Bevrijd door gevangenschap: Pickpocket (1959)
Gevangenschap en bevrijding: Robert Bresson (2/3)

24 april 2015 · · Beschouwing

Gewoonlijk wordt Un condamnée s’est échappée (1956) als de gemakkelijkst te verteren film in Bressons oeuvre beschouwd. Want ook een spannend gevangenisdrama, in weerwil van de afloop die al in de titel verklapt wordt. De ontsnapping uit die gevangenis is daadwerkelijk een ontsnapping; precies het omgekeerde is in Pickpocket het geval. Het moment van opsluiting is voor Michel het moment van ‘bevrijding’.

Een groot geheim verklap ik hier niet mee. Al in de openingstekst duidt Bresson in een paar zinnen het personage en de afloop van het verhaal. Zo weten we direct dat zakkenrollen eigenlijk niets voor de zwakke Michel is, maar dat dit avontuur twee mensen verenigt die elkaar anders misschien nooit gekend zouden hebben.

De gebeurtenissen krijgen hiermee een andere status; het lijkt allemaal voorbestemd. Voorbestemming is een belangrijk element in de films van Bresson, van huis uit Jansenist. Vaak staan personages voor de keuze zich te bevrijden juist door vóór het voorbestemde lot te kiezen. Klinkt onlogisch, maar in religieuze termen is een keuze voor de vastliggende (gedetermineerde) wegen van de Heere een bevrijding. Juist de vrijheid waarmee die keuze gemaakt wordt is cruciaal. Dit is vaak het transcendentale moment in Bressons films. In religieuze zin het meest duidelijk in Journal d’un curé de campagne (1951) en Proces de Jeanne d’Arc (1962). Pickpocket is in die zin bijzonder dat eenzelfde dilemma niet religieus getint is.

Aanvankelijk heeft Pickpocket nog veel weg van een existentieel verhaal. De scènes draaien om de keuzes die Michel maakt in verhouding tot anderen, en daar op beoordeeld wordt. Sterker nog, door zijn onconventionele handelen, daagt hij zijn omgeving daartoe uit, wellicht om zo te geraken tot een zelfbeeld of bestemming. Men is immers wie men is in verhouding tot anderen. En dus besluit hij zomaar zijn op sterven liggende moeder toch maar niet te bezoeken, ook al staat hij al voor de deur. En kiest hij het pad van zakkenroller. Eenmaal die weg ingeslagen doet hij weinig dat te verbergen; zo hangt hij tegen de inspecteur een theorie op dat het uitzonderlijke mensen toegestaan zou moeten zijn zich in sommige situaties aan de wet te onttrekken. Michel lijkt een drang te kennen opgepakt te willen worden.

Michels omgeving blijft echter angstvallig onverschillig; de inspecteur weigert Michel te arresteren, hoe duidelijk het ook is dat hij strafbare feiten pleegt, een slachtoffer dat hem op heterdaad betrapt laat hem makkelijk wegkomen, en alleen bij moeders overlijden is er een kort moment dat Michel richting geeft: “Ik geloofde in God, Jeanne, voor drie minuten.” Over ironie gesproken. Michel waait met de winden mee, maar zal zélf verantwoordelijkheid moeten nemen voor keuzes.

Dat gebeurt uiteindelijk wel, zij het impliciet. Het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar bij de laatste roof lijkt het zo vooropgezet dat hij op heterdaad betrapt zal worden, dat je van een keuze kunt spreken. Een keuze het criminele leven op te geven. Eenmaal in de gevangenis vindt het onverklaarbare moment plaats dat de drang tot zakkenrollen overgaat in een drang tot liefde voor Jeanne. Niet opgebouwd, niet gemotiveerd, maar toch lag het al vast, zodat Michel verzucht: “O Jeanne, wat een weg moest ik afleggen om jou te bereiken.”

Een ontroerend moment, want plots blijkt er zin te geven aan de zinloze gebeurtenissen die we de 70 daaraan voorafgaande minuten hebben gezien. In retrospectief lijkt de film er naartoe gewerkt te hebben, alsof het voorbestemd was. Dat gevoel wordt ook opgeroepen door de dwingende montage die het tempo hoog houdt, de hints over de afloop, en de door Bresson veel gebruikte ‘dubbelingen’.

Die dubbelingen ontstaan door duplicaten in de vertelling: een vertelstem vertelt, de beelden laten de gebeurtenis zien. We zien een geschreven tekst en een vertelstem leest die voor. Gewoonlijk zorgt een regisseur ervoor dat daar voldoende verschil tussen zit, anders voegt het niets toe. Bij Bresson zijn die echter vrijwel altijd identiek. Op het specifieke moment voegt het ook echt niets toe, maar in het herhalende gebruik ervan ontstaat een ritme waarbij gebeurtenissen veelvuldig aangekondigd lijken door wat we even daarvoor al zagen of hoorden.

Thematiek en stijl vormen daarmee een echte eenheid in Pickpocket, ik kan me de film nauwelijks op een andere manier voorstellen. Zelfs het buitensluiten van psychologisering, o.a. door de ‘emotieloze’ acteerstijl, komt me als essentieel voor om het hogere abstractieniveau van de weg naar Michels ‘bevrijding’ te bereiken. Het gevaar is dat hij de kijker er mee verliest, maar in goede vorm ontstaat een unieke, krachtige kijkervaring. Pickpocket is zo’n ervaring.


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel