Way Out West (1937) als briljante uitschieters. Het waren ook films waarin vaak een of twee liedjes werden gezongen met regelmatig hilarische taferelen ten gevolg. Curieus genoeg heb ik in die tijd echter nooit Laurel and Hardy’s jeugdvehikel Babes in Toyland gezien, ook wel bekend als March of the Wooden Soldiers en van alle films van het komische duo degene die nog het meest bekend staat als musical. Een uitgelezen kans dus om deze film eens onder de loep te nemen en vooral om te zien of Babes in Toyland het kwalitatief hoogstaande niveau van de komieken kan evenaren.

Wat direct opvalt is dat in tegenstelling tot vrijwel alle andere Laurel & Hardy films – zei het kort of lang – de nadruk in Babes in Toyland niet voor het overgrote deel bij het duo ligt, althans niet in de mate zoals je gewend bent. Daarnaast dragen ze niet hun typerende bolhoed en shabby pak, maar een speciaal voor de film ontworpen kostuum. Het tweetal werkt in de film als arbeider in een speelgoedfabriek en hun nieuwste creaties zijn houten soldaten met de grootte van een volwassen man die opgewonden kunnen worden waarna ze zelfstandig marcheren. Stan en Ollie wonen bij Mother Peep die een schuld heeft bij de kwaadaardige Barnaby en vast van plan is om ze allemaal uit huis te zetten. Met behulp van hun gebruikelijke strapatsen weten onze helden Barnaby te belemmeren in zijn snode plannen, maar die laat het er niet bij zitten en zoekt hulp bij de onderaardse bogeymen wat een soort trollen zijn en een aanval op Toyland voorbereiden.

Het verhaal van Babes in Toyland stelt niet al teveel voor en is in feite het gebruikelijke goed versus kwaad met Laurel & Hardy als oplossing voor de situatie. Een groot verschil met de meeste andere films van de twee is dat Stan en Ollie ditmaal geen buitenstaanders zijn die in een lastig parket terechtkomen, maar er al in leven; in dit geval het fantasierijke wereldje van Toyland. En fantasie is echt een kernwoord aangezien Toyland een plek is die qua uitbeelding nog het meest doet denken aan het gekleurde universum van The Wizard of Oz (1939), zei het vijf jaar voor het uitkomen van die klassieker en met een beduidend lager budget en creatief gehalte. Het is wonderlijk, Babes in Toyland staat niet te boek als een adaptatie van de roman The Wonderful Wizard of Oz, maar toch kan je je niet aan de indruk onttrekken dat er inspiratie uit is gehaald. Naast de architectuur en bosrijke omgeving zijn er immers ook dieren als een groep biggen, een Mickey Mouse look-a-like en ook de kerstman (!) die hun (komische) bijdrage leveren aan de film.

En dan zijn er natuurlijk nog de muzikale intermezzo’s. Ten eerste worden de liedjes helaas niet gezongen door Stan Laurel en Oliver Hardy, maar door andere personages; in het bijzonder door Tom-Tom en Bo-Peep, een verliefd jong stel dat ook door Barnaby wordt geteisterd. Ten tweede – en dit is vele malen erger – zijn de liedjes ontzettend vervelend en halen ze het tempo volledig uit de film. De gezapige romantische aubades lijken in niets op de tijdloze en onvergetelijke liedjes die bijvoorbeeld in Way Out West te horen zijn en ook nog eens een extra komische noot toevoegen. Gelukkig is het merendeel van de muzikale intermezzo’s geplaatst in de eerste helft van de film en weinig verassend is dit ook het deel waarin Laurel & Hardy veel buiten beeld blijven. De tweede helft is vele malen meer actierijk met achtervolgingen, vechtpartijen en het leger van houten soldaten wordt ook eindelijk ingezet tegen Barnaby en zijn bogeymen.

Op geen enkel moment weet Babes in Toyland het niveau van het beste werk van de in het Nederlands verbasterde “de dikke en de dunne” te halen. Dit is geenszins een meesterwerk of zelfs een echt sterke Laurel & Hardy, maar als je de liedjes voor lief neemt en er met een jeugdige blik naar kijkt blijft er best een vermakelijke film over met een paar effectieve momenten en aimabele sets. Essentieel is wel dat niet alleen een jeugdige blik noodzakelijk is, maar ook eentje met respect voor filmhistorie aangezien dit een komische musical betreft uit 1934. Dat wil zeggen tamelijk goedkope sets, gedateerde geluidseffecten en fantastische creaties waaruit duidelijk blijkt dat er mannen in de kostuums zitten. Persoonlijk zou ik zeggen dat je qua speelfilms er beter aan doet Way Out West een kans te geven aangezien dat niet alleen een van de beste slapstick komedies aller tijden is, maar ook een van de beste westerns. Ben je beter bekend met het legendarische duo, dan is Babes in Toyland een sympathieke curiositeit en een tamelijk unieke mogelijkheid om Laurel & Hardy eens in een totaal andere wereld te zien.


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel