Blackhat (2015)
Michael Manns nieuwste digitale project rammelt behoorlijk

21 januari 2015 · · Kritiek + Première

Een van de weinige fictie-regisseurs die digitale cinema echt heeft omarmd – bij documentaires zie je het tegenwoordig vrij regelmatig – is Michael Mann. Al sinds de eeuwwisseling werkt Mann met digitale camera’s wat voor een scherpe schifting heeft gezorgd bij filmliefhebbers. De visuele stijl moet je echt aanstaan wil je van een Mann-film kunnen genieten. Ook Blackhat is geheel digitaal geschoten en als je niet eerder een dergelijke film hebt gezien is het in het begin wel even wennen. Wat helaas niet went is het ontzettend matige scenario.

Een blackhat is een hacker die computers infiltreert voor eigen en uiteraard illegaal gewin. In de film heeft een mysterieuze hacker in China met een virus een nucleaire reactor opgeblazen en ook op de beurs zaait de hacker flinke paniek. De enige persoon die in staat lijkt erger te voorkomen is Hathaway, gespeeld door Chris Hemsworth. Probleem is alleen dat hij een jarenlange gevangenisstraf uitzit wegens hacken. Zodra de FBI er door een Chinese militair en computerdeskundige van wordt overtuigd dat Hathaway echt de enige oplossing voor het probleem is, raakt hij tijdelijk vrij en wordt een jacht door de V.S. en Zuid-oost Azië ingezet.

Het eerste grote probleem van Blackhat is de curieuze casting van Hemsworth als de zogenaamde beste hacker ter wereld. Hemsworth is een prima acteur en hij doet het nog niet eens slecht in de film, maar hij is volstrekt ongeloofwaardig als hacker. Niet alleen dat, zijn fysiek is zo indrukwekkend (zeker in Azië waar hij twee koppen groter is dan ieder ander) dat tijdens de laatste akte van de film zodra hij undercover moet gaan en op de vlucht het natuurlijk niet reëel is dat hij niet wordt herkent. Het grote scenario-probleem van zijn personage is dat hij niet alleen waanzinnige whizkid is, maar ook in staat groepen mensen in gevechten helemaal de ellende in te slaan en zeer kundig met allerlei wapens overweg kan.

Helaas is dat niet het enige rammelende element van het scenario. Hathaway legt op belachelijk eenvoudige wijze zeer getrainde en argwanende overheidsfunctionarissen in de luren en hij begint een relatie met de zus van de Chinese militair en tevens studievriend die behoorlijk uit het niets ontstaat. De grote vijand – de hacker – is doordat hij bijna de gehele film buiten beeld wordt gelaten totaal niet boeiend en zodra hij dan eindelijk in de finale in beeld verschijnt haal je je schouders op. Het algehele thema van de film is natuurlijk erg actueel en op zich boeiend, het gevaar van zeer geavanceerd hacken aan de ene kant en het beschermen van overheidsgeheimen aan de andere kant. Tot de dood van vele onschuldige burgers aan toe. Maar Blackhat brengt het allemaal zo gortdroog en technisch dat als je niet heel bekend bent met computertermen de helft je gewoon ontgaat en je als kijker er maar vanuit gaat dat wat de personages er qua vaktermen uitgooien wel zo zal zijn. Ook wordt je helemaal tureluurs van alle getallen en codes waarmee de film vol zit. Maar het meest bizarre bewaart Blackhat voor de climax. Zonder er al teveel over uit te wijden speelt deze scène zich op een zeer druk plein af, maar het lijkt dat de vele omstanders het helemaal niets uitmaakt dat Hathaways vijanden zwaarbewapend over straat lopen.

En dan is er natuurlijk die visuele stijl. Het moet gezegd, niemand kan de nachtelijke stad zo fraai in beeld brengen dan Michael Mann. Ook Blackhat zit vol met werkelijk prachtige shots van vooral Aziatische metropolen, vaak geschoten vanuit de lucht. Hier is de camera ook vrij rustig waardoor het digitale effect helemaal tot zijn recht komt. Een stuk problematischer is de gefilmde actie, zeker de fysieke gevechten. De shaky cam is behoorlijk extreem en zo zijn intense knokpartijen onduidelijk om te volgen. Uiteraard zou het geen Michael Mann-film zijn als er ook niet minimaal twee luide en kort op de huid zittende vuurgevechten in de film zitten. En zoals je tenslotte mag verwachten is de soundtrack ontzettend sferisch, ditmaal van de hand van Atticus Ross.

Blackhat is uiteindelijk best frustrerend. Het is nog niet eens echt een slechte film, maar van Mann mag je veel meer verwachten. In de Verenigde Staten is de film ongehoord geflopt wat best vreemd is gezien de regisseur en de hoofdrolspeler. Maar misschien dat meer en meer mensen toch niet zo gediend zijn van Manns visuele kenmerken en als je dan ook nog eens te maken hebt met een zwak en veel te specialistisch scenario schrik je het grote publiek af. Ik blijf er van overtuigd dat Mann nog altijd zonder meer in staat is tot het maken van ontzettend sterke films – ook in de digitale stijl – maar aan Blackhat rammelt toch net wat teveel.
★★½☆☆


Onderwerpen: , ,


Reageer op dit artikel