Black Sunday (1977)
Een ander soort geluid uit de ramp-zalige jaren zeventig

Robert Shaw (links) in Black Sunday

In de chronologie van de rampenfilm is het decennium van de zeventiger jaren erg belangrijk. Enkele grootschalige producties kwamen uit waarbij vaak natuurlijke rampen voor problemen zorgden die door minimaal één grote Hollywood-ster moest worden getrotseerd. Films als Earthquake (1974) en The Towering Inferno (1974) namen de opzet van een mega-ramp ter hand en verzonnen er een persoonlijke verhaal rondom de held(en) heen, het bleek een zeer succesvolle formule die tegenwoordig nog steeds blijkt te werken aan de box-office. Een film die een (naderende) ramp iets anders aanpakte dan de standaard uit die tijd is Black Sunday van John Frankenheimer, een uitgelezen reden om mijn Frankly Frankenheimer reeks een vervolg te geven.

Geen natuurramp deze keer, maar een groep terroristen die van plan zijn om tijdens de Super Bowl (de finale van het American football seizoen) een aanslag te plegen met behulp van een zeppelin. Black Sunday (niet te verwarren met de gelijknamige Mario Bava horrorklassieker uit 1960, ook al is dat de Engelstalige titel) is ook zeker niet je traditionele rampenfilm waar na enige expositie de ramp al relatief snel plaats heeft en de protagonisten het verder moeten zien te redden. Van de bijna twee en een half uur die Black Sunday duurt, is zeker anderhalf uur weggelegd voor de voorbereiding van de terroristen (onder leiding van Marthe Keller en piloot Bruce Dern) en de klopjacht die op hen wordt gehouden door een Israëlische agent, gespeeld door Robert Shaw. Qua politieke intrige, minutieuze voorbereiding en terroristische plot heeft Black Sunday eigenlijk weinig weg van de meer bombastische en al genoemde rampenfilms uit de jaren 70 en lijkt de film veel meer op The Day of the Jackal, een briljante en en net Black Sunday langzaam opbouwende thriller uit 1974.

Frankenheimers thrillers kennen wel vaker politieke uitgangspunten met als bekende voorbeelden The Manchurian Candidate (1962) en Seven Days in May (1964) en net als die films komt ook in Black Sunday voor een belangrijk deel het gevaar van binnen de Verenigde Staten met in dit geval een gefrustreerde en gemartelde vietnam-veteraan (Dern) die zich aansluit bij de terroristische groepering Black September met als doel wraak op de in zijn ogen rampzalige wijze waarmee de Amerikaanse regering omgaat met veteranen. Black Sunday gaat echter nooit zo ver als de twee titels die ik hierboven noemde, zowel qua maatschappijkritiek als ook Hitchcockiaanse concepten komt deze film wat tekort. Neemt niet weg dat Black Sunday een zeer vakkundig gemaakte thriller is met strakke regie van Frankenheimer en een scenario dat is gebaseerd op de gelijknamige roman van Thomas Harris, meest bekend van zijn boeken met als centraal personage Hannibal Lecter.

Black Sunday

Zo ijzersterk als veel van het werk van Frankenheimer uit de jaren 60 wordt Black Sunday nooit, daarvoor mist het toch echt de geniale twisten en verassingen en ook bijvoorbeeld de fenomenale shots waarmee de films van Frankenheimer 10 jaar eerder vol zaten. Ook knaagt de wel erg krankzinnige houding van de piloot van de zeppelin, Bruce Dern gooit alle remmen los en echte emotionele diepgang ontbreekt hierdoor. De laatste akte maakt gelukkig een hoop goed met de tamelijk spectaculaire aanslag in een volgepakt football-stadion. Met het stuntwerk zit het wel snor, Frankenheimer haalt een paar angstaanjagende shots uit de kast waaronder het onvergetelijke beeld van een zeppelin die het stadion binnendringt en hier en daar is de film ook opvallend komisch. Je moet wel enige kennis van zaken hebben, maar het is hilarisch om de reactie te zien zodra Robert Shaw oppert de Super Bowl af te lasten op grond van het gevaar van een terroristische aanslag. Zeker geen slechte reden, maar de Super Bowl is in de Verenigde Staten zo heilig dat deze sportzondag niet kan wijken, zelfs niet wanneer talloze levens waaronder dat van de President op het spel staan.

Black Sunday behoort met alles wat ik tot nog toe van John Frankenheimer heb gezien en besproken niet tot de absolute top. Een meesterwerk is het niet, maar vergeleken met de bombast en nadruk op star power van de andere rampenfilms uit de jaren 70 is het wel degelijk een uitschieter. En het kost je wel een uurtje of vijf, maar als double bill met The Day of the Jackal heb je aan Black Sunday een prima en vooral ook vermakelijke politieke thriller avond. Met rampspoed als extraatje.


Onderwerpen: , , , , , , , , , , ,


Reageer op dit artikel