Bridge of Spies (2015)
Een gewetensvolle karakterstudie

25 november 2015 · · Kritiek + Première

De Koude Oorlog is in het huidige, versplinterde wereldbeeld geen actueel onderwerp meer: een simpele binaire oppositie tussen twee grootmachten zouden we, zeker met de opkomst van China, het mondiale terrorisme, kapitalisme en het wespennest dat het Midden-Oosten heet, afdoen als een ouderwetse opvatting uit de twintige eeuw. Het is echter een illusie dat we daarmee van het morele zwart-witdenken verlost zijn. Zou de Koude Oorlog inmiddels voor de nostalgie naar een simpeler verleden staan? Het is een vraag die Bridge of Spies alleen impliciet stelt, want voor Steven Spielberg draait het vooral om morele standvastigheid in oorlogstijd.

De openingsscène, waarin eind jaren vijftig de Russische spion Rudolf Abel (Mark Rylance) wordt geschaduwd door de CIA, luistert nauw naar het werk van Hitchcock: het schept meteen de verwachtingen voor een klassiek staaltje filmmaken. Waar Hitchcock echter het morele vraagstuk van ‘The Wrong Man’ doorgaans in dienst liet staan van de spanning in het plot, doet Spielberg dit bewust andersom. In die zin lijkt Bridge of Spies meer op zijn rechtbankdrama Lincoln (2012), dan zijn eerdere spionagethriller Munich (2005). Dat is ook niet verwonderlijk wanneer het hoofdpersonage James B. Donovan (Tom Hanks) geen geheim agent is, maar een verzekeringsadvocaat die met de zaak van de Abel in zijn maag wordt gesplitst.

Wanneer deze vader van twee tegen wil en dank het morele geweten moet vertegenwoordigen van een land in oorlogsstemming, voelt hij al snel de tiranniek van de meerderheid tegen zich keren. Voor de Amerikaanse bevolking, alsmede de vooringenomen rechter, is het een uitgemaakte zaak: Abel verdient de doodstraf. In de mooiste dialoog van de film wijst de stoïcijnse spion via een familie-anekdote Donovan op wat hij ‘The Standing Man’ noemt: iemand die voet bij stuk houdt, wat er ook gebeurt. Deze interessante symboliek vormt het leidmotief van het verhaal en voor Donovan zit deze hem in de onpartijdigheid van de rechtsspraak, alsmede de belofte dat een levende spion in de toekomst meer waard is dat een dode.

Hoe intrigerend en kritisch het eerste deel over recht en geweten ook is, zo banaal doet de tweede helft in Berlijn aan waar Donovan inmiddels tot diplomaat is gebombardeerd. Hiervoor worden compleet overbodige scènes ingelast om nieuwe personages te introduceren – een Amerikaanse uitwisselingsstudent en twee militairen – die slechts in dienst staan van het plot, dat het decor vormt voor de bouw van Berlijnse muur in 1961 en de spionagemissies boven de Sovjet Unie. Het is jammer dat precies in de opgedeelde hoofdstad Bridge of Spies zijn morele complexiteit opoffert voor een steeds simpeler contrast tussen vrijheid en gevangenschap.

Spielbergs historische reconstructie leest als een lofzang op de moed van de gewone burger, alsmede een portret van een intieme verstandshouding tussen twee mannen die eigenlijk elkaars vijanden zouden moeten zijn. Het openingsshot van Abel die zichzelf in een spiegel recht in de ogen kan kijken, sluit symbolisch mooi aan op het einde wanneer Donovan een zelfportret als cadeau krijgt. Anderzijds trekt Spielberg minder gelukkige parallellen, zoals met een metrorit in Berlijn en New York. De nuance van Bridge of Spies zit hem daarmee hoofdzakelijk in het morele conflict van het begin, en niet de buitenlandse politiek die daarop volgt, hoewel het ‘Pledge of Alliance’-shot van hieronder voor de verandering eens heerlijk kritisch is bedoeld.

★★★☆☆


Onderwerpen: , , , ,


Reageer op dit artikel